De volgende generatie van de sociëteit – bestaat die?

De drie prominentste Amsterdamse sociëteiten hebben te maken met vergrijzing. Ze doen hun best om bij te blijven. Met wisselend succes.

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Amaury Miller

Jongeren in sociëteit de Kring

‘Als er niets gebeurt, sterft De Kring straks langzaam uit. De Kring is vastgeroest en ingeslapen,” zegt filmmaker David-Jan Bronsgeest (25). Eind oktober organiseerde hij samen met schrijver Maurice Seleky (29) en beeldend kunstenaar Rik van Santen (24) het Zwarte Gatfestival. Hoewel ze geen van drieën lid zijn van de sociëteit, kregen ze de ruimte om hun eigen programma samen te stellen in de sociëteitsruimte aan het Kleine Gartmanplantsoen. Op die manier hoopt het bestuur nieuwe leden te trekken. Die nieuwe leden zijn hard nodig, want de jaren dat De Kring het eeuwige leven leek te bezitten, zijn voorbij.
In 1996 ging het beleid van de bijna negentigjarige sociëteit voor het eerst grondig op de schop. Tv-producent Harry de Winter en oud-bankier Bob Meijer pompten er ruim een miljoen gulden in om de vereniging van de ondergang te redden en pleitten om te beginnen voor een fors ruimer toelatingsbeleid.

Volgens directeur Jeron Halewijn (58) bestaat het ledenbestand tegenwoordig voor dertig procent uit kunstenaars, achttien procent is arts, zestien procent werkt als jurist en de rest bestaat uit – onder anderen – studenten, filmmakers, producenten, economen, wetenschappers. In 1997 werd de sociëteit verbouwd, maar de moderne bar van graniet die er destijds in kwam, is inmiddels alweer vervangen door een nog modernere bar.
Weg met de vergrijzing, lijkt het devies. Zo worden sinds een jaar of tien op zaterdagavond in De Kring hippe dansfeesten georganiseerd, die ook voor niet-leden toegankelijk zijn. En drie jaar geleden werd Club Up geopend, een club die voor iedereen toegankelijk is.
Halewijn meent dat De Kring het zonder de inkomsten van Club Up ook wel zou redden. “Maar de Club maakt het wel een stuk makkelijker,” geeft hij toe. “Bovendien krijgen we er dankzij de Club een enorm segment van potentiële nieuwe leden bij,” zegt Marieke Nooren (29), die verantwoordelijk is voor de invulling van het programma van De Kring en de ledenwerving.
Niet alle leden zijn blij met de initiatieven die jongeren moeten aanspreken. “Ik wil niet overkomen als een oude zeur, maar op De Kring draait alles tegenwoordig om jong en hip. Alsof de oudere leden er niet meer toedoen,” zegt kunsthandelaar Hans Brinkman (69). “Vroeger werd De Kring misschien gedomineerd door ouderen, maar het slaat nu door naar de andere kant. Ik vind het leuk hoor, dat jonge mensen initiatief tonen en een grote mond hebben, maar op de ledenvergadering zie ik ze niet.”

Of onder jongeren überhaupt behoefte is aan een gesloten sociëteit? “Jazeker,” zegt Bronsgeest. “Dat merkte ik tijdens de filmavond die ik tijdens het Zwarte Gatfestival had georganiseerd. Daar waren veel studenten van de filmacademie en die reageerden heel positief. Ik denk dat heel veel jonge filmmakers, kunstenaars en schrijvers behoefte hebben aan een plek waar ze elkaar kunnen treffen en hun werk kunnen laten zien aan mensen met hetzelfde denkniveau. En De Kring heeft behoefte aan nieuwe inzichten en progressief denkende jongeren. Het lidmaatschap voor studenten is nu zestig euro. Dat kan de drempel niet zijn,” meent Bronsgeest.
Voor mensen onder de 35 jaar kost het lidmaatschap van De Kring tegenwoordig nog maar honderd euro per jaar, in plaats van 350 euro. “Dat nieuwe tarief hebben we onlangs ingevoerd om het lidmaatschap aantrekkelijker te maken voor jonge leden,” zegt Halewijn.
Het is de vraag of mensen die nu voor weinig geld lid worden, dat ook blijven als ze straks meer moeten betalen. Veel leden van begin dertig zien het nut van lidmaatschap niet zo. Er zijn immers genoeg plekken in de stad om te eten en te dansen waarvan niemand lid hoeft te worden. “Van mensen die hun lidmaatschap opzeggen, hoor ik geregeld dat ze dat doen omdat ze ‘er niets aan hebben’, maar De Kring is ook niet in de eerste plaats bedoeld om te netwerken, het is een plaats waar mensen komen om plezier te maken,” zegt Halewijn.
De mythe van De Kring als het epicentrum van politieke en culturele omwentelingen werd eerder al onderuit gehaald in het boek In intieme Kring, waarin Annemieke Hendriks De Kring portretteerde als een plaats om ‘ongecompliceerd te zuipen en te zeiken’.

