Dubbelinterview: Iris van Herpen & Marian Wigger

Marian Wigger maakte in de jaren negentig naam als hoofdontwerpster van Turnover en begon in 2006 met vrouwenlabel en webwinkel Zenggi. Iris van Herpen geldt als een van de grote modebeloften van Nederland. Wigger maakt vrouwelijke en comfortabele kleding voor een groot publiek, Van Herpen maakt sprookjesachtige en arbeidsintensieve ontwerpen die ze nog nauwelijks verkoopt. Een ontmoeting.

 Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Gelukkig was de aardbeientaart van Van Avezaath nog een dag goed. Want in eerste instantie kwam Iris van Herpen, volgens PR-dame Davy Hezemans normaal heel secuur, niet opdagen op de afgesproken donderdagmiddag. Vrijdagochtend ontmoetten de beide dames elkaar alsnog. Ruim voor tijd stond Van Herpen al voor de deur van Wiggers woning in Oud-Zuid. Met een doos bonbons om het goed te maken. Slimme zet, want volgens Wigger ‘moet een ontwerper zich kunnen verkopen’. “In de mode gaat het niet alleen maar om wat je maakt. Persoonlijkheid is minstens zo belangrijk,” meent Wigger.

Marian Wigger (Enschede, 1954) – donkergroene blouse en blauwe broek – zit aan het hoofd van de tafel. Stoer, aanwezig. Ze zegt waar het op staat, maakt grappen; af en toe klinkt haar klaterende lach. Iris van Herpen (Wamel, 1984) – zwart wikkelvest en een zwarte legging– is onder de indruk van Wiggers huis. Van Herpen is klein, tenger, frêle; ze deed aan klassiek ballet tot ze de naar de kunstacademie ging. Na een half uur begint ze zich zichtbaar meer op haar gemak te voelen, wordt ze steeds spraakzamer.

Marian Wigger vertrok na een opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in de Arnhem – Van Herpen studeerde daar ook – naar Karachi om voor een Pakistaanse fabrikant een collectie te maken. Vervolgens ging ze naar India, voor dezelfde producent. Terug in Nederland werkte ze als assistent-inkoopster voor Mac & Maggie en later als stylist voor Peek & Kloppenburg, Witteveen (tegenwoordig We International) en Sandwich. In 1989 werd ze door de Secon Groep (toen nog Zantman Modegroep) gevraagd om het merk Turnover, dat net wast opgericht, succesvol te maken. Onder leiding van Wigger ontwikkelde Turnover zich in vijftien jaar tijd tot een miljoenenbedrijf met een collectie in meer dan vijftien landen, een flagshipstore in Antwerpen, een conceptstore in Delft en een omzet van rond de 35 miljoen euro. In 2002 won ze met Turnover de Grand Seigneurprijs ‘als een van de weinige Nederlandse merken met een eigen gezicht en een grote creativiteit en intelligentie’.

In 2003 stapte Wigger op bij Turnover, vanwege ‘gerommel’ in het bedrijf. Ze nam twee jaar vrij en begon toen – ‘ik vind mijn werk te leuk, ik ging het missen’ – met vrouwenlabel Zenggi, dat ze online verkocht via haar eigen webwinkel. In 2008 stond ze op de tweede plaats in de Top 25 voor ‘beste e-commerce professional’. Inmiddels heeft ze een e-commerce manager aangenomen en richt ze zich op de uitbreiding van de Zenggi-collectie en de verkoop van het merk aan winkeliers; voorjaar 2011 moet de eerste collectie in de winkels liggen.

Iris van Herpen, die tijdens haar studie stage liep bij Alexander McQueen en Claudy Jongstra, heeft sinds 2006 een atelier op een industrieterrein in Arnhem. Medio 2007 debuteerde ze tijdens Amsterdam Fashion Week, als een van de grote verrassingen. Haar ontwerpen zijn sprookjesachtig, extravagant en futuristisch. Van Herpen is een tikje wereldvreemd. Bladen leest zo min mogelijk, televisie kijkt ze niet; tot een jaar of twee geleden sliep ze in drukke tijden soms tussen haar werk. Wat ze maakt, maakt ze met de hand. Met oneindig geduld en toewijding. Van Herpen en haar stagiaires werken gerust meer dan een maand aan één kledingstuk.

