Het einde van een racefietsinstituut

Per 1 juni bestaat de fietsenwinkel van RIH Sport niet meer. RIH is de laatste in zijn soort in Amsterdam. Er worden straks geen fietsframes meer gemaakt in de stad.

Foto: Klaas Fopma

Wim van den Kaaij in zijn zaak aan de Westerstraat.

Natuurlijk, er worden in Amsterdam nog wel fietsen in elkaar gezet, maar dat is een heel ander verhaal volgens Willem van der Kaaij (75). “Er worden geen frames meer gebouwd,” zegt Van der Kaaij. In de Westerstraat gebeurde dat nog wel. Van der Kaaij heeft net zijn laatste frame in elkaar gezet. “Ik neem geen nieuwe opdrachten meer aan. Op 1 juni moet de boel schoon worden opgeleverd. Elke dag daarna kost me vijfduizend euro. Dat kan ik niet riskeren,” zegt Van der Kaaij, die onlangs een opslagruimte heeft gehuurd voor de laatste fietsen en druk bezig is met de verkoop van zijn machines.
Met het vertrek van RIH verdwijnt een oud ambacht uit de stad. Van der Kaaij vindt het jammer dat hij geen opvolger heeft kunnen vinden. Zijn zoon, die hem vroeger hielp met het spuiten van de frames, wil de boel niet overnemen. “Het is natuurlijk ook een hele verantwoordelijkheid, een eigen bedrijf. Ik werk gemiddeld tien uur per dag. En vroeger maakte ik dagen van twaalf uur, als dat nodig was,” zegt Van der Kaaij. Toen Leontien van Moorsel op het laatste moment een nieuwe fiets nodig had bijvoorbeeld. Toen moest hij doorwerken. Maar twee weken later haalde Van Moorsel wel de wereldtitel op de achtervolging voor vrouwen in 1990 op de fiets die Van der Kaaij voor haar had gebouwd.
RIH werd in 1921 opgericht door Willem en Joop Bustraan. Zij behoorden tot de eerste framebouwers die lichtgewicht fietsen konden maken. De naam voor hun zaak ontleenden de gebroeders Bustraan aan een legendarisch paard – een hengst die sneller dan de wind was – uit de boeken van Karl May.
Van der Kaaij, die werd gegrepen door de ambiance toen hij een rolletje stuurlint ging kopen, is al van jongs af bij de winkel betrokken. Hij begon officieel met werken in de zaak toen hij in 1955 van de lts kwam. In 1972 nam Van der Kaaij de winkel en de productieruimte over. Van der Kaaij had grootse plannen met RIH. “We hebben altijd meer kunnen verkopen dan we konden bouwen. Met de manier waarop wij werken, kunnen we niet meer dan 250 racefietsen per jaar bouwen,” zegt Van der Kaaij.
Om de productiecapaciteit de vergroten ging RIH in de jaren zestig een licentie-overeenkomst aan met Fongers, fietsenbouwer uit Groningen. De frames werden handgemaakt door ambachtslieden in Groningen, naar ontwerp van RIH. Die overeenkomst werd beëindigd in 1972, toen Fongers werd gekocht door Batavus. Van der Kaaij vond in Limburg een nieuwe partner in de familie Verberkt, van rijwielfabriek Cové. De nieuwe overeenkomst kwam erop neer dat Van der Kaaij in Amsterdam de maatwerkframes bleef bouwen, terwijl in Venlo, net als eerder in Groningen, touring- en semiracefietsen onder de merknaam RIH werden gebouwd.

De samenwerking met de familie Verberkt verliep vlekkeloos, totdat in 1983 de erven van Bustraan zonder medeweten van Van der Kaaij het merkrecht aan de familie Verberkt verkochten. “Ik was in de veronderstelling dat ik alles had overgenomen toen ik de zaak in 1972 overnam, maar de kinderen van Bustraan hebben de productielicentie omgezet in merkrecht zonder dat ik daarvan op de hoogte was,” zegt Van der Kaaij, die er pas drie jaar later achterkwam dat hij geen eigenaar was van het merk RIH.
“In 1988 heb ik een rechtszaak aangespannen, omdat de erven van Bustraan iets te gelde hebben gemaakt waarover ze niet de vrije beschikking hadden,” zegt Van der Kaaij. De uitkomst van die procedure was dat Van der Kaaij in de Westerstraat nog steeds 250 maatwerk racefietsen mocht blijven bouwen. Maar niet meer dan dat. Om aan de vraag naar sportfietsen te kunnen voldoen, richtte hij een ander merk op: Vainqueur, ‘winnaar’ in het Frans. “Die fietsen hebben dezelfde kwaliteit als de fietsen van RIH.”
In de fabriek van RIH-Cové worden tegenwoordig geen racefietsen meer gemaakt. Daar worden onder de merknaam RIH stadsfietsen en elektrische fietsen gemaakt. “Wij hebben maar een kleine fabriek en we hebben er bewust voor gekozen om geen racefietsen te maken. Daar hebben we de expertise niet voor,” zegt Yvonne Verberkt van RIH-Cové in Limburg, die zegt het spijtig te vinden dat Van der Kaaij stopt.
Al zijn klanten – liefhebbers, noemt Van der Kaaij ze – vinden het zonde dat de winkel in de Westerstraat gaat sluiten. Sinds de hippe voorhoede in de stad de fixies (doortrappers) heeft ontdekt, zijn de originele stalen racefietsen zoals RIH ze maakt heel gewild. Eigenlijk wil Van der Kaaij ook nog niet stoppen. De 75-jarige fietsenbouwer hoopt op een doorstart, en dat kan wat hem betreft best in Osdorp of Amsterdam-Noord. Van der Kaaij: “Fietsen bouwen is mijn lust en mijn leven. Waarom zou ik dan stoppen?”

63 belangrijke titels
In 1924 werd de eerste wielrenner op een RIH fiets kampioen van Nederland. Tussen 1989 en 1996 sponsorde Willem van der Kaaij de baanselectie van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie.
RIH had beroemdheden als Peter Post, Arie van Vliet, Gerrit Schulte en Tiemen Groen als klant. De meest aansprekende klant van RIH is ongetwijfeld Leontien van Moorsel, die in 1990 haar eerste wereldtitel behaalde. Van der Kaaij wijst trots op een foto waar hij samen met Van Moorsel op staat.
Vanaf 1991 behaalde Ingrid Haringa vijf wereldtitels, op de sprint en in de puntenkoers. En ook tijdens de Olympische Spelen van 1992 en 1996 werden diverse zilveren en bronzen medailles gewonnen met de fietsen van RIH. Door de jaren heen zijn er 63 wereld- en olympische titels behaald op fietsen die in de Amsterdamse Westerstraat zijn gemaakt.

Eerder gepubliceerd op zaterdag 14 april in Het Parool (economie)

Gerelateerde artikelen:

, ,