AFW in zeven concrete resultaten

Amsterdam Fashion Week viert met de 20ste editie het 10-jarig jubileum. Wat heeft de modeweek eigenlijk opgeleverd? Zeven concrete resultaten.

Polderglamour
Vooral de aanwezige modeprofessionals klagen graag over de typische Hollandse polderglamour van de Amsterdam Fashion Week (AFW). Waar in Parijs Anna Wintour, Sofia Coppola, Vanessa Paradis, Will Smith en de belangrijkste inkopers van over de hele wereld op de eerste rij zitten, moeten we het in Amsterdam doen met Victoria Koblenko, Lieke van Lexmond, Leco van Zadelhoff en de sponsoren en hun relaties. Toonaangevende Nederlandse of buitenlandse inkopers kom je überhaupt niet tegen, omdat een groot deel van de ontwerpers die showen nog niet kan produceren en leveren. Dus van handel is geen sprake. Maar goed, mode als entertainment is typisch iets van deze tijd. En AFW speelt daar handig op in: iedereen kan tegenwoordig een kaartje kopen.

Erkenning in eigen land voor Spijkers & Spijkers
Vier jaar geleden besloten Truus en Riet Spijkers met hun tweede lijn, SiS, mee te doen aan de AFW. Hun eerste lijn, Spijkers & Spijkers, presenteren ze al sinds 2007 tijdens de London Fashion Week. En hoewel ze in het buitenland steeds bekender werden, had tot een paar jaar geleden in Nederland slechts een klein groepje goed geïnformeerde modetypes van de zusjes Spijkers gehoord. Deelname aan AFW heeft daar verandering in gebracht.
Spijkers & Spijkers is tegenwoordig een household name op het programma van de modeweek. De shows, die altijd in de avonduren geprogrammeerd staan, gelden als een hoogtepunt. Meer dan tien verkooppunten in Nederland hebben de presentaties in Nederland vooralsnog niet opgeleverd.
Maar voor de naamsbekendheid van hun label is het heel goed geweest, geeft Truus Spijkers toe. Zo ontwierpen ze vier jaar geleden het Bavariajurkje voor het WK voetbal en werken ze sinds dat jaar samen met Specsavers aan een brillencollectie.

De blauwe jurk van Máxima
Zonder de AFW was Jan Taminiau nooit zo bekend geworden en had koningin Máxima tijdens de inhuldiging waarschijnlijk een jurk van Natan of een ander buitenlands modehuis gedragen in plaats van de veelbesproken blauwe jurk. De AFW heeft ervoor gezorgd dat zelfs, bij wijze van spreken, Mien uit Oss weet wie Jan Taminiau is en dat ook het koningshuis hem wist te vinden.
De ontwerper uit Tilburg debuteerde in 2005. Met suikerzoete jurken in wit en roze, gemaakt van organza, zijde en chiffon en gedragen met roze en witte pruiken. Op het kitscherige af. Dat doet hij tegenwoordig een stuk smaakvoller. Het gaat Taminiau inmiddels zo goed dat hij de catwalk in Amsterdam heeft verruild voor een plek in Parijs. Afgelopen maandag presenteerde hij zijn nieuwste collectie tijdens de coutureweek in de Nederlandse ambassade in Parijs.

De spektakelstukken van Supertrash
Je moet het haar nageven: Met de jaarlijkse shows voor haar modelabel Supertrash weet Olcay Gülsen on-Nederlandse glamour en flair aan de Amsterdamse modeweek te geven. Middelmatigheid? Daar past ze voor. Zo presenteert ze de nieuwe collectie van Supertrash nooit op de standaardlocatie, de catwalk in de Zuiveringshal. Een jaar geleden gaf ze een show in de Hollandsche Manege in Amsterdam. Aanstaande zaterdagavond geeft ze een show in SugarCity, een nieuw complex in Halfweg.
Dat is een eind weg, vanaf het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. Maar reken maar dat de modejetset Gülsen volgt. Want hoewel haar kleding minder opzienbarend is dan die van veel jonge ontwerpers die tijdens de AFW presenteren, is haar show stukken beter. Ze heeft het voor elkaar gekregen om ieder jaar een spektakel neer te zetten waar de rest van de modeweek over wordt gepraat. Voor Gülsen, een slimme zakenvrouw die de neiging heeft zichzelf te definiëren aan de hand van zakelijk succes, is de Amsterdamse modeweek een opmaat. Als het aan haar ligt, doet Supertrash binnen een twee jaar mee aan de modeweek in New York.

De internationale doorbraak van Iris van Herpen
Het is te simpel om te stellen dat Iris van Herpen alleen maar dankzij de AFW is geslaagd. Maar het evenement heeft wel een groot aantal ontwerpers, onder wie Van Herpen, gestimuleerd om voor zichzelf te beginnen. Toen Van Herpen in 2007 debuteerde met ingewikkelde creaties met grote schouderstukken gold ze direct als de grote verrassing van de modeweek. Want wat Van Herpen liet zien, was aangenaam anders, nieuw en verfrissend.
De Nederlandse modejetset was meteen om. Van Herpen was toen nog een schuchter meisje, dat backstage werd overvallen door de complimenten. Maar ze heeft doorgezet. Zo stond ze een half jaar geleden, na afloop van haar debuut tijdens de Parijse prêt-à-porter-week, de belangrijkste modeweek ter wereld, rustig de internationale pers te woord over haar nieuwste collectie. En ze is nog steeds de eigenzinnige voorloper die ze was. Met haar meest recente collectie verbeeldde ze de elektriciteit van het lichaam; wie de kleding aanraakt, hoort muziek.

Een heleboel pr-bureaus
Toen Spice PR in 2005 begon met wijlen Percy Irausquin waren ze een van de eerste Nederlandse pr-bureaus die een jonge ontwerper vertegenwoordigde. Heel veel bureaus hebben dat voorbeeld gevolgd. Om zichzelf een hip en cool imago aan te meten én omdat ze de Nederlandse mode vooruit wilden helpen. Zelfs een net afgestudeerde academiestudent die voor het eerst showt, heeft nu een pr-agent.
Zo is het aantal pr-bureaus op modegebied in Nederland de afgelopen tien jaar zeker vervijfvoudigd. Dat heeft ook te maken met het feit dat Bart Maussen en Hans van der Linden, die de AFW in 2010 overnamen van de vorige eigenaar, hebben ingesteld dat iedere showende partij met ingang van januari 2011 een pr-bureau moest hebben. Op die manier wilden ze meer structuur in de organisatie brengen.

Het imago van het terrein van de Westergasfabriek
De shows van de AFW worden al sinds de eerste editie in 2005 op het Westergasfabrieksterrein in Amsterdam georganiseerd. Alleen in juli 2007 is de organisatie een keer uitgeweken naar het Museumplein, ook in Amsterdam. Voor het Westergasterrein betekent het feit dat het twee keer per jaar druk wordt bezocht door Nederlandse modeprofessionals en andere in mode geïnteresseerde types, een flinke bijdrage aan het creatieve imago.
Maya Meijer-Bergmans, die in 1999 de gebouwen van de Westergasfabriek opkocht en zich al jarenlang inzet om van het terrein een culturele hotspot te maken, is de eerste om dat toe te geven. Stel dat ze twee keer per jaar een slagerscongres zouden organiseren – om maar wat te noemen – dan zou dat toch een heel andere weerslag op het imago hebben.

Eerder gepubliceerd op donderdag 23 januari in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, , , ,