Met Sonny Groo en Jean-Paul Paula in Parijs

In de Nederlandse modewereld zijn ze al een begrip, internationaal worden ze steeds vaker herkend. Het Parool volgde Sonny Groo en Jean-Paul Paula tijdens de Parijse modeweek. ‘Mode is voor ons geen hobby.’

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Sonny Groo en Jean Paul Paula in de tuin van Palais Royal

Wie Sonny Groo (21) en Jean-Paul Paula (22) eenmaal gezien heeft, vergeet ze niet snel. Logisch, ze dragen hoge hakken, leggings en opzichtige brillen. Paula accentueert zijn taille graag met een brede riem, Groo draagt rustig een zwarte leren rok over zijn broek.
Als ze ergens hun entree maken doen ze dat meestal met een groep, onder wie Christopher van Damme (21), Mylou Oord (21) en Aynouk Tan (26). Van Damme en Oord kleden zich niet extravagant, maar freelance modejournalist Tan is niet vies van opvallende pakjes en hijst zich geregeld in een zelfgemaakte tule bruidsjurk – een outfit die haar nog niet zo lang geleden een prijs bij de Dutch Fashion Awards opleverde. Vorige week zaten ze met z’n vijven in Parijs, voor de modeweek.
In Amsterdam trekken Sonny Groo, Jean-Paul Paula en hun vrienden nogal wat bekijks, maar toen ze in de rij stonden voor de show van Jeremy Scott in Parijs, vielen ze nauwelijks op. De hele jonge garde van de internationale mode-industrie had zich verzameld voor Faculté de Médicine, de showlocatie van Scott.
Terwijl gevestigde modemensen over het algemeen kiezen voor toonaangevende labels als het hun kleding betreft – redacteuren van Vogue dwepen momenteel met Balmain, Suzy Menkes is meer een Dries Van Notentype – kleedt de jonge garde zich zo uitbundig mogelijk. En maar hopen dat ze sneller binnenkomen. “Dat werkt natuurlijk niet altijd. Bij labels zoals Dior en Balmain haalt het niets uit, maar bij Jeremy Scott konden we meteen doorlopen terwijl er nog zeker tweehonderd mensen buiten stonden te wachten, ” zegt Groo.
Na afloop van de show werden Jean-Paul Paula en Aynouk Tan door verschillende cameraploegen benaderd. Of ze even konden vertellen wat ze van de show vonden. Ze worden wel vaker aangesproken, want mensen rond de modewereld denken al snel dat iemand die er opvallend uitziet een belangrijke functie vervult. Maar Sonny Groo en Jean-Paul Paula verdienen hun levensonderhoud nog steeds in respectievelijk een broodjeszaak op de Zeedijk en de Sugarfactory op de Lijnbaansgracht.
Door de Nederlandse modepers worden ze met argusogen bekeken. Uitslovers, die zich nog moeten bewijzen, dat is de heersende opvatting. “Het is typisch Nederlands zo te reageren op nieuwe mensen, ” zegt Groo. “Als we in New York hadden gewoond, was het misschien wel heel anders geweest. Daar krijgen jonge mensen veel meer kansen. Ik ben wel eens uit een pitch voor een klus gegooid vanwege mijn leeftijd. Op het gebied van mode kiest men in Nederland vaak voor veilig, het gaat allemaal om je cv. ” Ze weten dat zij geen indrukwekkend cv hebben. Nog niet, haast Groo zich te zeggen. Hij en Paula zijn al anderhalf jaar bezig met het opzetten van hun eigen tijdschrift: Mykromag.
Groo gaf zich na de havo op voor de Rietveld Academie, werd toegelaten, maar schrok terug bij de gedachte aan vier jaar studeren en begon als stagiaire bij een pr-bureau. In 2008 deed hij mee aan de Elle Style Awards, sindsdien werkt hij als freelance stylist, onder meer voor Blend. Jean-Paul Paula ging na de middelbare school aan de slag bij kledingwinkel Adidas. “Ik moet nog veel leren en ik weet dat ik een risico heb genomen omdat ik alleen maar een havodiploma heb. Soms lijkt het studentenleven me ook best fijn, maar dit is wat ik wil. Ik wil mode, ” zegt Groo. “Ik heb geen keus. Mode is alles voor mij. Dit moet slagen, ” zegt Paula.
Met hun blog trekken ze inmiddels een paar duizend bezoekers per dag en als het meezit, verschijnt Mykromag binnenkort online. “Mensen zoals Simon Robins, de fashion director van de Russische Vogue en Paul Scala, die ook fotografeert voor de Chinese en de Japanse Vogue, werkten mee. Allemaal voor niets, omdat ze in het concept geloven, ” zegt Groo.
Het blad is zo goed als af, maar de vormgeving is wat vertraagd omdat de jongen die de art-direction deed net een baan bij het tijdschrift SelfService heeft gekregen. In elk geval hebben ‘ editor in chief’ Sonny Groo, ‘ fashion director’ Jean-Paul Paula en ‘ features editor’ Christopher van Damme dankzij Mykromag indrukwekkende visitekaartjes. En dat komt mooi uit, ze zijn tenslotte in Parijs om te netwerken.
Doordat de Parijse modewereld op zijn zachtst gezegd hiërarchisch is en Nederlanders niet bepaald bovenaan staan bij de verdeling van de uitnodigingen voor de grote shows, hebben Groo en Paula lang niet alle kaarten. Jammer, dan maar naar de showrooms.
Vooral de showrooms met opkomende ontwerpers zijn geliefd. “Dat zijn de mensen op wie we ons met Mykromag richten. We willen laten zien dat je als jonge creatieveling een verschil kunt maken. Bovendien is dat de generatie waar we mee opgroeien. Tegen de tijd dat zij groot zijn, hopen wij dat ook te zijn en vice versa, ” zegt Groo.

Op het gebied van mode kiest men in Nederland vaak voor veilig’

Jean-Paul Paula in de showroom van de British Fashion CouncilDe houding die in de modewereld gemeengoed is, hebben ze zich inmiddels helemaal eigen gemaakt. In de showroom van het British Fashion Council, de verzamelplek voor talent uit Londen, zoenen ze de aanwezige ontwerpers enigszins verveeld gedag. Dat is cool in modekringen. Geïnteresseerd, maar met een blik alsof ze alles al gezien en gehoord hebben, luisteren ze naar verhalen over lingerie met tattoeageprint, plastic sieraden en met spijkers beslagen leren jackjes. Aan de lopende band delen ze hun visitekaartjes uit.
Het netwerken houdt niet op bij het bezoeken van de showrooms en het flaneren rond de shows. In de avonduren zijn er de feestjes. Zo maakte Jean-Paul Paula in metallic jasje en vintage jumpsuit zijn entree op het feestje van Jeremy Scott, een dag later verscheen hij met zilveren pumps van Ungaro en een geruite rok op het feestje ter ere van de lancering van het parfum van het tijdschrift Fantastic Man.
Groo en Paula houden ervan zich uit te dossen en modefeestjes te bezoeken, maar ze zitten net zo lief een hele avond met vrienden op hun hotelkamer in Pyrénées, in het twintigste arrondissement. Een aftandse kamer met oranjegeel behang. Ze hangen op de bedden, de pumps liggen op de met kleding bezaaide vloer, een fles wodka van de avondwinkel gaat rond. Niet dat het netwerken helemaal stopt: via de digitale netwerksite Facebook houden ze contact met hun kennissenkring.
Sonny Groo, Jean-Paul Paula en Aynouk Tan zijn zich bewust van het feit dat ze met hun uiterlijk een bepaalde reactie uitlokken. “We willen allemaal iets bereiken in de mode. Ik speel mezelf in de kijker door de manier waarop ik eruitzie. In de mode is uiterlijk belangrijk, ik heb het idee dat ik meer kansen krijg als ik er opvallend uitzie, ” zegt Aynouk Tan. “Ben je niet bang dart je niet serieus wordt genomen? ” vraagt Christopher van Damme, die zich om die reden bewust niet zo excentriek kleedt. “Nee, ik kleed me al jaren zo, ” zegt Tan.
“Voor mij is het normaal om erbij te lopen zoals ik erbij loop, maar ik weet dat mijn grenzen verder liggen dan die van de meeste mensen. Ik ben op dat vlak bijvoorbeeld niet altijd gesteund door mijn ouders. Mijn ouders zijn gescheiden; mijn moeder houdt van mode, maar mijn vader zou me liever in een normale baan zien, ” zegt Groo. “Mijn vader stuurde me nog een vacature voor een communicatiefunctie bij de Rabobank. Daar moet ik niet aan denken, ” zegt Tan.
“Voor mij is het heel puur begonnen: ik wil er gewoon goed uitzien. Ik kleed me niet anders omdat ik iets wil bereiken. Ik kleed me modieus, ” zegt Paula. “We kleden ons in Parijs wel heftiger dan in Amsterdam, omdat het kán. In Amsterdam heb je meteen gezeik als je als jongen op hoge hakken over het Leidseplein loopt, ” zegt Groo.
Dat ze in Parijs belaagd worden door straatfotografen vinden ze niet vervelend. “Onze reputatie, en die van Mykromag, is voor een deel gebaseerd op hoe we eruitzien. Deze week is wat dat betreft ontzettend goed. We worden veel gefotografeerd en die foto’s gaan via weblogs meteen de wereld rond. Zo stond Jean-Paul onlangs zelfs op de site van de Franse Vogue, ” zegt Groo.
“Maar we weten natuurlijk ook wel dat zoiets in Nederland niet zoveel betekent. Volgende week staan we gewoon weer broodjes te verkopen op de Zeedijk en jassen op te hangen in de Sugarfactory, maar daar staan we nu nog omdat we geld moeten verdienen. Mode is voor ons geen hobby. Over tien jaar zitten wij nog steeds in de mode. ”

Eerder gepubliceerd in Het Parool op 17 maart 2009 (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , , ,