Moba: Arnhemse extravanganza

Met Lidewij Edelkoort als artistiek directeur haalde de Mode Biënnale Arnhem een zwaargewicht in huis. Haar opdracht: meer publiek trekken. Hoe gaat ze dat doen?

Lidewij Edelkoort veklaart de uil tot trenddier

Foto: Robin de Puy

Het is dat ze zelf in Arnhem heeft gestudeerd en dus een relatie heeft met de stad. Anders was Lidewij Edelkoort wellicht een beetje te hoog gegrepen geweest voor de Mode Biënnale Arnhem. Met de bekende trendvoorspeller als artistiek leider haalt de organisatie een zwaargewicht met een flink internationaal netwerk in huis. Ze heeft kantoren in Parijs, New York en Tokio en haar klanten zijn grote merken als Coca-Cola, Prada, Zara, Rabobank, Esprit, Armani en Galeries Lafayette.
Arnhem heeft zo’n grote naam hard nodig. De vorige editie, waarbij de relatief jonge en onervaren Joff (Joffrey Moolhuizen, 1976) de creatieve leiding had, geldt als een mislukking. In vier weken tijd trok de biënnale 16.267 betalende bezoekers, slechts de helft van het verwachte aantal. De gemeente Arnhem en de provincie Gelderland moesten een gat van 225 duizend euro dichten. Directeur Willemien Ippel en het bestuur stapten onder dwang op. De huidige zakelijk directeur, Olga Godschalk, begon in oktober 2011 als crisismanager. Goldschalk en Edelkoort hopen dit keer op 35- tot 40 duizend bezoekers.

Hoe gaat u die binnenkrijgen?
‘Met een geweldig programma natuurlijk. Deze biënnale kondigt de terugkeer van de creativiteit aan. En dus geef ik de ruimte aan eigenwijze en creatieve merken. Denk aan kleine onafhankelijke ontwerpers als Malgorzata Dudke uit Londen, Bas Kosters uit Amsterdam en de Chinese Yiqing Yin, aan belangrijke designers van nu als Iris van Herpen, Rick Owens en Gareth Pugh maar ook aan het werk van nog altijd eigenzinnige merken als Prada, Viktor & Rolf, Vivienne Westwood en Jean Paul Gaultier. De gemene deler van het tentoongestelde werk is dat draagbaarheid geen criterium is. Het gaat om vormgeving en experiment. Er is een generatie jonge meisjes voor wie de mode is gereduceerd tot een jurk, hoge hakken en een It-bag. Met deze biënnale wil ik laten zien dat mode meer kan zijn.’

Is de invulling van deze biënnale een commentaar op de mode van nu?
‘In zekere zin wel. Ik vind dat de mode momenteel stilstaat. Door de inhaligheid van grote concerns en te ver doorgevoerde marketing bloedt de industrie langzaam dood. Op deze biënnale gaan we eindelijk weer eens uit ons bol. Alleen al de hoofdtentoonstelling bestaat uit meer dan 150 extravagante outfits, compleet met helmen, hoeden en maskers.’

De organisatie van de Mode Biënnale Arnhem kost bijna 2 miljoen euro. Het idee was dat u, met uw internationale netwerk van smaakmakers in de modewereld, grote merken zou kunnen overhalen de biënnale te sponsoren. Dat is u niet gelukt.
‘Helaas, want ik heb veel tijd gestoken in het benaderen van mensen. Ik had bedacht dat het terugbetaaltijd was, dat modemerken best een bijdrage zouden kunnen leveren, zeker als je bedenkt hoe veel getalenteerde studenten ze uit Arnhem halen. Maar dat we dit kunnen doen, is te danken aan de fondsen, de regio en lokale sponsoren. Niet aan de modewereld zelf. In de mode is men tegenwoordig zo druk met geld verdienen dat er nauwelijks nog plaats is voor het culturele aspect. Grote luxemerken investeren wel in filmpjes en exposities, maar uiteindelijk is dat allemaal verkapte reclame. Overal ter wereld zijn het branchevreemde bedrijven zoals automerken, dranklabels en cosmeticabedrijven die een modeweek financieel mogelijk maken.’

Waarom het thema fetisj?
‘Ik liep al een tijdje met dat woord rond, had het al vaak gebruikt in mijn teksten, toen ik vorig jaar in mei werd benaderd door de organisatie van de biënnale. Dat was voordat Vijftig Tinten Grijs zo populair werd. Het succes van die trilogie was voor mij de bevestiging dat ik goed zat. Maar fetisj gaat voor mij veel verder dan sm en bondage, pijn en plezier. Voor mij symboliseert het woord onze hang naar verbondenheid, met elkaar of met een voorwerp. Dus kan fetisj net zo goed gaan over de vele armbandjes die jij om je pols draagt. Zo langzamerhand is het een heel populair woord geworden. Zelfs de koning gebruikte het woord protocolfetisjist om aan te geven dat hij niet van overdreven veel regels en voorschriften houdt. Als ik fetisj zou moeten duiden, zou ik het vertalen als een fascinatie voor, of – beter nog – als geilen op.’

Wat is uw fetisj?
‘Werken. Ik vang alles om me heen op, gesprekken, films, kunst, het straatbeeld, economisch nieuws, dus ik ben altijd aan het werk. Ook als ik op safari een leeuw zie lopen, maakt dat beelden los die met werk te maken hebben. Maar dat vind ik niet erg. Mijn werk voelt niet als werk.’

Edelkoort deinst niet terug voor dramatische beschrijvingen of gestes. Toen ze afgelopen jaar te gast was in het televisieprogramma Zomergasten had ze na afloop van een fragment plotseling zwarte stippen op haar gezicht geplakt en verklaarde ze de uil tot het trenddier van nu. Ze is gewend aan de kritiek, aan mensen die haar voorspellingen afdoen als vaag geklets.
‘Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die geïrriteerd raken als ze naar mij kijken of die niets begrijpen van wat ik zeg. Ik zeg niet dat alles ineens wit moet zijn. Ik zeg dat het wellicht wit wordt, dat het wit zwaar kan zijn maar ook licht, dat het wit soms zelfs een beetje kleur heeft. Om mijn presentaties te waarderen, moet je creatief kunnen meedenken.’

 

Eerder gepubliceerd op vrijdag 7 juni in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, , ,