Interview: Jean Paul Gaultier

De eenzame jongen die een puntbeha voor zijn teddybeer maakte, werd een wereldberoemde modeontwerper. Veertig jaar na zijn start in het vak vertelt Jean Paul Gaultier (57) in zijn Parijse atelier over zijn eerste modetekening, de dood van zijn vriend, Madonna, en de veranderende modewereld.

Zijn hoofdkantoor beslaat vijftienduizend vierkante meter in een statig pand aan de rue Saint Martin. Begin vorige eeuw zat hier een liefdadigheidsin- stelling die onderdak bood aan minderbedeelden: l’Avenir du Prolétariat. Nu worden er jurken voor veel beter bedeelden gemaakt. Tegen de gevel een goudkleurig naamplaatje: Jean Paul Gaultier. Dit is de voordeur van het atelier van een van de meest gevierde Franse couturiers. Van een nieuw parfum is geen sprake, bovendien is Nederland – hoewel de ontwerper dol is op Amsterdam – geen belangrijke markt voor zijn kleding. En dus begrijpt Jelka Music, de persdame van Gaultier, niet meteen waarom ik hem zo nodig wil spreken. En als ik het toch wil, kan het dan niet telefonisch? Jean-Paul Gaultier is een beroemdheid. In Parijs, maar ook in Londen, New York, Sydney en Tokio. Als ze alle aanvra- gen zou honoreren, had Gaultier geen tijd meer over om te ontwerpen. En dat terwijl hij verantwoordelijk is voor acht collecties per jaar; onder eigen naam ontwerpt hij couture en in serie gemaakte prêt-à-porter voor mannen en vrouwen, en daarnaast is hij sinds 2003 hoofdontwerper van het chique Franse modehuis Hermes. Maar vooruit, lunchen kan. Ruim twee weken voordat hij zijn nieuwste prêt-a-portercollectie presenteert (zaterdag 6 maart) is de tafel gedekt met wit linnen en bestek dat drie gangen voorspelt. Wortelsoep met gember, gestoom- de dorade en spinazie, apple crumble en espresso na, weet ik twee uur later.

Tien minuten na zijn persdame komt Gaultier zelf binnen. “Bonjour, bezoek uit Nederland,” groet hij vrolijk. Meteen die aanstekelijke lach. “Hij is heel charmant, geweldig enthousiast en hij spreekt heel leuk Engels. Je zult je zeker op je gemak voelen bij hem,” had Hans Kemmink me een paar dagen eerder verzekerd. Het waren Kemmink en zijn vrouw Puck die Gaultier in 1982 naar Nederland haalden; in de tijd dat het Nederlandse model Riche in bijna al zijn campagnes figureerde, vloog zijn kleding bij Puck & Hans op het Rokin de winkel uit. “Vooral toen hij met de goedkopere ‘junior’ lijn kwam, was het niet aan te slepen,” zegt Kemmink. “Daarvoor werd zijn kleding wel erg duur gevonden. Logisch, zestienhonderd gulden was toen veel geld voor een jasje.”

Jean Paul Gaultier was nog wel met prêt-a-porter begonnen opdat zijn kleding bereikbaar zou zijn voor een breder publiek. Zijn eerste collectie onder eigen naam liet hij in 1976 zien. Modeshows waren in die tijd nog iets plechtigs en officieels, maar bij Gaultier droegen de modellen leren jacks, tutu’s en gympen – net zoals de meisjes op Carnaby Street in Londen, die hij zo veel leuker en inspirerender vond dan de Parijse dames met hun truttige kledingcodes. Zijn aanpak wierp niet direct vruchten af. “Mode was op dat moment iets voor rijke dames, de coutureshows golden toonaangevend.
Vooral in Frankrijk werd met dedain naar prêt-à-porter gekeken. De heersende opvatting was dat kleding die bedoeld was om geld mee te verdienen, niks kon zijn,” zegt Gaultier. En dus kwamen naar zijn eerste shows vooral ‘journalisten die niks beters te doen hadden’. Maar met het veranderende modeklimaat, waarin prêt-à-porter steeds belangrijker werd, veranderde ook de opvatting over zijn theatrale presentaties. “In de jaren tachtig golden zijn shows als de shows waar het hele modecircus om draaide,” zegt Ferry Schoew, trendwatcher in Parijs die toen zijn défilés bezocht. “Ging het er bij Thierry Mugler en Claude Montana nog allemaal erg plechtig aan toe, als een grote ode aan modieuze glamour, bij Gaultier werd het heersende schoonheidsideaal verfrissend op de hak genomen. Daar moest je bij zijn.”