Wigger zag het werk van Van Herpen voor het eerst van dichtbij tijdens de Arnhem Mode Biënnale, vorig jaar. Daar stond een ontwerp dat ze speciaal voor de Biënnale gemaakt had, van honderden stroken leer. “Ik was onder de indruk van het handwerk. En van de uitgesproken vorm. Hoe kom je op het idee?” Van Herpen: “De Biënnale had het thema ‘shape’. Ik heb geprobeerd om een jurk te creëren die geen vaste vorm heeft. Als je er naar lang naar kijkt, lijkt het alsof-ie beweegt.”

Iris van Herpen

Van Herpen weet steevast te verassen met bijzondere collecties en afwijkend materiaalgebruik. Zo trok ze eerder, toen ze zich had laten inspireren door kraaien en middeleeuwse alchemisten, een complete collectie op uit duizenden meters garen, tot dikke strengen geweven, een paar stroken leer, heel veel metalen ringetjes en de baleinen van ruim zevenhonderd kinderparaplu’s. Voor haar nieuwste collectie maakte ze gebruik van de nieuwste driedimensionale printtechnieken en liet ze een aantal kledingstukken en sieraden in New York ‘printen’.

Zoiets zou Wigger nooit doen. Wigger – ze zegt het zelf, lachend – doet eigenlijk ‘al jaren hetzelfde’. Ze maakt kleding die ze zelf wil dragen. Niet hip, wel modieus, een beetje klassiek, simpel. Veel natuurlijke stoffen in groene, grijze, blauwe en beige tinten. “Ik maak niet iets om vernieuwing te brengen, ik wil iets maken waarin vrouwen er beter uitzien. Ik denk vanuit het vrouwenfiguur, want ik ken zoveel vrouwen – en die groep wordt alleen maar groter naarmate ik ouder word – die zeuren over hun figuur en de kleding die ze aanmoeten.” Ze vindt het leuk dat de dingen die zij bedenkt, aanslaan bij een hele grote groep. En ze vindt het belangrijk dat haar kleding betaalbaar is, in de wasmachine kan en in de handbagage past. Lekker praktisch.

Nee, dat Van Herpen. Praktisch is een adjectief dat vrijwel niet voorkomt als het om de beschrijving van haar kleding gaat. Wigger vraagt zich af of Van Herpen überhaupt beseft dat kleding verkocht moet worden. “Als ik ontwerp, zit ik in mijn eigen bubbel, op die momenten ben ik me niet bewust van het modesysteem. Maar het grootste deel van mijn ontwerpen is goed te dragen, zij het voor een ander moment en met een ander doel dan zoals wij hier nu zitten. Het is gelegenheidskleding.” Wigger: “Door wie en op welke momenten zou je het gedragen willen zien?” Van Herpen: “Ik ontwerp niet met een bepaald type vrouw in mijn hoofd. Ik heb geen muze, misschien komt dat nog. Het wordt zo vaak gevraagd dat ik er bijna een zou verzinnen om een antwoord klaar te hebben. Maar als je mijn kleding draagt, ben je automatisch een bepaald type, je moet er durven staan.” Natuurlijk was ze blij toen de Amerikaanse zangeres Lady Gaga vorig jaar augustus op een persconferentie in Manilla in een van haar ontwerpen – een naturelkleurige leren jas met opgestikt bustier in goudkleur – verscheen, maar als ze mocht kiezen had ze voor een ‘echte sterke vrouw’ gekozen, zoals Deborah Anne Dyer (bekend als ‘Skin’), zangeres van de band Skunk Anansie.

In Nederland ziet Van Herpen nauwelijks mogelijkheden. Ze opereert bewust internationaal. Zo wordt ze behalve door een Nederlands PR bureau, vertegenwoordigd door Blow PR in Londen. Over krap twee weken geeft ze een show in Londen. De afgelopen twee seizoenen presenteerde ze haar collecties ook al in Londen, maar dit keer is haar presentatie voor het eerst opgenomen in het officiële schema van Londen Fashion Week. Dat wil zeggen dat het goed gaat, want een plekje op het officiële modeschema is voor een beginnend ontwerper ongeveer evenveel waard als een Oscarnominatie voor een beginnend acteur. Volgend jaar maart gaat ze in Parijs presenteren, ze heeft al een ruimte gereserveerd in het Institut Néerlandais. “Ik moet nu beslissen wat ik verder wil doen. Ik ben ook uitgenodigd om mee te doen aan New York Fashion Week in februari, maar ik weet niet of ik genoeg geld heb om daar te presenteren.”

Wigger: “Waarom zou je nu al in New York presenteren? New York Fashion Week is best heel commercieel, ik denk dat jij in Londen beter op je plek bent. In Londen ligt de focus op jonge ontwerpers. Wie goed genoeg is, komt vervolgens in Parijs terecht. Neem Gareth Pugh, ik heb hem gezien toen hij in Londen begon. Ik vond er destijds niet zoveel aan, typisch academiegeleuter, maar tegenwoordig staat hij op het officiële schema van Parijs. Even voor de duidelijkheid: ik vind jou honderdduizend keer beter dan Gareth.” Van Herpen: “Dankjewel. Ik heb ook niet zoveel met zijn werk, met name de commerciële collectie vind ik niet zo sterk, maar ik denk dat hij hele goed connecties heeft.”
Wigger: “Et voilà: connecties! Retefrustrerend, maar in de mode gaat het lang niet altijd alleen maar om het product. Handigheid, slimheid en marketing zijn vreselijk belangrijk. Gareth is daar het ultieme voorbeeld van: zonder goede connecties had hij het nooit zover geschopt. Hoe verkoop jij jouw idee zodanig dat je er iets mee bereikt?” Van Herpen: “Tijdens de modeweek in maart ben ik voor het eerst de confrontatie met inkopers aangegaan, in een showroom in Parijs. Verkopen was niet mijn eerste doel, ik wilde laten zien waar ik mee bezig ben en ik was benieuwd naar de feedback. Toen bleek dat er vrij veel animo was voor mijn werk. Ik heb voor twee winkels, een in Antwerpen en een in Milaan, bestellingen gemaakt. Vijftien stuks in totaal. Meer was niet mogelijk geweest, want

ik heb alles met de hand gemaakt.”

Dat ze niet eeuwig alles met de hand kan blijven maken, weet Van Herpen ook wel. Maar voorlopig staat ze erop om haar collecties op die manier te produceren. Dat wil zeggen dat haar kleding tegen coutureprijzen – de prijs voor een top loopt al snel in de duizenden euro’s – verkocht word. “Uiteindelijk wil ik stukken hebben die mijn vrienden of ik ook zouden kunnen betalen. Maar dat betekent dat ik mijn ontwerpen in een fabriek zou moeten laten maken. En zoveel concessies wil ik nu nog niet doen. Wat ik nu maak is, mede door de manier waaróp ik het maak, echt anders dan wat al in de winkels hangt. Dat vind ik op dit moment heel belangrijk.”

De stap naar een iets groter publiek maakt ze met schoenen en tassen, die ze in samenwerking met United Nude produceert. De schoenen, die dit najaar verkrijgbaar zijn – onder meer via net-a-porter.com – kosten nog steeds bijna duizend euro. Dat is veel geld voor schoenen, maar een paar laarzen van een merk als Gucci kost al snel net zoiets en van Van Herpens ontwerp zijn maar 240 paar gemaakt. “Jij kunt dat soort prijzen prima vragen, want je spreekt een heel ander publiek aan dan ik. Ik doe zaken met commercieel en praktisch ingestelde consumenten en winkeliers. Mensen die jouw ontwerpen kopen, zijn op de hoogte van de wereld van high fashion en hebben een bepaalde liefde voor het ontwerp,” zegt Wigger.

Voor de schoenen, vertelt Van Herpen, hoeft ze alleen maar het ontwerp te maken. De rest regelt United Nude. Ideaal, vindt ze. “Dat is zeker ideaal, want als ontwerper ben je over het algemeen heel veel tijd kwijt aan andere dingen dan ontwerpen. Eigenlijk is dat idioot. Van een boekhouder verwacht niemand dat hij ook een collectie maakt, terwijl van een ontwerper wel wordt verwacht dat hij de boekhouding ernaast doet,” zegt Wigger, die toen ze als algemeen directeur bij Turnover begon met veertig procent mede-eigenaar van het merk werd en een positie als een van de zeven aandeelhouders in moederbedrijf Secon bedong. In juni 2002 nam ze afstand van een deel van haar zakelijke verantwoordelijkheden en ging ze verder als creatief directeur. Door sommige mensen werd dat als een stap terug gezien. Door Wigger niet. Kwestie van kunnen toegeven wanneer je ergens minder goed in bent; ze had niet zoveel met zaken als financiën en personeelsbeleid.

