Brenninkmeijertelg flitst voorbij met zijn modekaravaan

Alexander Brenninkmeijer, vijfde generatie van de C&A-dynastie, is dit weekend in Amsterdam met zijn modekaravaan.
‘Wij proberen niet al in augustus een winterjas aan de klant te slijten’

Alexander Brenninkmeijer // foto: Karoly Effenberger

Alexander Brenninkmeijer (43) begon in 2006 in München zijn eigen label: Clemens en August. Wat de kleding van C&A niet heeft, heeft zijn kleding wel: een snelle snit, een aparte distributiemethode én een undergroundimago. De Frankfurter Allgemeine Zeitung noemde zijn stijl ‘unterkühlt-raffinierter Chic’. Onder toonaangevende figuren in de kunstwereld is het label al langer geliefd, maar de laatste tijd melden zich volgens Brenninkmeijer ook steeds meer types uit het zakelijke circuit.

Minstens zo boeiend als zijn ontwerpen is het businessmodel dat daarachter schuilt. Brenninkmeijer, die de goedkope confectie van C&A al in 1996 de rug toekeerde, heeft zijn eigen manier gevonden om te opereren binnen het bestaande modesysteem. Hij weigert in winkels te verkopen en trekt in plaats daarvan twee keer per jaar met bussen vol gietijzeren kledingrekken langs een aantal wereldsteden.

In elke stad is zijn kleding een dag of drie te koop: in een galerie of een museum. In Amsterdam staat hij dit weekend in White Space in de M.J. Kosterstraat. Verder staan Berlijn, Londen en New York op het programma.
Met zijn eigenzinnige distributiemethode, die erop gericht is de kosten laag te houden, weet Brenninkmeijer handig de marges van de detaillisten te omzeilen. In korte tijd haalt hij een flinke omzet die voor een relatief kleine stad als Amsterdam op ongeveer twintigduizend euro per dag uitkomt. De eerste keer verkocht hij hier meer dan verwacht, de vorige keer viel de verkoop tegen.

Die laatste keer was boven de vijfentwintig graden, waardoor de animo om winterkleding te kopen gering was. En dat had direct effect, want Brenninkmeijer werkt volgens het just-in-time-principe. Hij zorgt dat hij met winterkleding aanwezig is op het moment dat het kouder wordt. “Wij proberen niet al in augustus een winterjas aan de klant te slijten,” aldus Brenninkmeijer.
Om mensen aan te sporen vooral langs te komen, biedt hij zijn kleding aan tegen een speciale prijs: de toerprijs. De kleding van Clemens en August wordt ook online verkocht, maar alleen klanten die hem tijdens de toer bezoeken, krijgen een speciale code waarmee ze tegen toerprijs online kunnen kopen. Een pak van Clemens en August dat nu voor 450 euro in White Space hangt, kost zonder toerkorting iets meer dan duizend euro. Op de prijskaartjes staan beide prijzen vermeld. Slim, want zo geeft Brenninkmeijer iemand die 450 euro uitgeeft het idee dat hij ook flink bespaart.

Hoewel hij al een paar jaar bezig is, vindt de ondernemer dat zijn bedrijf nog steeds in de opstartfase verkeert. Wanneer die voorbij is? “Als we een grote investeerder hebben aangetrokken of als we kunnen groeien dankzij een samenwerking met vaste partners.”

Hij zet hoog in: Net-a-porter (voor vrouwen) en Mr Porter (voor mannen) zijn de meest vooraanstaande online modewinkels ter wereld en daar wil hij mee samenwerken. In de online modewereld, die hard groeit, geldt een plek in het assortiment van een van beide sites als een kwaliteitsstempel. Vergelijk het met een plek in een toonaangevende winkel als Colette in de reguliere verkoop. Een label dat eenmaal bij Colette ligt, wordt mettertijd vanzelf opgepikt door de massa.

Brenninkmeijer heeft al contact met de inkoper van Net-a-porter en Mr Porter omdat zijn kleding sinds twee seizoenen te koop is via The Outnet, de digitale modedump van Net-a-porter en Mr Porter. Voor Brenninkmeijer betekent de samenwerking met The Outnet dat hij geen verlies meer lijdt op zijn restvoorraad. “Wat overblijft, wordt nu overgenomen door The Outnet, tegen de productieprijs.” Omdat hij zonder risico meer kan laten produceren, hoeft hij nog maar zelden nee te verkopen.

Nog meer voordelen: de grotere productieaantallen geven hem de mogelijkheid betere voorwaarden te bedingen bij producenten en stroomleveranciers. Volgend jaar staan Parijs en Brussel op het programma.

“En ik kan nu makkelijker nieuwe steden aandoen omdat een minder goede omzet nu wordt gedekt.”


Eerder gepubliceerd op 15 oktober 2011 in Het Parool

Gerelateerde artikelen:

, , ,