Jean Paul Gaultier zette de toon. Zijn baanbrekende collecties waren gebaseerd op subculturen als SM en punk. “De overdadige styling was een lust voor het oog en er liepen vaak bekende modellen mee. Van conservenblikken maakte hij prachtige sieraden en onder- kleding werd bij hem bovenkleding,” herinnert Hans Kemmink zich. Ferry Schoew: “Wat Yves Saint Laurent jaren daarvoor gelukt was – typische mannenkleren aan de vrouw brengen – probeerde Gaultier omgekeerd. Zijn rokken voor mannen haalden de voorpagina’s van alle Franse kranten, en ook de allereerste cosmeticalijn voor mannen was zijn idee. Maar zijn grootste bijdrage aan de mode is het op z’n kop zetten van alle normen en waarden. In zijn handen werd een gestreepte marinetrui ineens een badpak, van denim maakte hij net zo makkelijk een avondjurk als een spijkerbroek. Allemaal voorzetten die ik als trendwatcher dankbaar heb vertaald naar draagbare modeconcepten. Maar zij en mijn ouders spraken me moed in. Daar ben ik ze nog steeds dankbaar voor.”

Als kind was Gaultier al vastberaden om in de mode te belanden. Niet zozeer omdat hij beroemd of rijk wilde worden; voor hem is zijn werk de beste manier om zich geaccepteerd te voelen. Enthousiast vertelt hij hoe een van zijn eerste modetekeningen, die hij bij wijze van straf aan zijn klasgenoten moest laten zien, voor hem betekende dat hij ‘erbij hoorde’. “Ik vond mezelf lelijk, ik was eenzaam, ik was anders dan de andere jongens op school. Ik maakte kleren voor mijn teddybeer en in mijn schoolschriften tekende ik modepoppetjes. Toen ik op een dag, ik was een jaar of negen, dames in veren en visnetpanty’s op papier had gezet, was de juf woedend. Bij wijze van straf moest ik alle klassen langs, met die tekening op mijn rug gespeld. De opzet was natuurlijk om mij te vernederen, maar het omgekeerde gebeurde: de jongens die me zo vaak uitscholden, vonden mijn tekening fantastisch. Ineens werd er om mij gelachen. Sommige mensen zouden dat misschien verschrikkelijk gevonden hebben, maar ik vond het veel leuker dan het ‘nee, we willen Gaultier niet in ons voetbalteam’ dat ik altijd te horen kreeg.”

Zo werd die ene tekening bepalend voor de toekomst van Gaultier. “Als kind had ik het niet meteen door, maar ik kan inmiddels wel zeggen dat werken voor mij een manier is geweest om mensen van mij te laten houden. Dat is het nog, daarom werk ik zo hard. En nog steeds heb ik niet het perfecte kledingstuk gemaakt.” Hij lacht, en vertelt hoe Cardin vlak na hem nog een jongen aanstelde. “Die kreeg de baan in eerste instantie omdat hij zo knap en welbe- spraakt was. Iedereen hing altijd om hém heen. Ik was niet jaloers, wel verdrietig. Intussen deed ik extra mijn best, om ook in de smaak te vallen.”
Ja, Jean Paul Gaultier vindt zichzelf lelijk. Maar hij vindt het geen probleem dat hij meestal omringd wordt door mooie mensen. “In mijn werk ga ik altijd van een ander uit, ik kan mijn fantasie makkelijk op een ander projecteren. Sommige ontwerpers proberen met hun ontwerpen zichzelf te kleden, maar mijn creatieve proces begint niet voor de spiegel. Ik heb geen hekel aan mezelf hoor, maar ik vind mezelf fysiek niet zo interes- sant. Daarom vind ik het ook niet zo belangrijk wat ik draag. Je ziet, ik heb een simpele zwarte spijkerbroek en een zwarte pullover aan.”

Het idee dat iemand van hem kon houden – al had hij niet de donkere wenkbrauwen en zwarte haren die hij zo graag had willen hebben – kwam in 1975, toen hij Francis Menuge ontmoette. Vijftien jaar lang waren ze een stel, totdat Menuge in 1990 overleed aan een aan aids gerelateerde ziekte. Volgens mensen in het modewereldje was Menuge voor Gaultier wat Pierre Berger was voor Yves Saint Laurent. Steun, toeverlaat, businesspartner. “Als ik Francis niet had leren kennen, was ik misschien wel nooit voor mezelf begonnen,” geeft Gaultier toe.
“Dat ik met hem was, gaf me vertrouwen. Hij spoorde me aan om een eigen label te beginnen.” Samen maakte ze van het label een succes. “Het label was als onze baby. Ja, ik heb na zijn dood wel eens met de gedachte gespeeld om ermee te stoppen. Ik had toen al meer bereikt dan ik voor mogelijk had gehouden. Aan de andere kant is mode ontwerpen het enige waarvan ik echt weet hoe het moet en dat me echt interesseert. Serieus, op veel andere terreinen ben ik heel dom; als het over politiek of cijfers gaat heb ik geen idee. En als het niet met mijn werk te maken heeft, ben ik liever lui dan moe.”

mode ontwerpen het enige waarvan ik echt weet hoe het moet en dat me echt interesseert’

Dat Madonna hem vlak na de dood van Menuge vroeg om de kostuums voor haar Blond Ambition Tour te ontwerpen, leidde onverwacht tot naamsbekendheid bij een heel nieuw publiek. Toen Madonna in een uitdagende Gaultier-bustier – gebaseerd op de puntbeha waarmee hij zijn teddybeer aankleedde – haar wereldtournee maakte, werd hij ineens wereld- beroemd. “Ik was voor altijd verbonden aan een van de meest vrijgevochten vrouwen ter wereld; een vrouw die macho was zonder aan vrouwelijkheid in te boeten.” Twee jaar geleden ontwierp hij de kostuums voor Kylie Minogues X-tour, tussendoor kleedde hij onder meer actrice Helen Mirren in Peter Greenaways film The cook, the thief, his wife and her lover (1989) en verzorgde hij de kleding voor Pedro Almodóvars Kika (1993).

Drie jaar na Madonna’s Blond Ambition-tournee kwam Gaultier met zijn eerste vrouwengeur: Classique. Een luchtje geïnspireerd op het talkpoeder dat zijn groot- moeder gebruikte, verpakt in een roze glazen flacon in de vorm van een wulps vrouwenlichaam. Naar verluidt komt 57 procent van zijn inkomsten uit parfum en gaat er wereldwijd iedere minuut wel ergens een flesje Classique of Le Male – de mannelijke variant die twee jaar later gepresenteerd werd – over de toonbank. Het had Gaultier net zo kunnen vergaan als zijn tijdgenoot Mugler, nu vooral bekend vanwege zijn parfum.
Aanvankelijk werd Gaultier gepolst of hij Dior wilde ‘doen’, maar de grote baas van modeconcern LVMH, Bernard Arnault, gaf die baan uiteindelijk aan John Galliano – volgens Gaultier omdat hij een hekel had aan de tv-show Eurotrash die de ontwerper op dat moment presenteerde. Gaultier koos ervoor om in 1997 weer een eigen couturecollectie te presenteren. Een flink risico: wereldwijd zijn er nog maar zo’n tweehonderd coutureklanten en een coutureshow kost al snel een paar miljoen euro. Maar Gaultier gebruikte het geld waar hij anders ‘een appartement van had gekocht’ voor een couturecollectie. Het werd een succes: hij verkocht meteen zes outfits, waarvan één aan Nicole Kidman.

Sindsdien geeft hij ieder half jaar een coutureshow. In 2002 kreeg hij zelfs de slotshow toebedeeld, de meest prestigieuze plek op het Parijse coutureschema, die tot die tijd bezet werd door zijn held Yves Saint Laurent. De ontwikkeling van ‘enfant terrible’ naar modekoning was compleet toen hij zes jaar later door Jean-Louis Dumas gevraagd werd als hoofdontwerper van Hermès. Franser en chiquer dan Hermès – nog steeds een familiebedrijf – kan haast niet. Hermès is bekend vanwege de prijzige, klassieke tassen en gedistingeerde kleren, Gaultier laat mannelijke modellen op stiletto’s lopen en maakt van kerkelijke gewaden modieuze hemden. In het modewereldje werd in eerste instantie geschokt gereageerd op zijn aanstelling. Maar de vraag van Dumas kwam niet helemaal uit de lucht vallen: overgehaald door zijn succes als couturier kocht Hermès al in 1999 vijfendertig procent van de aandelen van Jean Paul Gaultier, zodat de ontwerper kon uitbreiden richting Azië.

Gaultier is een workaholic. Hij werkt liever dan dat hij uitgaat. Het meest op zijn gemak is hij onder de douche: “Het is net of het stromende water dat dan op mijn hoofd klettert nieuwe ideeën met zich meebrengt.” Nog een plaats waar hij nieuwe dingen verzint: de wc. “Daar zit ik dan met mijn handen onder mijn kin, net als de denker van Rodin,” grapt hij. Met drank en drugs heeft hij zich nooit ingelaten, hoewel het gebruik in zijn directe omgeving eerder regel dan uitzondering was. “Ik was naïef. En mijn sterren- beeld is Stier, ik heb een ‘one track mind’. Een van de redenen dat ik nooit cocaïne heb gebruikt, is dat ik bang was dat ik verslaafd zou raken en in een kliniek zou eindigen.”

De laatste tijd wordt Jean Paul Gaultier geregeld benaderd met de vraag of hij niet beginnende ontwerpers wil helpen, vertelt zijn pr-vrouw Jelka Music. “Maar tegenwoordig verwachten mensen binnen twee seizoen wereldwijd succes. Het lijkt wel of we en masse vergeten zijn dat mode om een lange adem vraagt. Vergeet niet dat Jean Paul in 1970 begonnen is, in 1976 liet hij zijn eerste collectie zien. Pas na veertien jaar en een wereldtour van Madonna was Jean Paul Gaultier een gevestigde naam. Hetzelfde geldt voor Galliano: pas dertien jaar nadat hij zijn eerste collectie liet zien, werd hij voor Dior gevraagd,” zegt Music. “De modewereld is veranderd,” vindt Gaultier. “Mode wordt meer en meer een middel om beroemd te worden. Maar mode is iets anders dan zo’n tv-serie Big Brother – een Nederlands concept, n’est-ce pas? – mode is een vak. Ik ben het perfecte voorbeeld van het feit dat je met genoeg doorzettingsvermogen kunt doen wat je wilt doen. Het was mijn droom om ontwerper te worden, en ik voel me nog steeds als Alice in Wonderland.”

Eerder gepubliceerd in maart 2010 in Het Parool (modemagazine)

Gerelateerde artikelen:

, , , ,