Marian Wigger

Wigger: “Om van een label een succes te maken, zijn twee mensen nodig: een creatief iemand én iemand met commercieel en zakelijk inzicht. Gelukkig wordt dat steeds meer erkend. Toen ik begon, was het nog vanzelfsprekend dat een ontwerper alles deed. Ik heb het idee dat die opvatting is veranderd sinds het succes van Gucci, dat een hit werd dankzij de samenwerking van creatieveling Tom Ford en zakelijk brein Domenico del Sole.” Van Herpen: “Ik ben al een hele tijd op zoek naar iemand die een deel van de dingen die ik nu doe, zou kunnen overnemen. Maar ik kan alleen maar werken met iemand die ik honderd porcent vertrouw, en dat heeft tijd nodig.”

Van Herpen verbaasd zich over de werking van de hedendaagse mode-industrie. “Ik vind het een heel raar gegeven dat de meeste modehuizen niet meer van de verkoop van kleding bestaan, maar vooral geld verdienen met parfums en accessoires,” zegt ze. Dat ze zelf inzet op tassen en schoenen, wil niet zeggen dat ze op de commerciële toer gaat. “Dan zou ik een ander soort schoen ontworpen hebben. Dit is nog niet bedoeld om groot geld mee te verdienen.” Net zoals ze nog niet verdient aan de driedimensionale printtechniek waar ze sinds kort mee werkt. Voorlopig kost die werkwijze alleen maar geld. Van Herpen: “Ik zie mijn werk als een zoektocht.

In mijn hoofd zitten nog heel veel aanzetten tot dingen die ik ooit zou willen maken.”

Focus, meent Wigger, is het belangrijkste. “Als ontwerper moet je vasthouden aan één lijn. Van Viktor & Rolf kun je vinden wat je wilt, maar zij zijn een meester in strategie en planning. Van het begin af aan zijn ze streng geweest in hun keuzes. En het is echt niet makkelijk om nee te zeggen als je geen cent te makken hebt. Hoe ga jij om met verzoeken van mensen die met je willen werken?” Van Herpen: “Ik vraag zoveel mogelijk advies voordat ik ergens over beslis. Want keuzes die ik nu maak, hebben invloed op wat ik de komende jaren ga doen. Toen ik net begon, was ik veel impulsiever, zei ik gemakkelijker ‘ja’. Hoewel ik nog niet precies kan zeggen waar ik over tien jaar precies ben – ik hoop dat ik dingen doe die ik nu nog niet eens kan bedenken – heb ik een duidelijk doel voor ogen: ik wil doen wat ik nu doe, maar dan op een hoger niveau.”

Voor beide dames is ontwerpen een vorm van vertrouwen op hun intuïtie. “Hoe dichter mijn werk bij mezelf staat, hoe beter het gaat. Dat wil niet zeggen dat ik het allemaal aan moet kunnen, het gaat erom dat ik doe wat dichtbij mijn gevoel ligt. Denken in doelgroepen vind ik complete onzin. Voor Peek & Cloppenburg moest ik voor vier verschillende segmenten ontwerpen. Verschrikkelijk. Ik heb wel eens aan mijn oma gevraagd wat ze van een ontwerp vond, omdat ik nul affiniteit met die doelgroep had. Niemand kan voorspellen wat de consument wil; de consument weet het zelf niet eens, dus hoe kan een marketeer dat dan wel weten? Rot toch op,” zegt Wigger. Van Herpen: “Ik ga er ook altijd maar vanuit dat een goed product vanzelf een doelgroep creëert. Ik wil dat mijn werk op zichzelf kan staan. Er zijn al genoeg trends op de wereld, ik voel niet de behoefte om daaraan bij te dragen.” Juist voor zo’n tegendraadse benadering is ruimte, volgens Wigger. “Je moet er toch niet aan denken dat iedereen maar met alle winden meewaait?

Houd het tegendraads. Graag.”

Eerder gepubliceerd in september 2010 in Het Parool (modemagazine)

Gerelateerde artikelen:

, , , , ,