‘Ik vind het leuk hoor, dat jonge mensen initiatief tonen en een grote mond hebben, maar op de ledenvergadering zie ik ze niet’

Sociëteit Arti

‘Ik ben even lid geweest van De Kring, maar ik vond het nogal gericht op uitgaan en dansen. En dat hoeft voor mij niet zo,” zegt kunstenaar Dirk Jan Jager (46), die ook lid is van kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae aan het Rokin. “Arti is niet zozeer een gezelligheidsvereniging, het is een beroepsvereniging,” zegt Jager. In de woorden van de voorzitter, schrijver Arie van den Berg (62): “Onze sociëteit speelt een minder grote rol in de tweede en derde huwelijksmarkt dan De Kring.”

Twee jaar geleden, toen de leden meenden dat er wel weer eens iets vernieuwends mocht gebeuren, heeft Arti wel geprobeerd van de vrijdagavond een drukbezochte dansavond te maken. Zonder succes. De jongeren kwamen niet en de ouderen bleven weg.
Nu hoeft Arti niet geforceerd op zoek maar jonge leden om het voortbestaan te garanderen, want de vereniging is eigenaar van het pand aan het Rokin en een aantal omliggende panden. “Met het geld dat we via het onroerend goed verdienen, houden we de club overeind. Dat houdt niet over hoor. Het is ieder jaar net erop of eronder,” zegt Van den Berg. “Maar dankzij het vastgoed hoeven we in elk geval geen idiote marketingstrategie te bedenken om jonge leden te trekken.”
Van de gemiddelde leeftijd van de 1500 leden die de sociëteit momenteel telt, heeft Van den Berg geen idee. Rond de vijftig, schat hij. Arti maakt onderscheid tussen kunstenaarsleden en kunstlievende leden; de zeshonderd kunstenaars betalen honderd euro per jaar, de anderen driehonderd. “Arti is altijd vrij grijs geweest. Maar het is natuurlijk wel belangrijk dat de zaak in beweging blijft. Daarom zijn we druk bezig met het formuleren van een duidelijke artistieke identiteit. Die ontbreekt: als Arti nu in de spiegel kijkt, ziet het niets,” zegt Van den Berg.
Arti werd in 1839 in Koffiehuis De Karseboom opgericht met als doel ‘kunstenaars onderling te verbroederen’. “Jarenlang gold Arti als een vluchthaven voor kunstenaars, maar in de kunstwereld is zo veel veranderd dat je je kunt afvragen in hoeverre kunstenaars van nu daar nog behoefte aan hebben. Arti is nog steeds een ontmoetingsplek en expositieruimte, maar we zijn druk in gesprek met leden om na te gaan wat we nog meer voor hen zouden kunnen betekenen.” Van den Berg ziet niet snel gebeuren dat de sociëteit een belangenbehartigingsvereniging wordt die bijvoorbeeld ook fiscale diensten aanbiedt, maar hij sluit niets uit.

“We zijn op zoek naar nieuwe mogelijkheden,” zegt Jager. Hij ziet de toekomst rooskleurig in. “Juist nu veel instellingen het moeilijk krijgen doordat op subsidie wordt gekort, kan een plek als Arti weer meer gaan betekenen op het culturele vlak.” Maar vorig jaar trokken de tentoonstellingen, die voor iedereen toegankelijk zijn, in totaal slechts 5058 bezoekers. Zowel Jager als Van den Berg wil de zichtbaarheid vergroten door betere tentoonstellingen te programmeren, eventueel in samenwerking met een externe curator. Daarvoor moeten wel eerst de zalen worden verbouwd, opdat ze aan de nieuwe klimaateisen voldoen – zo’n verbouwing kost al snel ruim vier ton.

Beeldend kunstenaar en theatermaker Harrie Hageman (68) zei onlangs zijn lidmaatschap van Arti op, omdat hij het ‘te veel een stoffige ouwelullenclub’ vindt. “Ik wijs naar niemand persoonlijk, maar ik ben het niet eens met de structuur die in de loop der jaren is ontstaan. Naar mijn idee is de vereniging vastgeroest rondom het gebouw. Het gaat te veel om het vastgoedbeheer en het rondpompen van geld. Ondertussen gebeurt er op het gebied van de kunst weinig spannends meer,” zegt Hageman, die voorstelt het gebouw aan het Rokin commercieel uit te buiten en de rest van de panden te verkopen en een nieuwe ruimte aan de rafelrand te betrekken waar kunstenaars de vrijheid hebben om een uitdagend programma neer te zetten. “Dat zal helaas nooit gebeuren. Nog nooit heb ik zoveel behoudende mensen bij elkaar gezien, zoveel beheerders van een verleden,” aldus Hageman.

