Aandacht voor het ambacht

Waar zijn de coupeurs, loodgieters, en metselaars? Het aantal jongeren dat kiest voor een ambacht blijft maar slinken en dat terwijl er een schreeuwend tekort is aan vaklui. ‘Iedereen wil een plaats op de catwalk, maar de backstageruimte is net zo belangrijk.’

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Dingena Mol

Leerlingen van de Meesteropleiding Coupeur

Aandachtig zetten ze knopen op een lap stof. Op de achtergrond loopt een stopwatch, want het handwerk moet zo snel mogelijk gebeuren. De negen eerstejaarsleerlingen van de Meesteropleiding Coupeur in Amsterdam-West kozen bewust voor een opleiding met de nadruk op handwerk. En dat is bijzonder, want het ambachtelijke handwerk wordt door jongeren niet als sexy gezien.
“Voor mij is deze opleiding een uitkomst. Ik wil liever op de achtergrond meewerken,” zegt Meta van der Kant (22), die eerder een opleiding kostuumontwerpen in Maastricht volgde. Bibian Duives (48) gaf een carrière als grafisch vormgever op om aan deze opleiding te beginnen. “Ik was altijd al met kleding bezig, maar ik zag mezelf niet zo in de modewereld. Ik zou liever in, bijvoorbeeld, het atelier van de Stopera werken.”
Voor het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) zijn dit soort gretige leerlingen een geschenk uit de hemel. Want volgens het HBA voltrekt zich op dit moment een stille ramp in het beroepsonderwijs en is het slechts een kwestie van tijd voordat een goede loodgieter evenveel verdient als een advocaat.
“De kenniseconomie heeft de ‘kunde-economie’ in de schaduw gezet. Zo ontstaat een tekort aan ambachtsmensen,” zegt Lucas Hendricks, strategisch adviseur creatieve industrie en ambachten. Hendricks verdiepte zich in opdracht van de gemeente Amsterdam in de rol die ambachten kunnen spelen in de opkomende creatieve industrie.

Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit, is bezig met een onderzoek naar de waardering van ambachten wereldwijd. Hij onderstreept het beroerde imago van het ambacht in Nederland. De situatie hier staat haaks op die in, bijvoorbeeld, Italië. Daar geldt een ambacht als artistiek en esthetisch en genieten vakmensen veel aanzien.
De Duitse ambachtslobby zette vorig jaar voor vijf miljoen euro een campagne op. Das Handwerk ging van start met een pakkend filmpje dat een wereld zonder ambachten schetste, waarin de rampen elkaar in hoog tempo opvolgden.
Hendricks: “Iedereen wil tegenwoordig een plaats op de catwalk, maar de backstageruimte is net zo belangrijk. We kunnen van alles bedenken, maar straks kan niemand het meer maken.” Hij wil maar zeggen: iemand moet de stenen leggen, de kleren maken, de piano stemmen.
Een mening die ook bij de gemeente Amsterdam lijkt door te dringen. Er zijn, met financiële steun van de gemeente, drie proefprojecten opgezet om het beoefenen van ambachten te stimuleren. Eén daarvan is de Meesteropleiding Coupeur, een vakopleiding op hbo-niveau.
Het tweede project is een naaiatelier in Amsterdam-Noord. In september 2009 geopend onder de vlag van leer- werkbedrijf BSN, waar drop-outs en mensen met een uitkering werkervaring kunnen opdoen. En tot slot is er nog het Mediacollege dat met geld van de gemeente kan investeren in praktijkruimte, zodat ook de ‘nieuwe ambachten’ als het maken van computerspelletjes zich kunnen ontwikkelen.
De Meesteropleiding Coupeur is gevestigd in een rijksmonument aan de Jan Maijenstraat in De Baarsjes. “Ik wil mijn andere school niet afvallen, maar hier begin ik pas echt te leren,” zegt Minet van der Ven (20), één van de studenten die net zijn begonnen aan de opleiding. Van der Ven volgde hiervoor een mbo-opleiding fashion & design in Den Bosch. Daar hoefde ze lang niet zo veel achter de naaimachine te zitten als bij deze opleiding.
“Hier gaat het om het maken van uren. Onze studenten zijn veel met hun handen bezig,” zegt directeur Monique Sakkers, die zelf jaren in verschillende disciplines binnen de textielbranche heeft gewerkt.”Ik heb gemerkt dat de kennis van het kleding maken, het vakmanschap, steeds minder is geworden omdat met name mbo-opleidingen breder moeten opleiden.”

We kunnen van alles bedenken, maar niemand kan het maken’

