AFW: polderglamour en nieuwe namen

Vandaag begint Amsterdam Fashion Week. Hoe relevant is die eigenlijk in de modewereld?

Anderhalf jaar geleden kreeg Bart Maussen (46), directeur van Amsterdam Fashion Week (AFW), 100.000 euro van de gemeente Amsterdam, te verdelen over drie seizoenen. Dit is het laatste seizoen dat Fashion Week profijt heeft van die subsidie – op de nieuwe aanvraag heeft de gemeente nog niet gereageerd. Natuurlijk is Maussen blij met het geld, maar op de miljoenenbegroting van zijn modeweek stelt 33 duizend euro nu ook weer niet zo heel veel voor.
Het steekt de organisatie dat ze het met een minimale subsidie moet doen, terwijl de Arnhem Mode Biënnale kan rekenen op 900 duizend euro van de gemeente en de modeweek in Londen per seizoen zelfs bijna 3,5 miljoen euro krijgt.
Nee, dan het bedrijfsleven. Daar wordt volgens Maussen enthousiaster gereageerd. Fashion Week koppelt jonge ontwerpers aan sponsors als Volvo, Wehkamp en ABN Amro. Die bedrijven nemen de kosten voor catwalk, licht, geluid en make-up voor hun rekening. Het contract met hoofdsponsor Vodafone, die een substantiële bijdrage levert aan de openingsavond, loopt af na deze editie, maar Maussen gaat ervan uit dat er een nieuw contract komt.
Dat de directeur de toekomst zonnig inziet, is niet zo gek. Hij heeft een achtergrond als pr-consultant en zelfstandig ondernemer. Met een zakelijke partner nam hij het evenement in 2010 over van Piet de Haan, die er vanaf het begin in 2004 als financieel directeur bij betrokken was. Maussen: ‘Wij zijn nog even ambitieus als vlak na de overname. We willen mode onder de aandacht brengen van een breed publiek en tegelijk voor het vakpubliek een topprogramma neerzetten, met ruimte voor zowel opkomend als gevestigd talent.’

Foto: Peter Stigter

Voor de programmering heeft Maussen twee jaar geleden Carlo Wijnands aangetrokken. Een slimme zet. Wijnands, die als talentscout werkte, kent het Nederlandse modelandschap. Op het catwalkprogramma, dat woensdag begint en alleen toegankelijk is voor genodigden, staan veel nieuwe namen: Nata Ryzh, Dorhout Mees, Jivika Biervliet, Allan Vos, Jacob Kok en David Paulus. Maar er is ook ruimte voor gevestigde labels als The People of the Labyrinths, Gsus en Cold Method en Claes Iversen.
Twee grote Nederlandse modetroeven ontbreken: Jan Taminiau en Iris van Herpen, die allebei in Amsterdam debuteerden. Ze hebben de catwalk op het Westergasfabriekterrein verruild voor een plek in Parijs. Dat zegt veel over de Amsterdamse modeweek. Taminiau en Van Herpen willen dat internationaal gezaghebbende modemensen hun ontwerpen zien. En die komen niet naar Amsterdam. Jaarlijks worden 152 modeweken georganiseerd. Daarom beperken de belangrijkste personen in de branche zich tot de top: Parijs, Milaan, New York en Londen.
De Amsterdamse modeweek blijft een lokale aangelegenheid. Maar dat wil niet zeggen dat zij niet relevant is – ook al mopperen professionals over het ontbreken van grote namen en de typisch Hollandse polderglamour. Wie niet beter weet, zou tijdens de openingsavond, waar veel tijd overblijft om champagne te drinken, denken dat het evenement er beroerd voorstaat. Zo veel wordt er geklaagd.

De Fashion Week heeft Amsterdam op de kaart gezet. Op de internationale lijst met modesteden die Global Language Monitor jaarlijks samenstelt, staat Amsterdam op de zesde plaats, de modeweek is een nuttige ontmoetingsplek voor professionals uit de mode. En zij heeft eraan bijgedragen dat beginnende Nederlandse ontwerpers meer aandacht krijgen.
Het is te simpel om te stellen dat Jan Taminiau of Iris van Herpen dankzij Amsterdam Fashion Week zijn geslaagd. Maar het evenement heeft een groot aantal ontwerpers gestimuleerd voor zichzelf te beginnen. Dat is ook precies waar het wringt. Want een carrière als die van Viktor & Rolf, die zijn ingelijfd door Renzo Rosso en een vaste naam zijn op het programma van de Parijse modeweek, is niet voor iedereen weggelegd. Van de onbekende namen die aankomende week showen, gaan er hooguit een of twee zelfstandig verder. De rest tekent na een paar seizoenen sappelen onder eigen naam voor een plek als ontwerper bij een bestaand merk. En daar is niks mis mee.
Amsterdam Fashion Week is een springplank. Dat daar behoefte aan is, blijkt uit het aantal shows. Deze week staan er ruim dertig op het programma, een half jaar geleden waren dat er nog 22.

Eerder gepubliceerd op zaterdag 19 januari 2013 in de Volkskrant

Gerelateerde artikelen:

, ,