Amsterdam Fashion Week januari 2014

Het belangrijkste mode-evenement in Nederland is volwassen geworden. Zowel het publiek als de shows zien er een stuk beter uit dan tien jaar geleden; toen de modeweek, met zes shows, nog een modeweekje was.

Foto’s: Peter Stigter

Finale bij Francisco van Benthum

De eerste drie dagen van het catwalkprogramma gaven een aardig overzicht van het niveau van de Nederlandse mode. En dat is zo beroerd nog niet. Integendeel. De show van Aziz Bekkaoui, op de openingsavond, was meteen een van de beste shows in de afgelopen tien jaar. Olcay Gülsen van Supertrash overtrof zichzelf zaterdagavond met een spektakelstuk in Halfweg. Op het programma stonden ook een paar opvallende nieuwkomers. Zoals Maison the Faux, een initiatief van Hans Hutting en Joris Suk, die zes maanden geleden zijn afgestudeerd aan kunstacademie ArtEZ in Arnhem.
Ze trokken de aandacht met een opvallende performance, waarbij modellen van alle leeftijden in bewerkelijke kledingstukken door een decor van kroonluchters en bloemen liepen. De performance werd afgesloten met een grote schoonmaak, door Hutting en Suk zelf, die daarmee commentaar op het modesysteem wilden geven. Mode is een bubbel, vinden ze. Die wilden ze doorprikken. Maar stiekem willen ze natuurlijk niets liever dan erbij horen. Anders waren ze wel elders gaan protesteren.

Mattijs van Bergen

Mattijs van Bergen, die in 2007 zijn eigen label begon, hoort er inmiddels zodanig bij dat hij een show tijdens de openingsavond mocht geven. Dat was misschien net te hoog gegrepen. Die shows duren wat langer. Maar meer is niet altijd beter. De ontwerper liet nu zoveel zien, dat het zoeken was naar echt goede stuks. Die waren er wel, zoals een jurk met een wijd uitlopende rok en een casual broek van schildersdoek, maar door de hoeveelheid kregen die kleren niet de aandacht die ze verdienen. Bovendien was niet alles even zorgvuldig afgewerkt.
Van Bergen, die zijn werk op dat van Vincent van Gogh had geïnspireerd, is heel goed met kleur. Wie een elegante feestjurk zoekt, kan prima bij hem terecht. Maar ondertussen heeft hij het in zeven jaar nog steeds niet zover geschopt als Jan Taminiau en Iris van Herpen. Daar is zijn werk niet onderscheidend genoeg voor.

Edwin Oudshoorn

De grote verrassing van de laatste twee dagen van Amsterdam Fashion Week waren de prinsessenjurken van Edwin Oudshoorn en Dennis Diem. Oudshoorn liet uitbundige, versierde en een tikje kitscherige jurken zien waarmee hij leek te solliciteren bij toekomstige bruidjes en andere dames die op zoek zijn naar met de hand gemaakte gelegenheidskleding. Het was bijna alsof hij wilde zeggen: wat Jan Taminiau kan, kan ik ook.
En zijn werk doet niet onder voor dat van Taminiau. Hij heeft er niet voor niets de afgelopen jaren een trouwe vaste klantenkring mee opgebouwd. In zijn jurken zit net zoveel tijd en handwerk als in die van Taminiau. En zoals het hoort bij dit type ontwerper is ook Oudshoorn gek op borduursels, Swarovskistenen en veren. Dat het geheel niet al te truttig werd, was te danken aan een paar geruite jurken. Die waren net wat stoerder dan de rest.

Dennis Diem

De rode draad in de collectie van Oudshoorn was het korset. En dat was ook de rode draad bij Dennis Diem. Logisch, want Diem is al gefascineerd door korsetten sinds hij in het tweede jaar van zijn modestudie in een museum in Parijs het korset van Marie Antoinette zag liggen. Vier jaar geleden deed hij voor het eerst aan Amsterdam Fashion Week mee, en sindsdien weten klanten in heel Nederland hem te vinden vanwege de korsetten die hij maakt.
Diem liet indrukwekkende jurken zien, gemaakt van met de hand geplisseerde materialen als zijde en chiffon die werden gecombineerd met capes van kasjmier en mohair. De onmogelijke schoenen waar de modellen op liepen, waren nergens voor nodig. Maar het misverstand dat kleren op de catwalk aan overtuigingskracht winnen als modellen op torenhoge hakken voorbij schuifelen, is hardnekkig in Nederland.
Winde Rienstra had haar modellen zondagavond zulke hoge schoensculpturen aangetrokken dat alle vaart uit de show verdween en er teveel tijd over bleef om naar kleren te kijken die noch origineel noch goed afgewerkt waren.
Nee, dan liever de commerciële en draagbare collectie van Truus en Riet Spijkers, die maandagavond met hun label SiS een vrolijke laatste show gaven. De conclusie na vijf dagen Fashion Week? Het kan iets korter, maar er waren best een paar heel goede shows te zien.

Drie hoogtepunten 

De show van Supertrash


Supertrash

Olcay Gülsen gaf de meest professionele show van de week. Zaterdagavond ontving ze vijftienhonderd genodigden in SugarCity, een nieuw complex in Halfweg. De presentatie, die een uur te laat begon, was haar grootste spektakelstuk tot nu toe. Compleet met een lichtshow en topmodel Bregje Heinen, die ook voor Victoria’s Secret loopt. Gülsen maakt commerciële kleren, die goed verkopen. Een grote modevernieuwer is ze niet, maar dat doet niets af aan haar succes. Op de catwalk verscheen het type kleren dat het gros van de genodigden droeg. Op een paar fraaie wollige oversized jassen en mohair jurken na was de kleding vooral strak, glimmend en kort.

Aziz Bekkaoui

Aziz Bekkaoui
Aziz Bekkaoui gaf tussen 1999 en 2004 twee keer per jaar een show tijdens de prestigieuze Parijse modeweek. De afgelopen tien jaar liet hij de catwalk links liggen. Van Amsterdam Fashion Week moest hij al helemaal niets hebben. Veel te commercieel, en te provinciaal. Nu hij meedeed, gaf hij veel collegaontwerpers het nakijken. Een stevige beat, een leger aan modellen die een dans op de catwalk opvoerden, een overdosis kant, stoere veterlaarzen, hoofddoeken, bomerberjacks en meer van dat soort referenties aan verschillende subculturen. Zijn werk is soms meer commentaar dan mode. Maar dat geeft niks. Want het was een geweldige show.

Francisco van Benthum

Francisco van Benthum
Francisco van Benthum is een millimeterfetisjist. Zo’n ontwerper die zich toelegt op het raffinement op de vierkante centimeter; denk aan een zoom die net iets breder is dan normaal. Oog voor detail heeft hij nog steeds. Maar tijdens zijn show deed hij ook een grote uitspraak. Een deel van zijn op het Russisch constructivisme geïnspireerde collectie was opgedragen aan Russische activisten die tegen het bewind van Poetin strijden. Modellen droegen opvallende jacks en sweaters met protestgraffiti, voetbalhooligansjaals en badslippers met witte sokken. Echt rebels wilde het niet worden, maar daarvoor moet je ook niet bij hem zijn. Van Benthum maakt gewoon prachtige mannenmode.

 

Gerelateerde artikelen:

, , , , , ,