Koop geen nieuwe schoenen als je nog schulden hebt

De Amsterdamse schuldhulporganisaties kregen vorig jaar bijna een vijfde meer aanmeldingen dan in 2008. Met een preventieve aanpak wil de gemeente de groeiende schuldproblemen van zijn inwoners te lijf.

Op schulden rust een taboe. Zeker in Amsterdam-Zuidoost. “Mensen geven hun geld hier liever uit aan blingbling dan dat ze mij inschakelen voor hulp,” zegt Regona Bon (30). Zij begon eind vorig jaar een eigen bedrijf, Hope makes a Difference, waarmee ze onder meer mensen met een betalingsachterstand en schuldproblemen helpt.
Het gaat haar vooral om mensen die bij de reguliere schuldhulpverlening buiten de boot vallen. “Ik vind het heel goed dat de overheid erop hamert dat mensen zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar wat gebeurt er met de groep die dat niet kan? Instanties zijn niet in staat iedereen te bereiken. Ik spreek mensen aan op straat, in de supermarkt en in de kerk,” zegt Bon.
“Schuldproblemen gaan van kwaad tot erger. Maar veel mensen trekken pas aan de bel als beslag op hun spullen wordt gelegd. Dan is het eigenlijk al te laat. Ik wil ze helpen om hun problemen eerder aan te pakken door ze inzicht in hun situatie te geven,” zegt Bon.
Sinds oktober heeft ze ongeveer honderd mensen in haar directe omgeving aangesproken op hun betalingsproblemen. Bon, die voor een consult 25 euro per uur rekent, ziet haar bedrijf als ‘een verlengstuk’ van gemeentelijke organisaties die gericht zijn op schuldsanering.
“In Zuidoost loopt een grote groep mensen rond die teleurgesteld is in hulpverleningsinstanties omdat daar tegenwoordig nauwelijks meer tijd is voor persoonlijk contact. De hulpverlening wordt steeds zakelijker. Die mensen wil ik activeren om hun problemen aan te pakken. Want als ze eenmaal resultaat zien, zijn de meesten best bereid om hun prioriteiten ergens anders te leggen en te investeren in de aflossing van hun schulden,” zegt Bon.

De 37-jarige Alexandra, die niet met haar achternaam in de krant wil, zit nog middenin een schuldsaneringstraject. “Ik heb heel lang gewacht voordat ik een instantie heb opgezocht. Ik was het overzicht kwijt en dacht dat mijn schuldprobleem niet zo erg was. Ik maakte mijn post niet meer open, in de hoop dat de problemen zichzelf zouden oplossen. Pas toen ik mijn huis uitgezet dreigde te worden, heb ik hulp gezocht,” zegt ze.
“Het is niet makkelijk om aan je omgeving toe te geven dat het helemaal niet zo goed met je gaat. Ik had een baan als administratief medewerker, maar heb me vanwege persoonlijke omstandigheden een paar maanden ziek moeten melden, waarop ik mijn baan verloor. Sindsdien kon ik de rekeningen niet meer betalen. Mijn schuld bestaat voornamelijk uit rekeningen van de tandarts, de zorgverzekering, dat soort gewone dingen,” aldus Alexandra.
De Gemeentelijke Ombudsman Ulco van de Pol constateerde medio vorig jaar dat dossiers geregeld vertraging oplopen doordat processen niet vloeiend in elkaar overlopen of doordat schuldeisers aarzelen aan een schuldsanering mee te werken. Door die vertragingen kunnen er weer schulden bijkomen.
“Mijn schuld bedroeg 6000 euro toen ik voor het eerst bij de maatschappelijke dienst aankwam, maar tegen de tijd dat het bedrag definitief werd vastgesteld, was het opgelopen tot bijna 21.000 euro. En ik heb echt geen schulden doordat ik dure kleren heb gekocht,” zegt Hedy-Jane Guds (49).

Ik kom al tien jaar niet meer in winkels.”

Guds studeerde rechten aan de UvA en volgde later een opleiding tot trainer en coach omdat ze jeugdwerk in Zuidoost wilde doen. In overleg met de maatschappelijke dienst MaDi heeft Guds een regeling getroffen waarbij ze 45 euro per maand – ze leeft van een bijstandsuitkering van 886 euro per maand – aan aflossing betaalt.
“Mijn schulden begonnen zich op te stapelen doordat ik noodgedwongen zelfstandig ondernemer was geworden. Ik zat midden in een GGZ-traject om mijn eigen trauma’s aan te pakken toen ik in 2003 uit de WAO werd gekieperd en werd aangespoord om voor mezelf te beginnen. Dat heb ik gedaan, tegen beter weten in. Toen is het gerommel met een instabiel inkomen begonnen. Want als zwarte vrouw loop ik systematisch tegen obstakels op,” zegt Guds.
“Ik kreeg geen werk. Uiteindelijk ben ik als schoonmaakster aan de slag gegaan. Zwaar onder mijn niveau. Ik raakte in een impasse terwijl de rekeningen zich bleven opstapelen. Ik raakte totaal ontwricht door de voortdurende aanmaningen en incasso’s,” zegt Guds. “Maar ik ben erg geschrokken van de manier waarop ik werd behandeld door de maatschappelijke dienst. Ik was een nummer, geen mens.”
Sinds ombudsman Van de Pol heeft geconstateerd dat het de Amsterdamse schuldhulpverlening aan slagkracht ontbreekt, is er veel veranderd. Volgens hem haakte veertig procent van de 13.000 aanvragers in 2010 om onbekende redenen af tijdens een schuldhulpverleningstracject. “In dat percentage zijn ook de dossiers meegeteld die nooit verder komen dan één aanmelding. Uitval bij mensen die verder het traject ingaan, lag vorig jaar op ongeveer twintig procent,” zegt een woordvoerder van de Dienst Werk en Inkomen (DWI).

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, bekijkt hoe de schuldhulpverlening verbeterd kan worden. Hij vindt dat overheidsinstanties te snel hun geld willen hebben, te weinig oog hebben voor de belangen van schuldenaren en onvoldoende samenwerken om schuldenaren te helpen.
Rob van der Velden, portefeuillehouder schuldhulpverlening van DWI, geeft toe dat er nog veel te verbeteren is op het gebied van de schuldhulpverlening. “We zijn sinds begin dit jaar druk bezig de problemen effectiever aan te pakken. Zo gaan we steeds meer integraal te werk. Dat wil zeggen dat we niet alleen naar de schulden kijken. We kijken nu ook naar het inkomen en de sociale positie van schuldenaren, we wisselen geautomatiseerd bestanden uit met de grote schuldeisers en we onderhouden contact met de woningbouwvereniging en zorgverzekeraars, zodat we mensen vroegtijdig op betalingsachterstanden kunnen aanspreken,” zegt Van der Velden.
Volgens hem is het percentage schuldenaren dat de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA) uit de brand helpt sinds begin dit jaar verdubbeld. “De rest van Nederland kijkt nu naar onze kredietbank. Want de doorlooptijd ligt hier op 70 dagen, dat is ver onder het landelijke gemiddelde van 120 dagen. We hebben dit kunnen bereiken doordat we steeds meer dwangakkoorden sluiten waarbij we aarzelende schuldeisers dwingen om mee te werken aan een schuldsanering,” aldus Van der Velden.
“Daarnaast hebben we de aanpak veranderd. Het slagingspercentage ligt al jaren laag omdat het niet voor iedereen is weggelegd om volledig schuldenvrij te raken,” zegt Van der Velden. “Met ingang van dit jaar zijn we ons gaan richten op schuldstabilisatie. We willen ook voor mensen die niet zo makkelijk schuldenvrij raken bed, brood en bad veiligstellen. Om te zorgen dat ze in het vervolg niet langer worden meegeteld als uitvallers, zijn we begin dit jaar anders gaan tellen.”
De medewerkers van DWI doen hun best schuldproblemen sneller op te sporen. “We spreken burgers met twee maanden huurachterstand of een premieachterstand bij de zorgverzekering of een betalingsachterstand bij een energieleverancier vroegtijdig aan op hun schuld. We willen liever voorkomen dan genezen,” zegt Van der Velden.
Ombudsman Van de Pol is positief gestemd over de nieuwe aanpak van de gemeente. “Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. Die worden onder druk van de crisis alleen maar groter. Waar schuldsanering voorheen voorbehouden was aan de onderklasse, komen nu ook steeds vaker gezinnen uit de middenklasse terecht in een schuldsaneringstraject.”

CBS: schuldenlast stijgt
Na enkele jaren van minder schuldsaneringen zijn deze volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) weer terug op het niveau van 2005-2007. Sinds 2009 groeit het aantal schuldsaneringen onder privépersonen hard.
In 2009 kwamen er 11.700 mensen in de schuldsanering terecht. Vorig jaar steeg dat aantal met dertig procent, tot 15.000 mensen. Gemiddeld kwamen er vorig jaar in Nederland 112 inwoners per 100.000 van 18 jaar en ouder in de schuldsanering terecht.
De toename van het aantal schuldsaneringen hangt volgens het CBS samen met een minder gunstig economisch klimaat. Zo gaan meer bedrijven failliet en verliest een toenemend aantal mensen zijn baan. Ook langdurige dubbele woonlasten en minder coulance bij schuldeisers zijn volgens het CBS mogelijke verklaringen voor een stijgend aantal schuldsaneringen.

Eerst vrijwillig
Voordat iemand in het traject op basis van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) terechtkomt, meldt hij zich bij de gemeente voor een vrijwillige sanering. Amsterdam telt elf schuldhulporganisaties. Vorig jaar ontvingen die in totaal 12.670 aanmeldingen, tegenover 10.020 in 2008.
De hulpverleners berekenen de aflossingscapaciteit en dienen vervolgens bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA) een aanvraag in voor een minnelijke regeling. De GKA regelt de afbetaling van de schulden met de schuldeisers, en verstrekt de schuldenaar daarvoor een schuldsaneringskrediet dat die in drie jaar moet terugbetalen. Gaat één van de schuldeisers niet akkoord met de sanering, dan is het traject mislukt. Dan is de volgende stap een aanvraag Wsnp, die door de rechter goedgekeurd moet worden. In het eerste kwartaal van dit jaar zijn 290 mensen ingestroomd in de Wsnp, tegenover 257 mensen in dezelfde periode in 2008.

Chaos in incasso
Uit Paritas Passé, een recent rapport van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), blijkt dat het aantal gezinnen dat te maken heeft met incassobureaus de afgelopen tien jaar is verdrievoudigd. Volgens het rapport bevindt één op de tien huishoudens (693.000) zich momenteel in een problematische schuldsituatie, waarbij men risico loopt op onverwachte afschrijvingen en andere incassopraktijken. De onderzoekers zijn van mening dat de bijzondere incassobevoegdheden van de Belastingdienst, waterschappen en gemeenten tot chaos in de incassopraktijk hebben geleid. ‘Schuldeisers verdringen elkaar met verschillende vormen van beslaglegging.’

Eerder gepubliceerd op zaterdag 5 mei 2012 in Het Parool (economie)

Gerelateerde artikelen: