Dries Van Noten: anti-mode koning

Hij maakt nooit reclame, maar zijn shows behoren altijd tot het beste van de Parijse modeweek. De Belgische mode-ontwerper Dries Van Noten heeft het dertig jaar na de introductie van zijn eigen label drukker dan ooit. Zijn geheim? ‘Mode is passé’.

Foto: Marleen Daniëls

Portretfoto: Marleen Daniëls

Een wollen oversized jas met een mannelijke snit, verfijnde borduursels en gekleurde edelstenen. Een klassiek overhemd voor mannen met een uitgesproken bloemenprint, geïnspireerd op 19de-eeuwse stof. Een lange zijden rok met kleurrijke, geometrische prints onder een losse top met pailletten. Vorige week, twee dagen na zijn modeshow in Parijs met de nieuwe wintermode voor vrouwen, werd in het Musée des Arts Décoratifs Fashion Space geopend, een overzichtstentoonstelling met werk van Dries Van Noten (55). Dat zijn kleren het museum hebben gehaald, is bijzonder. Terwijl andere ontwerpers, zoals Viktor & Rolf, via het museale circuit op de Parijse catwalk belandden, heeft de Antwerpse ontwerper nooit geflirt met de museumwereld. Van Noten, bescheiden: ‘Ik heb nooit stilgestaan bij het feit dat mijn werk in het museum terecht zou kunnen komen.’

Zijn shows staan niet bekend om ondraagbare spektakelstukken die louter om aandacht schreeuwen. Zijn eerste houdt hij in 1985, in zijn eigen winkel in Antwerpen. Een jaar later breekt hij, als één van de Zes van Antwerpen, internationaal door tijdens een presentatie in Londen met toegankelijke mannenmode. ‘Ik maak kleding om te verkopen.’ Hij vergelijkt zijn beroep met dat van een bakker. ‘Die moet ook verkopen. Wat heb je aan heerlijk brood als niemand het eet?’
Van Noten is er de man niet naar om op te scheppen over zijn werk. Hij staat niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Op modefeestjes zie je hem niet. Hij zit liever thuis, in de tuin. Interviews geeft hij maar heel zelden.
Op het vijf verdiepingen tellend pakhuis aan de oude haven van Antwerpen waar zijn hoofdkantoor is gevestigd, verwijst alleen een kleine sticker onder de bel naar zijn naam. Binnen doet de nonchalante inrichting denken aan die van zijn winkels. Tussen computers, snijtafels en naaimachines zie je fraaie antieke spiegels, art-decomeubels en 19de-eeuwse kasten, Turkse tapijten en kunstwerken. De bovenste verdieping doet dienst als showroom, een etage lager zit Van Noten met zijn creatieve team. Op de onderste twee etages hangt de voorraad; van hieruit worden alle bestellingen naar de winkels verzonden.

Maakt uw manier van werken u tot een buitenbeentje?
‘Ik ben niet opzettelijk contrair. Ik ben een product van mijn tijd. Ik kom uit een bourgeoisfamilie en ik heb een klassieke opvoeding gehad, ik ging bij de jezuïeten naar school. Goed, ik ben ook volwassen geworden in de jaren zestig en zeventig. Maar ik heb nooit gedacht: zo, ik ga het eens lekker anders doen dan de rest. Mijn bedrijf is gewoon zo gegroeid. Ik heb de afgelopen dertig jaar er geen strak geregisseerd businessplan op nagehouden. Volgens mij werkt dat ook niet in de mode. Je moet gewoon goede spullen maken.’

Zijn aanpak heeft succes. Waar veel modemerken veruit het meeste geld verdienen met de verkoop van parfums en accessoires, bestaat de omzet van Van Noten voor 95 procent uit de verkoop van kleding. Hij is met zes eigen winkels, onder meer in Antwerpen, Parijs en Singapore, nog steeds onafhankelijk van grote geldschieters als LVMH en Kering, die het in toenemende mate voor het zeggen hebben in de internationale mode.
Van Noten is charmant en bedachtzaam. Hij praat in volzinnen, laat gerust een korte stilte vallen en haalt af en toe zijn hond Harry aan. Hij ziet er onberispelijk uit: nette broek, overhemd, V-halstrui, sjaal. Zijn gast neemt hij in enkele seconden op van top tot teen. Natuurlijk kijkt hij. ‘Kleding zegt veel over iemand. Ook over degenen die zeggen er niets mee te hebben. Kleding is voor mij communicatie. In de kleren die iemand draagt, ligt een statement.’