‘Arti speelt een minder grote rol in de tweede en derde huwelijksmarkt dan De Kring’

De bar in de Industrieele Groote Club

‘Het is hier helemaal geen stoffige boel. We zijn niet allemaal deftige heren en we roken niet de hele dag sigaren,” zegt Maarten H. Rijkens (65), voorzitter van De Industrieele Groote Club (IGC) die meent dat de beeldvorming over zijn sociëteit niet zoveel te maken heeft met de werkelijkheid. De IGC doet er de laatste tijd veel aan om jonge carrièremakers te trekken. Zo onderhoudt de club contact met het Amsterdamsch Studenten Corps, het Rotterdamsch Studenten Corps en de Nyenrode Business Universiteit. Maandelijks organiseert de IGC een kennismakingsborrel die ook voor niet-leden toegankelijk is en elke avond worden activiteiten georganiseerd; onlangs gaven Christien Brinkgreve en Eric Koenen een lezing over masculiene en feminiene waarden in organisaties en kwam Frank Weijers, ceo van Unilever, vertellen over sustainability.

Blijkbaar slaat het programma van de IGC aan, want vorige week werden maar liefst 58 nieuwe leden geïnaugureerd. De club telt momenteel ongeveer achttienhonderd leden, met een gemiddelde leeftijd van 48 jaar. Daarmee is het de jongste besloten sociëteit van Amsterdam. En de duurste: leden tot 27 jaar betalen 316,58 euro lidmaatschap per jaar en dat wordt meer naarmate men ouder wordt. Veel leden van de IGC werken voor grote bedrijven als Heineken, Unilever, Shell, ABN Amro en ING, maar er is ook een toenemend aantal kleinere zelfstandige ondernemers. “Ik ben onlangs lid geworden, onder meer omdat ik de lezingen van een heel hoog niveau vind,” zegt communicatieadviseur Roos van Oeveren (39). “De club is lang niet zo grijs als ik aanvankelijk dacht. Ik heb er heel leuke mensen leren kennen, die bovendien echt iets te melden hebben.”

Net als De Kring en Arti is ook de Industrieele Groote Club een oudje. De huidige club ontstond nadat De Groote Club, die sinds 1872 op de hoek van de Kalverstraat en de Paleisstraat zat, in 1975 fuseerde met De Industrieele Club op de Dam, die uit 1913 stamt. Het bestuur doet zijn best om mee te gaan met de moderne tijd. Zo wordt behalve een uitgebreide lunch tegenwoordig ook een snelle hap geserveerd en is de programmering aangepast.
Maar dat wil niet zeggen dat tradities overboord worden gegooid. Nette kleding – ‘jasje-dasje’ voor de heren – is verplicht. “Dat levert nog wel eens discussie op, maar het is niet zo dat alle jongere leden het per definitie oneens zijn met de dresscode. Integendeel. Ik heb juist het idee dat jongeren onze tradities wel kunnen waarderen,” zegt directeur Richard Francke (36).
En daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. Binnenkort organiseert platenlabel Topnotch in samenwerking met cognacmerk Henessy een feestje in De Industrieele Groote Club. Dat juist die types de sociëteit kiezen voor een besloten evenement wil wat zeggen. Zij richten zich op de hippe voorhoede in de stad.

Ook de bestuursleden van De Kring en Arti hebben het over een ‘revival’ van hun sociëteit. Niet dat ze niet te lijden hebben van de crisis. Die heeft overal tot opzeggingen geleid. Maar bestaande en nieuwe leden zijn volgens de verschillende bestuursleden meer en meer met hun sociëteit bezig.
“Toen ik hier tien jaar geleden begon, was het clubgevoel nagenoeg verdwenen. Lid worden was iets dat men erbij deed. Het contributiegeld was geen probleem. Maar nu veel mensen beter op hun uitgaven letten en er dus bewust voor kiezen lidmaatschapsgeld te betalen, zijn ze in toenemende mate betrokken bij de sociëteit,” zegt Halewijn over De Kring. Hetzelfde geldt volgens Van den Berg voor Arti: “De sfeer is aangenaam. Leden tonen de laatste tijd steeds meer initiatief.”

De Kring, Kleine-Gartmanplantsoen 7
Arti et Amicitiae, Rokin 112
De Industrieele Groote Club, Dam 27

Eerder gepubliceerd op 5 november in Het Parool

Gerelateerde artikelen:

, , , ,