Met vakmensen in de showroom

De uitverkoop is bijna voorbij; langzaam druppelen de nieuwe collecties binnen. Het Parool was erbij toen de toonaangevende winkels van de stad hun inkopen deden in Parijs. ‘Kleding zonder hangerappeal is moeilijk te verkopen’.

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Debbie en Edward de Jonge Urbach en René de Jong (vlnr) bij Louboutin

‘Doe deze maar niet, ” zegt Debbie de Jonge Urbach terwijl ze naar een paar hooggehakte pumps wijst die haar broer Edward de Jonge Urbach laat zien. “Veel te fragiel, met al dat kant. Zulke schoenen doen het leuk op een glazen tafeltje, maar onze klanten willen schoenen die ze áán kunnen. ”
De verkoopster laat iets vergelijkbaars zien, maar dan gemaakt van leer. Die wil de familie De Jonge Urbach wel hebben voor in hun winkel in de PC Hooftstraat.
Het is vol in de showroom van Christian Louboutin, één van de populairste schoenenmerken van dit moment. Het tapijt is rood, de schoenen staan op glazen planken, aan de muren hangen spiegels en er zijn maar liefst twee modellen aanwezig die de schoenen op verzoek aantrekken.
Voor Debbie en Edward de Jonge Urbach is het de vierde keer dat ze de collectie van Louboutin –te herkennen aan de rode zool– inkopen. Vooralsnog zijn ze het enige verkooppunt van Louboutin in Nederland.
De schoenen slaan zo goed aan, dat de inkopers zelfs iets meer inkopen dan het voorgaande seizoen. “Tegen de trend in, want meestal houden we ons aan de budgetten van het jaar ervoor. En nu we niet precies weten wat ons door de crisis te wachten staat, gaan we zeker niet meer uitgeven. Maar deze schoenen verkopen heel goed, ” legt Debbie de Jonge Urbach uit.
Broer en zus doen de inkoop altijd samen. Debbie volgt de mode op de voet, Edward bewaakt het budget en let op ‘ de commerciële kant van het inkoopverhaal’. René de Jong gaat ook vaak mee inkopen, omdat hij veel in de winkel staat en dus precies weet wat wel en niet gewild is bij de klanten. “We vinden het belangrijk dat de kleding qua stijl en vorm bij de klanten past. Stoer, vrouwelijk en draagbaar zijn onze belangrijkste criteria. In de winkel merken we dat vormeloze kleding nogal uit de gratie is tegenwoordig, het mag allemaal weer wat strakker van de klant. ‘ Hangerappeal’ is ook belangrijk. Een jurk kan er nog zo mooi uitzien op een model, als-ie er op de hanger uitziet als een vod is het moeilijk te verkopen, ” zegt Debbie de Jonge Urbach.

Kleding zonder hangerappeal is moeilijk te verkopen’

De shows bezoeken ze maar zelden. Vaak zijn ze tijdens de shows in Parijs nog bezig met de inkoop in Milaan, daarnaast nemen de shows nogal wat tijd in beslag, tijd waarin ze ook in de winkel kunnen staan. Bovendien staan alle shows binnen een paar uur online. Natuurlijk kijken ze daarnaar, maar beslissingen worden pas in de showroom genomen. “Je kunt veel van tevoren bedenken, maar in de showroom kan een collectie nog behoorlijk tegenvallen. Of juist heel mooi zijn. We hebben wel richtlijnen, maar soms beslissen we ad hoc een merk te laten vallen of iets toe te voegen omdat de collectie tegenvalt of juist bijzonder goed is, ” zegt Edward de Jonge Urbach.
Azzurro, PC Hooftstraat 142 (tel. 6716804) en Azzurro Due, PC Hooftstraat 138 (tel. 6719708), www.azzurrofashiongroup.nl