Welk statement maakt u met uw kleren?
‘Ik heb mezelf een soort uniform aangemeten, zoals de meeste mode-ontwerpers. Ik neem de hele dag al beslissingen over kleuren, stoffen en ontwerpen. Het laatste wat ik ‘s ochtends wil, is lang nadenken over mijn eigen kleren. Dus kies ik kleding waarmee ik netjes voor de dag kom. Als ik naar een restaurant ga, neem ik ook het liefst de dagschotel, omdat ik na een lange dag werken simpelweg geen zin meer heb uit een uitgebreide menukaart te kiezen.’

Fragment uit de expositie

Wat wilt u laten zien in de tentoonstelling?
‘Ik wil laten zien hoe mijn brein werkt. Ik laat bewust niet alleen maar kleding zien, mijn inspiratie is veel breder. Daarom heb ik stukken uit mijn eigen archief gecombineerd met die uit het kostuumarchief en met hedendaagse kunstwerken: een gebloemd overhemd naast een gilet van Jimmy Hendrix, een bijna effen top naast een schilderij van Malevitsj. Met die opstelling wil ik duidelijk maken welke verbanden ik leg, intuïtief en emotioneel.’

Waar haalt u uw inspiratie vandaan?
‘Ik ben constant aan het kijken en lezen. Ik probeer alles te begrijpen en goed op de hoogte te zijn van maatschappelijke ontwikkelingen. Ik ben geboeid door dingen die ik lelijk vind, die probeer ik te ontleden. Als ik aan het begin van het seizoen tegen mijn team zeg dat we een bepaalde kleur niet gaan gebruiken, omdat ik die niet mooi vind, weten ze dat de collectie straks er vol mee zit. Omdat ik me erin ga verdiepen. Dan kom ik er bijvoorbeeld achter dat lila heel mooi is op een glanzende stof, maar niet op een harige.’

De inspiratie voor een collectie komt niet per definitie voort uit dingen die hij lelijk vindt, zegt Van Noten. De inspiratie kan overal vandaan komen. ‘Een woord, een foto, een schilderij.’ In 2001 liet hij een collectie zien waarvan het kleurbeeld verwees naar de schilderijen van de Engelse kunstenaar David Hockney. Voor de zomermode van 2008 vertrok hij vanuit het woord ‘vrolijkheid’, en dat leverde een bonte mix van kleuren op. De mode van afgelopen winter, met onder meer rokken met struisvolgelveren, was losjes geïnspireerd op de kleding van Hollywooddanspaar Fred Astaire en Ginger Rogers. En de bloemenprints van de voorjaarsmode die nu in de winkel hangt, zijn geïnspireerd op 19de-eeuwse stoffen die hij vond in het depot van het Musée des Arts Décoratifs en waarvan hij replica’s heeft laten maken. ‘Maar’, zegt Van Noten, ‘mijn uitgangspunt doet er niet toe. De kleren moeten voor zich spreken.’

Collectie A/W 2008

Hoe was het om na bijna dertig jaar door uw eigen archief te gaan?
‘Confronterend. Bij sommige collecties heb ik de hoezen snel weer dichtgeritst, omdat ik de kleren niet relevant vond. Ze waren bijvoorbeeld te kleurig of uitbundig. Maar een groot deel van mijn werk heeft nog steeds bestaansrecht, dat vond ik heel aangenaam om te zien. Er zit ook een duidelijke rode draad in mijn werk.’

Wat dan?
‘Ik wil mijzelf niet opdringen. Wie mijn kleding draagt, mag zich niet verkleed voelen. Mensen moeten zich mijn kleren kunnen toe-eigenen. Mode is voor mij geen dictaat.’

