Goed Te Pas

Modeman Steve te Pas is back in town. Hij was het brein achter het ongekend hippe jeansmerk Blue Blood dat uiteindelijk failliet ging. En nu lanceert hij groots Good Genes, wederom hip en veelbelovend. Herhaalt de geschiedenis zich?

Steve te Pas/ foto: Ivo van der Bent

Dat hij het opnieuw met spijkerbroeken zou proberen, lag voor de hand, zegt Steve te Pas. Want spijkerbroeken maken en ‘in de markt zetten’, is volgens de 42-jarige modeman het enige wat hij echt goed kan. Ook al is hij eerder keihard op zijn bek gegaan met de handel in spijkerbroeken.
Hij bedacht in 2003 jeansmerk Blue Blood, dat lange tijd het paradepaardje van het ‘new luxurysegment’ was, een door Te Pas bedachte sector met dure, casual confectiekleding. New luxury werd een wereldwijd geaccepteerde term, waarop gevestigde merken als Levi’s en Replay hun collecties hebben uitgebreid met duurdere premiumlijnen.
Te Pas, die wippend op zijn stoel continu nieuwe plannen verzint, maakte snel naam als een nieuw modetalent. Hij nam in 2004 het initiatief voor Amsterdam Fashion Week en hij was ervan overtuigd dat Blue Blood net zo groot zou kunnen worden als Diesel of G-star. Over het faillissement van zijn bedrijf Blue Blood en het daaropvolgende persoonlijke faillissement (zie kader) praat hij niet.
Liever heeft hij het over zijn nieuwe label, Good Genes. Soms struikelt hij bijna over zijn eigen woorden, zo enthousiast is hij. Begin maart opende de eerste winkel, op de Albert Cuypstraat in Amsterdam. Het is een imposante winkel, met een metalen gevel, ruwe bakstenen muren, scheidingswanden van planten en veel glas. Op het openingsfeestje kwamen nogal wat hipsters af. De 1.500 flessen bier, wodka en champagne die Te Pas via sponsors had geregeld, gingen allemaal op.
In de rekken hangt het soort kleren dat hij zelf graag draagt. Kleren die er casual uitzien, maar stiekem luxe zijn. Denk aan een kasjmier colbert dat met paardenhaar is gevoerd en spijkerbroeken van ongewassen Japanse denim.

Waarom een nieuw jeansmerk?
‘Omdat er ruimte is voor nieuwe initiatieven. Ik weet dat het crisis is en dat die nog wel even aanhoudt, maar dat vind ik alleen maar meer reden om met iets nieuws te beginnen. Veel merken die vier jaar geleden groot waren, zijn langzaam aan het verdwijnen. Maar naar een nieuw product dat écht goed in elkaar zit, is zeker vraag. Good Genes is straks te koop bij de beste winkels ter wereld. Denk aan Confederacy in Los Angeles, 14 Oz in Berlijn en Four in de PC Hooftstraat in Amsterdam.’

Weer zo’n elitair luxemerk dus?
‘Nee, dat valt wel mee. Spijkerbroeken zijn er vanaf 150 euro en die zijn gewoon te koop bij een keten als de Rode Winkel. Maar we hebben ook een duurdere premiumlijn, met pakken van ten minste 1.100 euro. Die worden in Italië gemaakt, in de fabriek waar ook de pakken van Brioni worden gemaakt. We werken met messcherpe marges omdat we het label niet uit de markt willen prijzen. Dat betekent dat we niet aan alle producten evenveel verdienen, maar ik vind het belangrijk dat Good Genes bereikbaar blijft.’

Wat maakt Good Genes zo bijzonder?
‘De Born in the Bronx-attitude van het label. Die term heb ik zelf verzonnen. De filosofie achter het merk is gebaseerd op de lessen die ik tot nu toe heb geleerd. Good Genes is een no-nonsense product. Als het label zegt Made in Italy, dan is het product van begin tot eind in Italië gemaakt, van het garen en de stof tot de knopen en het handwerk. Het is allemaal niet te ingewikkeld. De collectie met spijkerbroeken bestaat uit vier stijlen, die heten gewoon een, twee, drie en vier. Die gaan van een skinny tot een wijde broek, de boyfriend. Verder kunnen klanten kiezen uit een nieuwe denim, of een met gebruikssporen tot veertien jaar oud.’

Te Pas is enthousiast over zijn Born in the Bronx-filosofie. Hij lepelt moeiteloos de namen op van in de Bronx geboren beroemdheden. Al Pacino, Mary J Blige, Jennifer Lopez, Ralph Lauren. Te Pas, geboren in Suriname, is ook een selfmade man. Hij begon na zijn havo-opleiding als verkoper bij Pepe Jeans. Toen hij in 1997 een baan kreeg aangeboden als ontwerper in New York, weigerde hij. Hij wilde liever eigen baas zijn. Hij begon zijn eigen bedrijf Moshi Moshi, waaruit later de merken Blue Blood en Avelon ontstonden.
Momenteel betekent het eigen baas zijn vooral dat Te Pas heel veel vliegt. Hij woont nog steeds deels in Amerika, maar is wekelijks een paar dagen bij zijn gezin in Nederland, maar verblijft ook in Italië. Vanuit New York regelt hij de distributie in Amerika. Het Europese hoofdkantoor zit achter in de winkel in Amsterdam.
Met Good Genes zit Te Pas boven op de tijdgeest. Alles wat op dit moment populair is in de mode, heeft hij in zijn nieuwe concept verwerkt. De kleding is niet al te opzichtig, maar wel perfect afgewerkt. In het weekeinde is in de winkel aan de Albert Cuypstraat een kleermaker aanwezig die op aanvraag een spijkerbroek op maat kan maken.

Wat is precies jouw rol in Good Genes?
‘Ik ben creatief en strategisch directeur. Het bedrijf is in handen van een aantal Amerikaanse investeerders die graag anoniem willen blijven.’

Wat heb je de afgelopen vier jaar gedaan in Amerika?
‘De laatste anderhalf jaar ben ik bezig geweest met het opzetten van Good Genes. De eerste anderhalf jaar was ik nog druk met Blue Blood en tussendoor heb ik wat huizen van vrienden ontworpen. Ik ben visueel ingesteld, ik zie meteen hoe een ruimte moet worden. Mensen kwamen vanzelf naar me toe met de vraag om hun huis te doen.’

Waarom gaat met Good Genes wel lukken wat met Blue Blood niet gelukt is?
‘Ik weet niet of het gaat lukken. Dat risico hoort bij het ondernemerschap. Maar ik heb er alle vertrouwen in. Ik hoop dat Good Genes over vijf jaar een heleboel fans heeft en dat ik nog steeds doe wat ik nu doe. Het voelt alsof al mijn ervaringen in dit label samenkomen. Ik ben met niks begonnen, ik heb gevochten. De dalen zijn diep geweest, maar ik heb ook veel geleerd van de dingen die zijn misgegaan. Ik ben sterker geworden. Nu kom ik dubbel zo hard terug.’

Good Genes, Albert Cuypstraat 33-35, thegoodgenes.com.

foto: Ivo van der Bent

DE NEERGANG VAN BLUE BLOOD

2003
Steve te Pas introduceert samen met de Brit Jason Denham het luxe jeansmerk Blue Blood. Het merk wordt een hype dankzij een geoliede pr-machine. In de Nederlandse modewereld is de ster van Te Pas snel rijzende, hij maakt naam als groot nieuw talent.
2005 Blue Blood wordt overgenomen door de Italiaanse Jam Session Group, het moederbedrijf van modemerk Guru. Dat wordt geen succes. Vrij snel na de wittebroodsweken ontstaan de eerste barsten tussen de twee partners.
2007 In juni koopt Te Pas zijn merk terug. Op zoek naar geld weet hij eind 2007 twee investeerders aan zich te binden: vastgoedondernemer, jachtenbouwer – met een vermelding in de Quote-500 lijst van rijkste Nederlanders – Ton van Dam en diens zoon Bas. In eerste instantie nemen zij een minderheidsbelang in het spijkerbroekenbedrijf.
2008 Voormalig partner Jason Denham introduceert een eigen (inmiddels succesvol) label: Denham Jeans.
2009 Blue Blood gaat failliet. Van Dam neemt het bedrijf in zijn geheel over. Nog in hetzelfde jaar verkoopt hij het weer door aan Urban Trends Trading, eigenaar van onder meer de Nederlandse winkelketen Frontrunner (schoenen). Van Dam en Te Pas blijven wel eigenaar van de merknaam Blue Blood; Urban Trends Trading wordt licentiehouder.
2010 Te Pas verhuist eind 2010 met zijn vrouw (actrice Maria Kooistra) en drie kinderen naar New York.
2011 Tot februari blijft hij zich met het ontwerp en de positionering van het merk bemoeien. Er zijn plannen om het merk Blue Blood op de Amerikaanse markt te introduceren. Dat gaat niet door.
2011 Te Pas wordt persoonlijk failliet verklaard. Voor curatoren en schuldeisers blijft hij een tijdlang onvindbaar. Later zal de curator constateren dat bij Blue Blood sprake is geweest van ‘onbehoorlijk bestuur’.
2012 De Stephen te Pas holding gaat failliet.
De afgelopen vier jaar hield Te Pas de media op afstand. Daarover zegt hij: ‘Ik had niks nieuws te melden en ik had geen zin om een ruzie met investeerders publiekelijk uit te vechten.’ Over zijn faillissementen wil hij nog steeds niets zeggen. ‘Ik wil niets kwijt over de gang van zaken van toen. De mensen in de business weten precies hoe het zit.’

SELVEDGE
Onder jeansliefhebbers is Steve te Pas bekend als de man die in zijn ontwerpen veelvuldig gebruikgemaakt van zogenaamde selvedges: een rood randje aan het uiteinde van de stof. Je ziet die pas als de broekspijpen worden omgeslagen. Onder kenners geldt een selvedge als een pronkjuweel, daarmee laat je zien dat een broek is gemaakt van originele Japanse denim, die op smallere machines wordt geweven en dus duurder is. Voor het nieuwe label Good Genes bedacht Te Pas een denim shirt met een selvedge in de mouw, die je pas ziet als de mouw wordt omgeslagen. Zo tonen liefhebbers de exclusiviteit van hun shirt.

Eerder gepubliceerd op donderdag 28 maart in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, , , , ,