Interview: Christophe Lemaire van Hermès

Hermès is een van de chicste modelabels ter wereld. Minder schreeuwerig dan bijvoorbeeld Louis Vuitton. Aankomende winter hangt de eerste collectie van de nieuwe ontwerper Christophe Lemaire in de winkel, die inzet op discrete luxe.

Christophe Lemaire

 

Naar het debuut van Christophe Lemaire voor Hermès werd, eind oktober in Parijs, reikhalzend uitgekeken. Direct na zijn aanstelling, ruim een jaar geleden, reageerde de modeprofessionals verrast op de onconventionele keus van Hermès. Goed, Lemaire had prima werk gemaakt voor Lacoste, maar hij was geen grote naam. Zeker niet vergeleken bij zijn voorgangers, Jean-Paul Gaultier en Martin Margiela.
In feite geeft de keus van de directie van Hermès heel goed weer wat er momenteel speelt in de internationale modewereld. De modewereld is zich aan het bezinnen. Daarmee komt een eind aan een tijd die werd gedomineerd door grote namen en extravagante spektakelshows. Ga maar na: terwijl Jean-Paul Gaultier zijn laatste collectie met veel gevoel voor decorum in een grote loods in het dertiende arrondissement presenteerde, koos Christophe Lemaire het nieuwe vlaggenschip in de Rue de Sèvres als locatie voor zijn debuut. Een intiem decor, met plaats voor een beperkt aantal genodigden. Voorafgaand aan de show gingen obers met zilverkleurige dienbladen met champagne rond.
De catwalk slingerde door de winkel, het voormalige zwembad van Hotel Lutetia, vlak tegenover Le Bon Marché, het classy warenhuis van LVMH, de modegroep die sinds eind vorig jaar ook aandeelhouder is van Hermès. Met luxe en elegante kleding bevestigde Lemaire het beeld dat Hermès geen merk is om te flashen. Veel leer, hier en daar een print en referenties aan de jacht en het nomadenbestaan. Duidelijk geïnspireerd op de sportief chique kleding van het Franse modemerk uit de jaren twintig.

Voor mij staat Hermès voor vrijheid en creativiteit,

daarom dacht ik aan nomaden. Maar ik heb dat beeld niet al te letterlijk willen vertalen. Ik heb de archieven van Hermès uitvoerig bestudeerd. Daarbij was ik met name gefascineerd door het silhouet uit de jaren twintig, maar ik heb geprobeerd om een eigentijds beeld neer te zetten,” aldus Lemaire. Na afloop van de show was het gros van de genodigden om. Toch wel een goede keus, die Lemaire.

De interviewaanvragen stroomden binnen. Maar de persafdeling van Hermès doet er veel aan om de nieuwe ontwerper tegen de media te beschermen en het exclusieve imago van het modemerk hoog te houden. Met andere woorden: interviewaanvragen worden mondjesmaat gehonoreerd. Zo beantwoorde ‘Mr. Lemaire’ onze vragen na lang onderhandelen uiteindelijk per mail. En dat was al heel wat, vond de persafdeling; omdat ze maar een kleine markt vertegenwoordigen, bungelen verzoeken van Nederlandse in Parijs vaak ergens onderaan.
Ja, Lemaire was zelf ook verrast toen hij door Hermès werd benaderd. “Maar ik zag al snel in dat het in zekere zin een logische keus was. De directie van Hermès en ik delen dezelfde waarden. Kwaliteit gaat voor alles. Ik ben niet het type ontwerper dat inzet op trends, ik hou van een constante stijl. Mijn ontwerpen zijn tijdloos. Van mij hoeft een vrouw niet iedere zes maanden haar complete garderobe te veranderen om zich goed te voelen,” aldus Lemaire.
Dat hij de tijdgeest mee heeft, weet hij ook wel. Lemaire: “Mode is een spiegel van de maatschappij. Ontwikkelingen in de samenleving volgen elkaar in een steeds hoger tempo op, de hang naar sensatie wordt almaar groter. Dat zie je terug in de mode. Maar ik denk dat er, min of meer onbewust, steeds meer ruimte ontstaat voor een tegenbeweging. De laatste tijd zijn mensen in toenemende mate bereid om te investeren in kleding die goed gemaakt en minder schreeuwerig is.”

Investeren is het juiste woord. Want aan de kleding van Hermès hangen exorbitante prijskaartjes. Zo kost het oranje ensemble op de voorkant van dit magazine, onderdeel van de nieuwe wintercollectie van Hermès, inclusief schoenen en armband, bijna vierduizend euro (€ 3.965, om precies te zijn). Een Birkin bag – de best verkochte tas van het Franse modelabel – kost gemiddeld zesduizend euro. Zelfs voor een sjaal betaalt u op zijn minst een paar honderd euro.
Maar dan heb je ook wat, is het idee. Hermès is het enige merk dat er in het boek ‘How Luxury lost its lustre’ goed vanaf kwam. Volgens Dana Thomas, die voor haar spraakmakende boek dat ruim twee jaar geleden verscheen fabrieken, werkplaatsen en luxewinkels over de hele wereld bezocht, is Hermès integer in alles wat het doet. Echte luxe kost geld, betoogt Thomas, die flink uithaalde naar merken als Louis Vuitton, Christian Dior en Fendi, die volgens de auteur voor groei hun ziel hebben verkocht.
Thomas beschrijft gedetailleerd hoe het kleine familiebedrijf Louis Vuitton onder leiding van Bernard Arnault, die in 25 jaar tijd uitgroeide tot één van de rijkste mannen ter wereld, de kern werd van de enorme holding Louis Vuitton-Moët Henessey (LVMH). Arnault, die uit de bouwsector komt, heeft volgens Thomas weinig voeling met de geest of de erfenis van zijn producten. Zijn reputatie is er een van iemand die gefocust is op een zo groot mogelijke winst voor de aandeelhouders, zelfs als dat ten koste gaat van de integriteit van het product.
En dus reageerde de modewereld geschokt toen eind vorig jaar bekend werd dat Arnault via opties 17,1 procent van de aandelen van Hermès had bemachtigd. Men was bang dat Arnault erop uit was de oude familie weg te werken en het merk te hypen via spectaculaire flagshipstores en spraakmakende reclamecampagnes, zoals hij eerder deed met Christian Dior, Louis Vuitton en Marc Jacobs. Maar de vrees bleek ongegrond. Hermès is een Société en Commandité par Actions (SCA), ofwel: een commanditaire vennootschap op aandelen. Dat wil zeggen dat de familie de touwtjes stevig in handen heeft.

Momenteel heeft de zesde generatie, onder leiding van algemeen artistiek directeur Pierre-Alexis Dumas, het voor het zeggen bij Hermès. Het merk dat 173 jaar geleden als zadelfabrikant begon, is nog steeds een familiebedrijf dat kwalitatief superieure spullen maakt. En als het aan Dumas, die bewust voor Lemaire koos, ligt dan blijft dat voorlopig zo. De invitaties voor de modeshows zijn gemaakt van leer. Persberichten worden verpakt in deftige oranje dozen – dezelfde die voor aankopen in de winkel worden gebruikt. In de Parijse flagshipstore staan de tassen achter glas en wordt de kleding gepresenteerd op houten kleerhangers, die op exact dezelfde afstand van elkaar hangen. Op de meeste producten is het logo nauwelijks zichtbaar, en dat is zeldzaam voor designerspul. Hermès verleidt met een rijke geschiedenis en luxe materialen in plaats van met opzichtige logo’s.
De strategie van Dumas slaat aan. De omzet van Hermès International steeg in het tweede kwartaal van dit jaar met bijna achttien procent. Intussen worden de tassen en de samplecollecties nog steeds met de hand geproduceerd, in Frankrijk. “De aandacht voor het ambacht maakt Hermès zo bijzonder,” zegt Lemaire, die bijna tien jaar voor Lacoste werkte. “Ik heb veel geleerd van mijn tijd bij Lacoste en ik heb de kans gekregen mijn eigen handschrift te ontwikkelen. Maar bij Lacoste worden de producten op een industriële manier gemaakt. Het gaat om grote aantallen. Bij Hermès werk ik nauw samen met vakmensen in een eigen atelier. Veel ontwerpers kunnen alleen maar dromen van zo’n positie.

Ik ben heel blij dat ik de kans krijg om nog op zo’n ambachtelijke manier te werken.”

Eerder gepubliceerd in september 2011 in Het Parool (modemagazine)

Gerelateerde artikelen:

, ,