De kleding van Van Noten is ingetogen, in zekere zin klassiek – noem het aristocratische chic. Gemaakt met respect voor stof en traditie. Van geveinsde clichés over erotiek moet hij niets hebben. Hij gaat niet voor kort en strak, voor in your face-sexy. Maar zeg niet dat zijn kleding niet sensueel is. Zijn jurken vallen soepel om het lichaam en hij gebruikt altijd mooi geweven, geborduurde en bedrukte stoffen.
De ontwerper steekt veel tijd en geld in het ontwikkelen van materialen: hij maakt zijn eigen prints en hij laat zijn eigen stoffen weven, bedrukken en borduren. Toen hij net begon, liet hij alles in België maken. Maar daar zijn niet meer genoeg fabrikanten, dus worden de kleren en stoffen nu ook in de rest wereld gemaakt. De borduursels komen steevast uit India; rond Calcutta werken bijna drieduizend mensen voor Van Noten. Sommige Indiërs borduren al twintig jaar voor hem. ‘Ik heb heel veel respect voor de tradities en het vakmanschap van kleren maken. Een perfect gemaakt jasje kan mij tot tranen ontroeren.’

Collectie S/S 2013

Maakt u zich wel eens zorgen of uw kleding modieus genoeg is?
‘Nee. Ik vind het begrip mode passé. Het gaat tegenwoordig over persoonlijkheid en stijl. In de jaren zestig en zeventig hoorde bij ieder seizoen een ander dictaat. Een kleur, een bepaalde roklengte. Toen moest je wel een minirok aan, of je nu wel of geen mooie benen had. Ik ben blij dat die tijd voorbij is. Want ik vind het niet aan een modeontwerper om te zeggen: nu moet je per se dit aan. Ik vind dat een ontwerper mogelijkheden moet bieden, hij moet laten zien hoe het anders kan. Simpel gezegd is het mijn taak kleren te maken waarvan ik zelf nog niet wist dat ik ze wilde hebben, zoals een uitbundig gebloemd mannenoverhemd.’

Van Noten is er trots op dat zijn kleding jaren meegaat en dat hij al drie generaties vrouwen kleedt. Van top tot teen gekleed in Van Noten, dat hoeft van hem niet. ‘Ik vind het juist leuk als mijn klanten een stuk uit een collectie van een paar seizoenen geleden combineren met een nieuw stuk en met kleren van andere ontwerpers.’
Het feit dat hij niet voorschrijft, wordt beschouwd als de kiem van zijn succes. Zijn merk is bij de modejetset op dit moment zelfs zo populair dat hij overal ter wereld eigen winkels zou kunnen openen. Maar daar voelt Van Noten weinig voor. ‘Als ik een winkel open, dan wil ik dat het een bijzondere plek is, die wordt gerund door bijzondere en betrokken mensen. Natuurlijk moeten we ieder seizoen groeien om de firma gezond te houden, maar ik probeer dat groeiproces zo rustig en gecontroleerd mogelijk te laten verlopen.’
Dat maakt zijn bedrijf anders dan andere modebedrijven. Hij heeft nooit het imperium gezocht. Toen veel jonge ontwerpers gingen samenwerken met grote concerns – Helmut Lang en Jil Sander met Prada, Stella McCartney en Alexander McQueen met de Guccigroep – bleef hij onafhankelijk.
Er is nog iets dat hem onderscheidt van andere ontwerpers: hij maakt geen reclame. In het begin had hij daar geen budget voor, inmiddels is hij ervan overtuigd dat zijn klanten geen bevestiging nodig hebben in de vorm van advertenties. Door zijn manier van werken, is Van Noten een voorbeeld geworden. Vooral jonge ontwerpers kijken nu naar hem op, omdat hij nog steeds zijn eigen bedrijf in handen heeft en nooit is gezwicht voor een groot concern.

Collectie A/W 2014


U staat creatief en zakelijk aan het hoofd. Als u moet kiezen, wat wint dan?

‘Ik ben groot geworden met kopen en verkopen want mijn vader zat in de textiel. Ik kijk graag naar de verkoopcijfers. Maar als het nodig is, investeer ik in creativiteit. Zo heb ik afgelopen zomer in de nacht voor het defilé de locatie compleet laten ombouwen. Van een langwerpige naar een ronde opstelling. Je kunt je indenken dat zo’n beslissing gepaard gaat met de nodige kosten, want het team was al twee dagen bezig geweest met de opbouw van de locatie. Maar ik vind het heel belangrijk dat de show klopt.’