Pieter Baane Marcello Maquieira (staand) in de showroom van Balmain

Met Gerda en Linda van Ravenstein, inkopers van Van Ravenstein, bij Dries Van Noten.
De dames Van Ravenstein worden hartelijk verwelkomd als ze de ruime showroom van Dries Van Noten binnenkomen. En dat is niet gek als je weet dat Van Ravenstein het beste verkooppunt van Dries Van Noten in Nederland is. Pauw koopt ook wel wat in, maar Van Ravenstein koopt meer. En gewaagder.
“We proberen een goede balans te vinden tussen kleding voor alledag en luxueuzere kleding voor speciale gelegenheden. We willen altijd een spannende winkel zijn, waar voor de klanten veel te ontdekken is, maar een reële prijs vinden we wel belangrijk. Bij duurdere stuks kijken we wel heel goed of we het de moeite waard vinden, ” zegt Gerda van Ravenstein.
Zo laten ze, hoewel de verkoopster benadrukt hoe bijzonder deze stuks zijn, een paillettenrok en een bruin leren jasje hangen. De rok omdat-ie helemaal niet praktisch is, je kunt er niet mee zitten, het jasje omdat het wel erg letterlijk een vintage look heeft. “Hoewel het jasje een luxueuzere uitstraling heeft dan een echt tweedehandsjasje, hangen bij veel tweedehandswinkels in de buurt soortgelijke jasjes. We moeten wel rekening houden met de aanwezigheid van de winkels in de buurt. Als inkoper zien we de prachtigste dingen, en we kopen ook stukken alleen omdat we denken dat ze noodzakelijk voor de uitstraling en de reputatie van de winkel zijn, zelfs in deze tijd. Maar we hebben wel een bedrijf, dus de verkoopbaarheid blijft een belangrijk criterium, ” zegt Linda van Ravenstein.
“Wij Nederlandse inkopers staan bekend om het feit dat we altijd maar vragen of je in een bepaald kledingstuk kunt fietsen. Onzin natuurlijk want je hoeft echt niet overal in te kunnen fietsen, maar bij de jassen die we voor deze winter hebben ingekocht, hebben we wel heel goed gekeken of het ook enigszins praktische jassen zijn. Mensen zijn dezer dagen zuiniger, natuurlijk merken wij dat. Er zijn de laatste tijd verschillende buitenlandse klanten afgevallen. Dat is jammer, want buitenlandse klanten besteden over het algemeen vrij veel, ” zegt Gerda van Ravenstein.
Inkopen is een serieuze zaak voor de dames Van Ravenstein, die altijd samen naar Parijs gaan. Ze gaan op tijd naar bed, drinken hooguit één glas wijn en Gerda geeft de meisjes in de showroom liefst geen hand en geen kus. “Ik wil niet ziek worden, want we beslissen in een paar dagen over de omzet voor het komende half jaar. ” Tijdens het inkopen maken ze aantekeningen, zodat ze in de volgende showroom – na Dries Van Noten gaan ze door naar Bernhard Willhelm – weten wat ze ongeveer gekocht hebben.
“We hebben veel ontwerpers dus moeten we uitkijken dat we niet overal een zwarte pantalon inkopen, daar kunnen wij er voor onszelf namelijk nooit genoeg van hebben. Een gevarieerd en modisch beeld is belangrijk voor de winkel. ”
Van Ravenstein, Keizersgracht 359 (tel. 6390067), www.van-ravenstein.nl

Pieter Baane Marcello Maquieira (staand) in de showroom van Balmain

Met Pieter Baane, eigenaar van Ennu, en Marcelo Maquiera, bij Balmain.
De kleding waar de dames van de Franse Vogue op dit moment gek op zijn, hangt in een kleine showroom in een van de chicste wijken van Parijs. Op de grond ligt morsig tapijt, tegen de wanden staan spiegels met gouden lijsten, in de hoek wordt op een groot beeldscherm non-stop de catwalkshow vertoond. Modellen hijsen zich op verzoek van de inkopers voortdurend in een ander pakje.
Het is druk in de showroom van Balmain, heel druk. Logisch, vinden Pieter Baane en Marcelo Maquiera, die als enige winkel in Amsterdam Balmain verkopen. “Balmain is op dit moment goud in de modewereld. Wie het kan betalen, wil het hebben, ” zegt Baane.
Dat niet iedereen de kleding van Balmain kan betalen –zelfs een simpel T-shirt kost al snel een kleine duizend euro– weten Baane en Maquiera ook wel. Hoeft ook niet. De kleding wordt in kleine oplages gemaakt en Baane en Maquiera kopen mondjesmaat in. Maar ze kopen zeker niet alleen maar de simpele stuks. Zo schrijft Baane op zijn orderformulier onder meer een nauwsluitend blauw paillettenjurkje, een doorgestikt leren zwart jasje dat is afgebiesd met goudkleurige kettingen en een broek die bezet is met Swarovskistenen. “Niet allemaal even toegankelijk, maar ik heb er de klanten voor, ” zegt Baane.

Wie Balmain kan betalen, wil het hebben’

Pieter Baane koopt al dertig jaar kleding in in Parijs. “In feite verandert er niet zo veel, behalve de namen van de merken die op een bepaald moment gewild zijn. Inmiddels zijn alle grootheden door mijn handen gegaan: Claude Montana, Rome Gigli, de Belgen. Nu zijn het oude stoffige modehuizen als Balmain die als toonaangevend gelden.  De budgetten zijn hoog, maar dat zijn ze altijd geweest. En voor dat geld ben je als winkelier wel de enige die een bepaald label krijgt, en dat is heel waardevol voor de winkel.”
Als hij een show gezien heeft, zegt Baane, weet hij precies wat hij wil hebben. “Ik koop wat ik zelf mooi vind. De showroom van Balmain vind ik erg prettig, daar is het zó druk dat er van jou als inkoper nauwelijks notie genomen wordt. Ideaal, dan word ik niet gestoord bij het uitzoeken van de mooiste stukken. ”
Ennu, Cornelis Schuytstraat 15 (tel. 6735265), www.ennu.nl

Eerder gepubliceerd in Het Parool op 28 juli 2009 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , , , , , , ,