Interview: Veronique Nichanian van Hermès

Lievelingskleren die lang meegaan. Die maakt Veronique Nichanian, de vrouw achter de mannenmode van Hermès.

Veronique Nichanian, foto: Hermes

Veronique Nichanian (58), artistiek directeur van de mannenmode van Hermès, zit er niet mee dat haar werk niet zo veel aandacht krijgt als dat van Christophe Lemaire, artistiek directeur van de vrouwenmode van Hermès. Er zijn nu eenmaal meer vrouwenmodebladen dan mannenmodebladen. En vrouwen praten volgens Nichanian meer over hun kleding dan mannen. Maar ondertussen is Hermès een van de weinige merken waar de mannenmode goed is voor de helft van de omzet (voor 2012 geschat op 1,59 miljard euro). Dat de mannenmode het zo goed doet, mag best eens gezegd worden, vindt de artistiek directeur. Daarom gaf ze eind vorig jaar een groot feest in Parijs om de mannencollectie van Hermès onder de aandacht te brengen van vrienden, klanten en internationale pers.
Op het feest, dat begon met een modeshow en later werd opgeleukt door een hippe band, kwamen negenhonderd genodigden van overal ter wereld af. Chique types, die zich na afloop van het feest tegoed deden aan champagne terwijl de dansvloer zo goed als leeg bleef. ‘Het was voor het eerst dat we zo’n grote presentatie van de mannenmode in Europa organiseerden. Ik vond het geweldig’, zegt de ontwerpster de dag na het feest. Ze heeft een kantoor in het achtste arrondissement. Een imposant kantoor, op loopafstand van de luxueuze winkelstraat Avenue George V. Veel ramen, witte muren. Boeken en tijdschriften zijn keurig opgestapeld.

N[/dropcap]ichanian is een charmante, frêle Française. Zonder make-up en juwelen. Klassiek gekleed: een overhemd en een simpele pantalon, van Hermès. Ballerina’s. Ze is een makkelijke prater. Niet bang om in de belangstelling te staan. Alleen als ze de catwalk op moet na de show, moet ze meestal even slikken, zegt ze. Zaterdagavond is het weer zo ver. Dan geeft Hermès een show tijdens de Parijse mannenmodeweek, die vandaag begint.
In de wereld van de mannenmode is Nichanian, die al ruim twintig jaar voor Hermès werkt, een invloedrijke ontwerpster. Maar u zult haar ideeën niet direct bij ketens als H&M terugzien. Haar werk is niet eenvoudig te kopiëren. Met opvallende vormen en drukke prints werkt ze nauwelijks. Ze onderscheidt zich door de bijzondere materialen die ze gebruikt. Ze wil, zegt ze, lievelingskleren maken. Een jasje van kasjmier dat na vijf jaar nog met plezier wordt gedragen, een trui die een leven lang meegaat, een leren tas die steeds mooier wordt door het gebruik.
Nichanian wijst op haar trui, die over de stoelleuning hangt. Een klassieke herentrui met V-hals, van kasjmier. ‘Ik maak geen mode, ik maak kleding. Niet voor modellen, maar voor echte mensen.’ Tijdens haar shows laat ze vaak ‘echte mannen’ meelopen, zoals tennisser Paul-Henri Mathieu, journalist Marc Voinchet, kunsthandelaar Kamel Mennour en architect Maxime d’Angeac; allemaal grote namen in Frankrijk. ‘Het hoeft van mij niet allemaal jong en strak te zijn.

Mijn ontwerpen worden net zo goed gedragen door oudere mannen met een buikje.’

IIn eerste instantie was Nichanian, die in 1976 na een studie aan de École de la Chambre Syndicale de la Couture in Parijs als stylist op de mannenafdeling van Cerruti begon, helemaal niet van plan om als mannenmodeontwerpster verder te gaan. Ze wilde, zoals zoveel jonge ontwerpers, vrouwenkleding maken. Maar eenmaal aan het werk raakte ze meer en meer gehecht aan de wereld van de mannenmode.
Ze twijfelde geen moment toen Jean-Louis Dumas, toen CEO van Hermès, haar in 1988 belde met de vraag of ze op de mannenmodeafdeling van het Franse luxemerk wilde komen werken. Sinds 2009 is ze artistiek directeur en heeft ze de volledige vrijheid.
‘In de mannenmode, en bij Hermès al helemaal, gaat het om traditie en vakmanschap. Waarden die tegenwoordig ook steeds belangrijker worden in de vrouwenmode. De nadruk ligt op de kwaliteit van de kleren. Dat is precies waar ik aan hecht in mijn werk. Mijn ontwerpen zijn bedoeld om langer dan één seizoen mee te gaan.’
Dat mag ook wel, voor dat geld. Een kasjmier trui van Hermès kost al snel 750 euro. Aan een paar leren schoenen hangt een prijskaartje van ten minste 590 euro. Om nog maar niet te spreken over de decadente ‘bespoke’ service, waarbij klanten naar wens kleding op maat kunnen laten maken. Daar is de prijs afhankelijk van de materialen en het aantal sessies dat nodig is om te meten.
Ja, geeft de ontwerpster toe, dat is veel geld. Maar ze bestrijdt dat Hermès duur is. ‘Hermès is kostbaar, dat is iets anders dan duur. Ik kan precies uitleggen waarom het een of ander veel kost. Ik werk met bijzonder kostbare materialen, zoals het zachtste lamsleer, krokodillenleer dat bijna net zo soepel valt als jersey en exclusieve kasjmier die veel lekkerder draagt dan de goedkopere varianten die je tegenwoordig overal vindt.’

In het Parijse Palais de la Bourse, het voormalige beursgebouw en de feestlocatie van Hermès, had ze eind vorig jaar een aantal vitrines ingericht met ontwerpen uit eerdere collecties. De kleding had ze geleend van vrienden; het was allemaal al gedragen. Daarmee wilde ze laten zien dat haar werk niet gevoelig is voor de tand des tijds. Een geperforeerd leren jasje uit 2005 past bijna naadloos in de laatste voorjaarscollectie. Een vliegeniersjack zou zo uit de huidige wintercollectie kunnen komen.
Deze winter zette de ontwerpster een sportief beeld neer, waarin ze exclusieve materialen combineert met een klassiek silhouet. Denk aan dikke, gebreide marinierstruien met grove ritsen, broeken van lamsleer en sportieve, korte jacks. ‘Toen ik begon, lag de nadruk op pakken. Tegenwoordig maak ik meer casual kleding. Mijn eigen man wil buiten werktijd ook wel eens iets anders aan dan zijn pak.’
Of ze haar man kleedt? ‘Ja, natuurlijk. Maar dat is niet altijd makkelijk. Als ik kom aanzetten met een nieuwe kasjmier trui zucht hij vermoeid dat hij niet nog een trui nodig heeft. Eigenlijk vind ik dat wel leuk. Hij is geen fashion victim. Dat ben ik zelf ook niet.’ Ze kan het niet vaak genoeg zeggen: echte kleding voor echte mannen, daar doet ze het voor. Mode en modellen vindt ze meer een noodzakelijk kwaad.


Prijskaartje

Dana Thomas, voormalig modejournalist van The Washington Post, bezocht voor haar boek How Luxury Lost Its Luster, waarin ze uiteenzet hoe de luxe-industrie werkt, fabrieken en werkplaatsen van luxemerken. Ze was ook te gast bij Hermès. Thomas hekelt oude merken en familiebedrijven als Louis Vuitton, Christian Dior en Fendi. Die hebben hun ziel naar haar idee aan de duivel verkocht voor groei. Hermès komt er in het boek opvallend goed vanaf. Dit modemerk, zo betoogt Thomas, is integer in alles wat het doet. En ja, daar hangt een prijskaartje aan.

 

Eerder gepubliceerd op woensdag 16 januari 2013 in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, , ,