Zijn shows behoren al jaren tot de best geregisseerde en meest legendarische van Parijs. Zo heeft hij voor zijn derde show eens vrachtwagens vol verse bloemen uit Nederland naar Parijs laten komen. Een paar jaar later bestelde hij vijftig oude fietsen in Nederland en liet hij zijn modellen op het binnenplein van het Palais Royal rondfietsen. Wie erbij was, heeft het nu nog over de show die hij bijna twintig jaar geleden onder de Eiffeltoren gaf: op de bodem van een drooggelegd zwembad kregen bezoekers een dekentje en een kop warme soep tegen de kou. Zijn vijftigste show in 2005 sloeg alles. Toen kregen vijfhonderd genodigden een luxe diner voorgezet door 250 obers aan een tafel die een kwart kilometer lang was en waarover bij wijze van toetje de modellen liepen. De nieuwste mannenmodecollectie liet hij een paar maanden geleden zien in de manege onder het Grand Palais. De vrouwenmode voor deze zomer toonde hij vorig jaar oktober in de imposante lege ruimte van La Halle Freyssinet.

Collectie A/W 2014

Ben u een controlfreak?
‘Ja. Dat moet ook wel, denk ik. Er is al zo veel kleding op de wereld, als je daaraan iets wilt toevoegen, moet je wel ervan overtuigd zijn dat het goed genoeg is. Ik lig dikwijls wakker van mijn werk, want ik doe dit met hart en ziel.

Hij noemt zijn partner, Patrick Vangheluwe, die sinds 1986 in het bedrijf werkt, zijn klankbord. Ze wonen samen in Lier, in een huis op een landgoed van 24 hectare groot, ten zuidoosten van Antwerpen. Zijn privéleven doet hij af als onopvallend. ‘Het is niet zo dat niemand er iets van mag weten. De meeste mensen weten wel dat ik een vriend en een hond heb. Maar verder doet het niet ter zake. Met mijn kleren laat ik al genoeg zien. Bovendien houd ik er geen spectaculair privéleven op na. Als ik niet met mijn werk bezig ben, ben ik het liefst in de tuin.’

In het boek dat bij de tentoonstelling is verschenen staan prachtige foto’s van uw tuin. Hoe belangrijk is die tuin voor u?
‘Heel belangrijk. Het is geen hobby, maar een passie. Zeker in de lente en in de zomermaanden probeer ik een uur of twee per dag in de tuin bezig te zijn. En ook nu kijk ik iedere dag of de akonieten of sneeuwklokjes al bloeien. Ik heb het tuinieren nodig als tegenwicht. Ik vind het prettig om met mijn handen in de grond te woelen en met mijn twee voeten in de aarde te staan. Mode kan heel snel en dwingend zijn. Tuinieren is ook dwingend, maar op een andere manier. Het houdt me nederig. Ik kan wel willen dat het regent of dat de zon gaat schijnen, maar daar heb ik geen invloed op.’

U bent een paar jaar geleden 50 geworden. Hoe lang gaat u nog door?
‘Ik wil niet zo lang doorgaan als Armani of Lagerfeld. Omdat ik verantwoordelijk ben voor honderd man personeel, denk ik natuurlijk na over de toekomst van mijn bedrijf. Maar gelukkig ben ik nu nog niet zo oud. Ik ben voorlopig nog niet van plan om te stoppen.’

Ik vind het niet aan een modeontwerper om te zeggen: nu moet je per se dit aan’


Dries Van Noten 
1958: geboren in Antwerpen.
Loopbaan
1977-1981: studeert Mode aan de Koninklijke Academie van Antwerpen.
1985: eerste show in eigen winkel in Antwerpen.
1986: eerste show in Londen, als onderdeel van de Zes van Antwerpen, gevolgd door orders van toonaangevende winkels.
1989: opent grote eigen winkel, Het Modepaleis in Antwerpen.
1993: eerste vrouwenmodeshow in Parijs.
2000: verhuizing naar nieuw hoofdkantoor in de haven van Antwerpen.
2005: 50ste show en publicatie van eerste boek.
2007: opent eigen winkel in Parijs, aan de Quai Malaquais.
2008: prijs voor Best International Designer, van de Council of Fashion Designers of America (CFDA)
2009: benoemd tot ‘Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres’ door het Franse Ministerie van Cultuur.
2010: opent eerste mannenmodewinkel in Parijs, aan de Quai Malaquais.
2013: lanceert eigen parfum in samenwerking met Frédéric Malle.
2014: overzichtstentoonstelling in Musée des Arts Décoratifs in Parijs (tot en met augustus 2014).

 

Eerder gepubliceerd op zaterdag 8 maart 2014 in het modenummer van Volkskrant magazine

Gerelateerde artikelen:

, , , ,