De Meesteropleiding Coupeur is een stichting met als doel het uitstervende ambacht van coupeur nieuw leven in te blazen. Sinds de start zijn onder andere De Nederlandse Opera, Het Nationale Ballet, Toneelgroep Amsterdam en ontwerpers als Mart Visser, Frans Molenaar, Jan Taminiau en Iris van Herpen direct betrokken bij de opleiding. Daarnaast werkt de opleiding nauw samen met de gemeente Amsterdam en worden er naast de driejarige voltijdopleiding verschillende cursussen gegeven, waaronder een aantal cursussen speciaal voor vrouwen uit de buurt.
Han Bekke, directeur van brancheorganisatie Medint, ondersteunt de opleiding van harte. “We merken dat technische kennis dreigt te verdwijnen vanwege de productieverplaatsing naar lagelonenlanden. Veel studenten kiezen tegenwoordig voor een commerciële opleiding, maar bij bedrijven is een grote vraag naar technische kennis. We hopen dat deze opleiding een positief effect heeft op de belangstelling voor technische vakken.”
“Nederland, en dan met name Amsterdam, heeft te maken met een chronisch tekort aan technische mensen,” bevestigt Mariëtte Hoitink van HTNK, een bureau voor modeadvies en modebemiddeling. “Ik heb vacatures bij bijna alle grote merken omdat ze weer een coupeur in huis willen halen. Maar ondertussen sterft de beroepsgroep langzaam uit. Het is van groot belang dat de kennis over het coupeursvak wordt overgedragen op de nieuwe generatie,” zegt Hoitink, die nu in de raad van advies van de opleiding zit.
Het opzetten van de opleiding heeft enorm veel geld gekost, zegt directeur Sakkers. Hoeveel precies, wil ze niet zeggen. Vooralsnog leunt de stichting Meesteropleiding Coupeur zwaar op subsidies van de gemeente Amsterdam, de Europese Unie, brancheorganisaties en particulieren.
Volgens Sakkers is het de bedoeling dat de opleiding in de toekomst zichzelf bedruipt via de exploitatie van de opdrachten die ze binnenkrijgt. “Zie het als een leer-werkbedrijf. Onder meer het Muziektheater heeft al toegezegd een aantal producties hier onder te brengen,” zegt de directeur, die denkt drie jaar nodig te hebben om op krachten te komen.
Studenten die de driejarige opleiding willen volgen, moeten een toelatingsexamen doen en in het bezit zijn van het diploma basisniveau kleermaker. De opleiding kost 7500 euro collegegeld per jaar. “Maar dat is niet kostendekkend. Een studieplek kost ons ongeveer vijftienduizend euro. De investering die wij per student doen, hopen we op termijn terug te verdienen door opdrachten binnen te halen en cursussen te geven.”

Het is triest dat de opleiding tot coupeur een privéschool is’

De Meesteropleiding Coupeur heeft tot verdriet van Sakkers nog geen accreditering voor studenten. “Zonder die accreditering komen onze leerlingen niet in aanmerking voor een studiebeurs. Hierdoor is de opleiding onnodig duur voor studenten,” aldus Sakkers.
Hendricks: “Het is triest dat de Meesteropleiding Coupeur een privéopleiding is. Ik zie het als een motie van wantrouwen voor de beleidsmakers. De Economic Development Board, een samenwerkingsorgaan van overheid, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen in de regio Amsterdam, is te veel bezig met hbo en universitair onderwijs. Het idee is dat de rest van het onderwijs vanzelf zal volgen, maar in de praktijk blijkt dat vaak niet zo te werken. De innovatie en kwaliteit van specifieke vakopleidingen laat vaak te wensen over terwijl juist op ambachtsgebied een groeiende behoefte is aan kwaliteitsopleidingen die dicht op bedrijven zitten.”
Volgens Hendricks is de tijd van het afwentelen van maatwerk op lagelonenlanden als China en Bangladesh binnenkort voorbij. “De loonkosten, de transportkosten en de afzet in die landen stijgen de laatste tijd flink. China en andere productielanden hebben geen zin meer om het afvoerputje van de wereld zijn. Made in China wordt zo langzamerhand Created in China.”
En dus komt de economie weer dichter bij huis. Die ontwikkeling gaat gelijk op met de hang naar authentieke producten die de laatste tijd in het Westen speelt. Ga maar na: de meeste exclusieve modelabels leggen tegenwoordig de nadruk op vakmanschap om consumenten tot kopen te verleiden.
De coupeurs in opleiding, zoals Meta, Bibian en Minet, kunnen hun borst dus nat maken. Net als loodgieters, staat ook hun beroepsgroep een bomvolle agenda en een rij opdrachtgevers te wachten.

Met spoed gevraagd: 500.000 rechterhanden
Volgens cijfers van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) telt Nederland bijna een miljoen ambachtslieden. Dat is twaalf procent van de werkzame beroepsbevolking. In Amsterdam ligt dat gemiddelde iets lager. Hier is elf procent van de beroepsbevolking (58.000 mensen) werkzaam in de ambachtseconomie.
Dertig procent van het bedrijfsleven wordt gevormd door, naar schatting, 242.000 ambachtelijke bedrijven met minder dan honderd werknemers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor negen procent van de totale omzet van het bedrijfsleven.
Onderzoeksbureau EIM verwacht in 2020 een tekort van dertig procent op het totaal aantal ambachtslieden, zoals stratenmakers, kappers, fietsenmakers, loodgieters en andere vaklieden. Er is dan een kwart miljoen nieuwe vakmensen nodig.
Ook het HBA voorziet een fors tekort aan ambachtslieden en startte daarom ruim twee weken geleden de campagne Ieder z’n vak, waarmee het aandacht wil vragen voor ambachtslieden.
Het HBA heeft de hoop gevestigd op minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs), die heeft toegezegd het voortbestaan van specialistische opleidingen scherp in de gaten te houden. De Samenwerkende Organisaties Specialistisch Vakmanschap organiseert maandag een bijeenkomst waarbij de minister het Meldpunt voor Bedreigde Opleidingen en Beroepen officieel zal lanceren.

Eerder gepubliceerd op 17 september 2011 in Het Parool

Gerelateerde artikelen:

, , ,