Interview: Jonathan Anderson

De cultstatus die hij verwierf met zijn uniseks kleding is Jonathan Anderson allang voorbij. De ontwerper (‘ik zeg liever: curator’) van Loewe en zijn eigen J.W. Anderson is een van de belangrijkste smaakmakers van nu. Dit is zíjn smaak, in negen etappes.

Jonathan Anderson

Iedereen die in de mode werkt, houdt Jonathan Anderson nauwlettend in de gaten. Want er zijn maar weinig ontwerpers met zo’n scherp oog en zoveel talent als hij. Zijn aanpak is uniek. Mode, vindt hij, moet boven alles cultureel zijn. Vraag hem naar zijn functieomschrijving en hij zegt dat hij zich liever curator dan ontwerper noemt. ‘Ik breng dingen bij elkaar; mensen, kleren, voorwerpen. Dát is mijn werk’, zegt Anderson in het gesprek tijdens de meubelbeurs Salone del Mobile in Milaan, waar het Spaanse modemerk Loewe een collectie wandkleden presenteert.
Zijn werk, vindt Anderson (33), behelst meer dan het ontwerpen van een kledingstuk. Toen hij zes jaar geleden als creatief directeur bij Loewe begon, wachtte hij een jaar met het presenteren van zijn eerste kledingcollectie omdat hij eerst de tijd wilde hebben om mee te denken over de vormgeving van de ­kledinghangers, de deurklinken, de toonbanken, de visitekaartjes – over alles.
Aan de interviewafspraak is een hoop getouwtrek voorafgegaan, want Anderson heeft eigenlijk nooit tijd. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat hij toeziet op twaalf collecties per jaar – buiten de samenwerking met Uniqlo en Converse. Naast Loewe heeft hij zijn eigen merk: J.W. ­Anderson, waarmee hij tien jaar geleden debuteerde.
Zijn debuutcollectie leverde hem ­direct een cultstatus op, want hij was de eerste van zijn generatie die aan de haal ging met uniseks kleding (inmiddels ­gemeengoed in de mode). Zijn belangrijkste inspiratiebron voor die eerste ­collectie was een foto van Robert Mapple­thorpe en Patti Smith, waarop ze allebei een T-shirt dragen.
Hij vond, en vindt, dat mannen en vrouwen best vaker dezelfde kleren kunnen dragen. Hij gaf kritiek op de traditionele grenzen door typisch vrouwelijke materialen zoals kant en zijde in een mannencollectie te verwerken. De cultstatus uit zijn beginjaren is hij allang ontgroeid: hij wordt getipt als een van de grote namen van de toekomst.
Want wat zijn voorgangers niet is gelukt, is hem wel gelukt: hij heeft Loewe weer hip gemaakt. Een goed voorbeeld is de populariteit van de Puzzle-bag, een tas met grafische vlakverdeling die is geïnspireerd op origami en die kort na de lancering door zo’n beetje alle smaakmakers in de mode werd gedragen. Nog meer Anderson-esthetiek op straat: zwierige, hippie-achtige jurken met lange mouwen. Met dat soort jurken heeft hij Loewe weer op de kaart gezet en inmiddels hangen de kopieën overal.

1 Mode: handwerk
‘Bij Loewe heb ik de mogelijkheid om op een experimentele manier met fabrikanten en ambachtslieden samen te werken. Dat heeft bijvoorbeeld een serie wandkleden opgeleverd. Voor mij voelen dit soort projecten als een laboratorium: ik kan dingen proberen, zonder dat het meteen een nieuw ontwerp op hoeft te leveren. Natuurlijk gebruiken we de uitkomsten die goed werken later alsnog in de modecollecties.
‘Zo hebben we nu een serie tassen die is gemaakt van wandkleden, waaronder tassen van tapijtwerk met een digitale ­fotoprint. Maar het gaat mij om de aandacht voor het ambacht: je kunt namelijk alleen maar nieuwe dingen ontdekken als je tijd en ruimte hebt om iets nieuws te ontwikkelen. Ik vind dat handwerk onterecht een suf imago heeft. Ik wil dat graag veranderen, want handwerk is een belangrijk tegengif voor de online­cultuur. Een paar jaar geleden heb ik daarom de Loewe Craft Prize geïni­tieerd, die is bedoeld om mensen en ­objecten die meestal over het hoofd ­worden gezien de erkenning te geven die ze verdienen.’

2 Kunst: Anthea Hamilton
‘Dankzij Loewe kan ik kunstenaars ­helpen en met hen samenwerken. Kunst is ontzettend belangrijk voor mij, omdat het een manier is om de tijdgeest te ­onderzoeken. Ik heb Anthea voor het eerst ontmoet in 2015, toen ik haar benaderde met de vraag of ze mee wilde werken aan een expositie in de Loewe-winkel in Miami. Ik bewonder haar werk: het is ongecompliceerd en onverzoenlijk.’
‘Hoewel ze in 2016 de Turner Prize heeft gewonnen, is ze wat mij betreft nog steeds een van de meest ondergewaardeerde kunstenaars van Engeland. Maar daar zal wel snel verandering in komen: sinds kort is haar werk te zien in de ­Duveen Galleries van Tate. Ik heb geen ­seconde getwijfeld toen ze mij vroeg om kostuums te maken voor die installatie, getiteld The Squash. Het was een geweldige opdracht voor mij en mijn team. Heel vrij. En The Squash is met zijn zevenduizend witte tegeltjes en bewegende dansers natuurlijk een geweldig kunstwerk. Er gebeurt iets met je als je in die ruimte staat.’

3 Fotografie: Peter Hujar en David Wojnarowicz 
‘Als student was ik al een liefhebber van David Wojnarowicz. Dit jaar wordt in het Whitney Museum in New York een groot retroperspectief met zijn werk georganiseerd: ik ga zeker kijken. Het eerste wat ik van Peter Hujar zag, waren zijn portretten van Wojnarowicz. Ik was meteen verkocht, want het zijn intieme portretten waar de emotie vanaf spat.’
‘Ik heb hun werk geselecteerd voor een expositie die de Loewe Foundation tijdens het fotografiefestival Photo­España organiseert. Hujar en Wojnarowizc maakten, samen met kunstenaars als Paul Thek, ook al zo’n icoon, naam in een tijd dat de homocultuur het erg moeilijk had in Amerika. Voor mij heeft hun werk een bepaalde urgentie. Het ging hun niet om geld verdienen, maar om overleven. Dat maakt hun werk ontzettend sterk. Dit waren radicale en vernieuwende kunstenaars en daarom zijn ze nog steeds relevant.’

Keramiek van Sara Flynn

4 Keramiek: Sara Flynn
‘Ik ben geobsedeerd door keramiek. Die liefhebberij heb ik van mijn grootvader. Van hem kreeg ik ooit een Delftsblauwe vaas uit de 17de eeuw. Een van de eerste stukken die ik zelf kocht, was een zwart-witte vaas van John Ward. Ik kocht ’m een jaar of tien geleden in de museumwinkel van het British Museum. Inmiddels heb ik een serieuze verzameling aan­gelegd met drie steunpilaren.’
‘Om te beginnen heb ik werk van Lucie Rie, zij was al overleden toen ik mijn verzameling begon. John Ward leeft nog wel, maar maakt niet meer zoveel; hij vertegenwoordigt het middelste deel van mijn verzameling. Toen ik iemand van mijn eigen generatie zocht om mijn collectie aan te vullen, kwam ik terecht bij Sara Flynn. Zij is ontzettend getalenteerd. In haar werk zit een bizarre hoeveelheid handwerk, experimenteerdrift, materiaalkennis en tijd. Ik kan daar uren naar kijken. Van alle dingen die ik in huis heb, haal ik serieus het meeste plezier uit keramiek. Ik vind het inspirerend om naar iets te kijken dat ik zelf niet kan ­maken. Sommige stukken gebruik ik ook gewoon. Ik zet bijvoorbeeld bloemen in de vazen van John Ward; geen idee wat hij daarvan vindt.’

5 Mode: T-shirt
‘Ik neem niet graag ingewikkelde beslissingen als ik me aankleed: meestal trek ik min of meer hetzelfde uit mijn kast. Om te beginnen een T-shirt. Ik hou van een goed gemaakt T-shirt. Ik heb een tijdje voor het Britse merk Sunspel gewerkt, dat heel mooie T-shirts maakt. In mijn kast liggen er ook een stuk of honderd van de ­Japanse modeketen Uniqlo. Die zijn precies goed. Vorig jaar heb ik voor het eerst een collectie voor Uniqlo gemaakt. Daar ben ik erg trots op, want ik ben een fan. Bij Uniqlo weten ze precies de essentie van een product te pakken, ze maken kleding die veel mensen willen dragen en die kleding is nog goed geprijsd ook.’

6 Plaats: Ibiza
‘Eerlijk is eerlijk: toen ik bij Loewe begon, was ik nog nooit in Madrid geweest. Mijn herinneringen aan Spanje zijn jeugdherinneringen aan zomer­vakanties op Ibiza, waar mijn ouders een huis hadden. Je kunt Loewe zien als het Spaanse antwoord op Hermès, een exclusief luxemerk met een focus op ­lederwaren. Toen ik hier begon, heb ik een jaar de tijd gekregen om een eigen visie te ontwikkelen voordat ik mijn eerste collectie liet zien.’
‘Ibiza speelt een belangrijke rol in mijn visie op Loewe. Zo heb ik tijdens mijn eerste gesprek voor deze baan een boek laten zien met een stuk of honderd foto’s. Ik had geen kleding bij me. Het meest prominente beeld was een foto van Steven Meisel uit 1997, van Kirsten Owen op het strand. Het ging mij om de sfeer op die foto. Dáár wilde ik naartoe. Ik heb het zware en aristocratische gevoel dat voorheen rond het merk hing, vervangen door een losser en vrijer gevoel. Dat past beter bij mij. Vorig jaar en dit jaar hebben we zelfs een speciale zomercollectie gepresenteerd met Paula’s Ibiza, een lokaal merk dat geweldige hippiejurken maakt.’
7 Stylist: Manela Pavesi 
‘Ik ben in de mode begonnen als assistent van Manuela Pavesi, de stylist van Miuccia Prada. Voor mij was zij een soort God. Zij was het toppunt van mode, vond ik. Ik heb ontzettend veel van haar geleerd. Mijn werkwijze en mijn kijk op mode zijn sterk door haar beïnvloed. Ze was geobsedeerd door mode, maar niet op een irritante manier. Ze had een ongelooflijk goede smaak, ontzettend veel kennis en ze wilde altijd alles weten.’
‘De kennis van en de liefde voor mode zoals zij die had, worden steeds zeldzamer omdat het allemaal steeds sneller moet. Dat vind ik weleens jammer. Een van haar belangrijkste adviezen aan mij is geweest om altijd te blijven leren, omdat je eigenlijk nooit ­genoeg weet.’8 Verzameling: damast
‘Ik ben opgegroeid in The Loup, een dorp in Noord-Ierland. Mijn grootvader werkte als textielontwerper in een ­fabriek en nam mij weleens mee. Van hem heb ik geleerd om te kijken naar stoffen en hoe ze gemaakt worden. Ik ben vooral geïnteresseerd in damast. Dat is een bijzondere textielsoort met een ­ingewikkeld maakproces. Een paar honderd jaar geleden was deze stof nog zo kostbaar dat mensen in hun erfenis beschreven naar wie het damast zou gaan.’
‘Omdat ik mijn best doe om mijn ­eigen verzamelwoede binnen de perken te houden, heb ik me nu toegelegd op wit damast uit de 15de, 16de en 17de eeuw. Het leuke aan verzamelen vind ik dat je niet per se heel veel geld hoeft te hebben. Je moet vooral bereid zijn om tijd en energie te steken in het zorgvuldig onderzoeken van een onderwerp. Ik doe dat graag: ik heb intussen dertien boeken over damast verzameld. Ja, die zijn echt interessant, terwijl ik in eerste instantie niet eens wist dat er boeken over damast bestonden.’

9 Fotografie: Jamie Hawkesworth 
‘Mijn vaste stylist Benjamin Bruno en ik werkten al met Jamie toen hij nog helemaal niet bekend was. Hij heeft verschillende campagnes voor Loewe gefotografeerd en ik heb ook samen met hem ­gewerkt aan het boek dat verscheen bij de tentoonstelling Disobedient Bodies, die vorig jaar in het Hepworth Wakefield Museum te zien was. Jamie is een nieuwe stem in de fotografiewereld en heeft een heel eigen beeldtaal. In zijn foto’s zit vaak een zekere naïviteit, en dat spreekt mij erg aan. Ik denk dat het vroege werk van Jamie en Bruno over een jaar of tien als belangrijk en baanbrekend wordt ­bestempeld door kenners in de fotografiewereld, juist omdat ze zo’n eigen beeldtaal hebben.’

CV
Jonathan William ­Anderson is op 17 september 1984 geboren in Magherafelt, een dorp in de provincie County Londonderry in Noord-Ierland. Hij begon op zijn 18de aan een acteeropleiding in Washington D.C, maar was meer geboeid door de kostuums dan door het toneelspel en stapte over naar ­London College of ­Fashion, waar hij in 2007 afstudeerde. Na zijn studie werkte hij als visual merchandiser voor Prada.
In 2008 begon hij zijn eigen label: J.W. Anderson, met een collectie voor mannen. In 2010 presenteerde hij zijn eerste vrouwencollectie. Van 2010 tot 2014 was hij creatief directeur van het Britse merk Sunspel. In 2012 tekende hij twee collecties voor de Britse keten Topshop, beide waren vrijwel direct uitverkocht. In 2013 tekende hij een collectie voor Versus, de jongere lijn van ­Versace. Ook in 2013 kocht modebedrijf LVMH een minderheidsaandeel in zijn eigen merk én werd hij benoemd tot creatief directeur van het Spaanse modemerk Loewe. In 2017 ontwierp hij collecties voor Uniqlo en ­Converse.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op zaterdag 1 juni in de Volkskrant 

Gerelateerde artikelen:

, , , , , ,