Interview: Francisco van Benthum

Zijn eerste eigen winkel, die aanstaande donderdag opent in Amsterdam, is geen eindpunt. Volgens modeontwerper Francisco van Benthum is het pas het begin. ‘Ik wil iets maken dat ertoe doet’.

Foto’s: Ivo van der Bent

EEen jong talent is hij allang niet meer. Daar heeft Francisco van Benthum (1972) teveel ervaring voor. Hij geldt als een van de beste mannenmodeontwerpers van Nederland. Mannen in het modecircuit lopen weg met hem, evenals een handjevol mannen die de weg naar de winkel van Alexander van Slobbe, waar Van Benthum ook verkocht, in Amsterdam-Zuid wisten te vinden; voornamelijk chique types uit het culturele circuit. Maar volgens Van Benthum is zijn doelgroep veel groter. Volgens Van Bentum zijn er ook veel jongere mannen die zijn kleding zouden willen kopen. Type hardcore modejongens, die alleen tijdens de uitverkoop naar de winkel in Amsterdam Oud-Zuid kwamen.
Die jongens hoopt Van Benthum nu ook door het jaar heen naar zijn winkel te trekken. Aan de locatie kan het niet liggen. Van Benthum opent midden in het centrum van Amsterdam. Op loopafstand van het station, in een kleine straat tussen de Westermarkt en de Haarlemmerstraat. In juli verkocht hij samples van oude collecties vanuit de nieuwe winkel. Medio augustus is hij met de verbouwing begonnen, in samenwerking met binnenhuisarchitect Thijs Murré. Donkergrijze muren, een glanzende stalen vloer, zwarte kledingrekken en strakke zwarte kasten geven de winkel de sfeer van een mannenboudoir. Of Van Benthum straks zelf in de winkel staat? “Jawel. Op gezette tijden. Maar ik ben geen verkoper, daarvoor ben ik teveel verbonden met mijn product. Ik ben benieuwd naar de reacties op de winkel. En daarnaast ben ik er op afspraak, voor klanten die kleding op maat willen laten maken.”

Van 2008 tot en met 2010 gaf je shows tijdens de Parijse mannenmodeweek. Waarom ben je daarmee gestopt?
“Omdat mijn bedrijf een solide basis miste. Ik kreeg van de internationale pers hele goede reacties op mijn werk, maar ik kon de vraag vanuit de markt nog niet aan omdat ik het financiële en organisatorische stuk van mijn bedrijf op dat moment nog niet op orde had.”

 Heb je dat nu wel op orde?
“Ja. Ik heb een partner gevonden in de Grosso Moda; zij helpen met productie, verkoop, branding en logistiek. Ik kon dat niet allemaal alleen. De modewereld wordt gedomineerd door grote merken en kapitaalkrachtige investeerders. Inmiddels ben ik er ook van overtuigd dat ik een grote partij nodig heb om mijn ambities waar te maken.”

Wat zijn je ambities?
“Ik wil iets maken dat ertoe doet. Daarmee bedoel ik dat ik de ambitie heb om een internationaal bekend modemerk op te bouwen. Wat mij betreft ben ik er nog lang niet. Deze winkel is een begin, geen eindstation. Op termijn wil ik weer terug naar Parijs, om mijn collecties te presenteren tijdens de mannenmodeweek. Dat is nodig om mee te kunnen draaien op het allerhoogste niveau.”

Voor Van Benthum is het niet voor het eerst dat zijn succes op financieel en organisatorisch niveau achterbleef bij zijn succes als ontwerper. Toen hij van 1996, samen met Michiel Keuper, onder de naam Keupr/VanBentm, begon met haute-couturecollecties voor mannen en vrouwen, leverde dat ook direct lovende recensies op. Keuper en Van Benthum deden mee aan de Robijn Fashion Award en werden genomineerd voor de Rotterdamse Design Prijs. Maar het succes kwam te snel. Het lukte ze niet om een commerciële vertaalslag te maken van hun product en op die manier een grotere groep klanten te bereiken. En dus besloot Van Benthum in 2002 om de haute couture de rug toe te keren en mannenmode te gaan maken. Een slimme zet, want dat werk past hem beter. Van Benthum is niet het type ontwerper dat grote uitspraken doet. In een paar woorden is zijn werk te omschrijven als raffinement op de vierkante centimeter; een zoom die net iets breder is dan normaal, een jasje dat net iets langer is dan gemiddeld, en een binnenkant die steevast net zo goed is afgewerkt als de buitenkant. “Kwaliteit is heel belangrijk voor mij.”

Kies je daarom voor een langzame groei?
“Dat heeft te maken met de ervaring die ik met Keuper/vanBentm heb opgedaan. Keuper/vanBentm ging zo snel dat Michiel en ik voortdurend achter de feiten aanliepen. Daarvan heb ik geleerd om alle stappen die ik neem eerst zorgvuldig te overdenken. Daarnaast weet ik gewoon dat het geen zin heeft om te willen wat nu nog niet kan; financieel en organisatorisch ben ik aan limieten gebonden.

Ik geloof in een solide basis. En die staat er nu eindelijk.”

Hoeveel verkooppunten heb je nu?
“In Nederland hangt mijn kleding bij 8 winkels, en daar hoeven er niet veel meer bij want ik hang precies waar ik wil hangen. In het buiteland heb ik pas 10 winkels, daar kan ik dus nog volop groeien.”

In 2010 heb je twee nieuwe lijnen gelanceerd: FvB en Van Benthum. Waarom ben je daarmee gestopt?
“Het werd onduidelijk. Ik had die lijnen, die minder duur en excentriek waren dan mijn eerste lijn, in het leven geroepen om een groter publiek aan te spreken. Dat werkte niet. Bij Donna Karan weet iedereen dat DKNY een commerciële en meer betaalbare variant is op de kleding van Donna Karan. Maar mijn naam is daar niet bekend genoeg voor. Vooral buitenlandse inkopers begrepen er niets meer van. Daarom werk ik nu alleen nog onder mijn eigen naam.”

Wil dat zeggen dat je ook geen betaalbare kleding meer maakt?
“Nee hoor, de variatie in prijs is groter geworden. Ik maak pakken op maat voor ruim tweeduizend euro, maar ik verkoop ook overhemden van 139 euro. Goed, dat is nog steeds niet voor iedereen. Maar dat ook nooit mijn bedoeling geweest. Het zijn bijzondere ontwerpen.”

 Je bent al sinds 1994, toen je stage liep, min of meer verbonden aan Alexander van Slobbe. Wat is het belangrijkste dat je van hem hebt geleerd?
“Alexander heeft me laten zien dat het belangrijk is dat je zelf gelooft in wat je doet en daaraan vast te houden. Hij is nooit gaan wankelen, dat vind ik sterk. Ik heb ook altijd vertrouwd op mijn eigen intuïtie, maar in de mode is het soms moeilijk niet afgeleid te worden.”

Hoe heeft jouw stijl zich in de loop der jaren ontwikkeld?
“Ik ben subtieler geworden, want ik heb steeds minder het gevoel dat ik mezelf binnenstebuiten moet keren om het meest creatieve ding te maken dat er bestaat. Het is ook een hysterische gedachte dat elk kledingstuk elk seizoen helemaal nieuw zou moeten zijn. Daar zit niemand op te wachten, zeker de klant niet. Ik wist in theorie wel dat het runnen van een label ook ondernemen is, maar intussen weet ik hoe heftig het ondernemerschap in praktijk is. Ontwerpen is één ding, kleding maken en verkopen is een tweede.”

Francisco van Benthum, Prinsenstraat 4, Amsterdam

Eerder gepubliceerd op dinsdag 4 september 2012 in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, ,