Het einde van Klavers Van Engelen

Modeduo Klavers van Engelen heeft besloten te stoppen met hun label. De ontwerpers geven de crisis de schuld.

Tekst: Bregje Lampe
Foto: Karoly Effenberger

Niels Klavers en Astrid van Engelen

Zo uitgebreid als de persberichten met nieuws over hun presentaties tijdens de Arnhem Mode Biënnale waren, zo summier was het persbericht waarin Niels Klavers (44) en Astrid van Engelen (41) aankondigden dat ze besloten te stoppen met modelabel Klavers van Engelen. ‘Vanwege het huidige economische klimaat is het niet langer verantwoord om verder te gaan als onafhankelijk label,’ lieten ze weten.

Verder commentaar willen de ontwerpers vanwege de emotionele aard van hun beslissing nog niet geven. De collectie voor zomer 2012 hebben ze nog net afgerond. De kleren zullen niet meer verkocht gaan worden, maar wel te zien zijn op hun website. De laatste collectie, voor najaar 2011, wordt verkocht in tien winkels wereldwijd.

Voor Klavers en Van Engelen, die sinds 1998 samenwerken, was het de tweede keer dat ze het met een eigen label probeerden. Met het label Klavers van Engelen lieten ze in totaal acht experimentele collecties in Parijs zien. De modepers was enthousiast en hun conceptuele kleding kwam al snel terecht bij toonaangevende winkels als Colette, maar massale publieke belangstelling bleef uit.

Omdat het financieel niet haalbaar was, besloten ze in 2003 te stoppen met hun collecties. In 2007 probeerden ze opnieuw voet aan de grond te krijgen met hun eigen label. Met kleding die veel draagbaarder was dan hun eerdere werk wonnen ze de Dutch Fashion Award: 25.000 euro aan prijzengeld. Daarmee breidden ze hun collectie uit en via één van de juryleden kregen ze het aanbod te showen in Milaan. Opnieuw werden ze gelauwerd als één van de beloften van de Nederlandse mode. Na de tweede show in Milaan kochten zelfs vier Italiaanse modezaken het label in. In Nederland werd hun kleding verkocht bij Van Ravenstein in Amsterdam, Coming Soon in Arnhem en Margreet Olsthoorn in Rotterdam.

Ik vind het jammer dat zulke getalenteerde ontwerpers moeten stoppen,

maar het verbaast me niet. De markt voor dat soort exclusieve mode is te klein in Nederland,” zegt Pascal Zantman, directeur van de Zantman Modegroep die investeerde in Mart Visser en Percy Irausquin. Volgens Zantman heeft een modelabel ongeveer honderd verkooppunten in Nederland nodig om genoeg draagvlak voor de productie te kunnen garanderen. En dan heeft hij het nog niet over winst.

Om aan honderd verkooppunten te komen, hadden Klavers en Van Engelen de stap naar een groter publiek moeten maken, in de vorm van commerciële en minder dure kleren. Maar dat hebben ze nooit gedaan. Prijzen varieerden van driehonderd euro voor een top tot duizend euro voor een jurk. Ze hielden verschillende Nederlandse verkooppunten een hele tijd af, uit angst hun exclusiviteit te verliezen. Hun ideaal was om ongeveer zo groot te worden als een Belgische ontwerper als A.F. Vandevorst. Klein genoeg om als ontwerper overal bij betrokken te zijn, groot genoeg om redelijke aantallen te kunnen produceren en de kleding betaalbaar te houden voor de consument.

Maar Klavers van Engelen was niet opgewassen tegen de concurrentie met grote merken die alleen al in hun shows een gigantisch marketingbudget steken. Ondanks de inspanningen van een Engelse agent hebben ze wereldwijd nooit meer dan ongeveer tien verkooppunten kunnen realiseren. Twee seizoenen geleden liet Van Ravenstein het label vallen. “Wij zijn een modewinkel. Dat betekent dat we voortdurend moeten vernieuwen. Er is een aantal merken dat we altijd verkopen, maar de ruimte voor jonge ontwerpers is beperkt,” aldus Gerda van Ravenstein. “Als het een label na een bepaalde tijd nog niet is gelukt om een vaste klantenkring op te bouwen die bestaansrecht garandeert, moet ik concluderen dat het niet levensvatbaar is. Hoe jammer ik dat ook vind.”

Eerder gepubliceerd op 13 september 2011 in Het Parool

Gerelateerde artikelen:

, , , , ,