Mode mag weer decadent zijn

Crisis in de mode? In Parijs is het één groot feest. Goudkleurige stoffen, grote glimmende stenen, Afrikaanse tribalprints en een sportief silhouet. Dat zijn de ingrediënten van de zomermode van 2014.

Dries Van Noten

Foto’s: Peter Stigter

De tijd dat alle rokken even lang waren, en de jasjes allemaal dezelfde kleur hadden, is allang voorbij. Mode is al jaren geen dictaat meer. De mode van nu wordt net zo goed op straat als op de catwalk bepaald. En de bezoekers van de shows tijdens de Parijse modeweek, die voor de gelegenheid allemaal hun beste pakjes uit de kast halen, zien er totaal verschillend uit. Waar de een voor ingetogen chic kiest, pakt een ander uit met hysterische hakken en gekleurd bont.
Maar op de catwalk – de laatste van de ruim honderd shows vinden vandaag plaats – zijn best een paar gemene delers te ontdekken. De belangrijkste gedachte in Parijs: ook al is het crisis, wij vieren feest. Toch wemelt het niet van de spektakelstukken. Op een paar ontwerpers na, die al jaren vasthouden aan hun eigen gekkigheid, is overal het besef doorgedrongen dat kleding bovenal draagbaar moet zijn. Op de catwalk zien we veel kleren met een sportief tintje, zoals de wijde korte broekjes van Balenciaga, de jurken van gestreepte strandhanddoeken van Chalayan, de oversized tops van Céline en de platte sandalen Givenchy.

Dries Van Noten

De toon van deze Parijse modeweek werd woensdag gezet door de Belgische ontwerper Dries Van Noten, een modeveteraan die al twintig jaar meedraait. Als iemand glimmende en uitbundige stoffen naar draagbare mode weet te vertalen, dan is het Van Noten. In zijn show in Halle Freyssinet combineerde hij veel verschillende stoffen en materialen.
Op een goudkleurige plooirok werd een zwart overhemd met transparante mouwen gedragen, over de schouder een etnisch geïnspireerde tas met kwastjes en franjes. Onder een klassieke crèmewitte trenchcoat was nog net een goudkleurig vest te zien. Een witte hemdjurk was versierd met goudkleurige ruches. Over een flamencojurk werd een bomberjack met wijde mouwen en geborduurde bloemen gedragen.
Dat het nergens schreeuwerig werd, is kenmerkend voor Van Noten. Zijn collecties zien er altijd semi-nonchalant uit, alsof het om een spontane verzameling lievelingskleren gaat. Na afloop van de show bleven de modellen rustig tegen een goudkleurige achtergrond staan. Die statische opstelling gaf genodigden de kans om de kleding van dichtbij te zien, een truc die hij eerder toepaste tijdens de mannenshow in juli. Voor Van Noten was het wellicht een oefening. Volgend voorjaar opent in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs een tentoonstelling met zijn werk.

Rochas

Ook in de laatste collectie van Marco Zanini voor Rochas – hij krijgt de leiding over Schiaparelli, Alessandro dell’Acqua neemt zijn taak over – was het glitter troef. Alle modellen droegen kettingen met grote glimmende stenen. Alle stoffen hadden een glanzend laagje. Alle kleuren waren pasteltinten. Zelfs de schoenen waren versierd met stras of veren. Kortom: het was suikerzoet en lang niet zo subtiel als het werk van Van Noten. Omdat veel kleren net iets te wijd of lang waren, zagen ze eruit als verkleedkleren. En dat was eigenlijk best geestig.
Als zelfs Ann Demeulemeester met kleur aan de haal gaat, kan niemand er nog omheen: volgend jaar zomer is kleur het nieuwe zwart. De Belgische ontwerpster staat al jaren bekend om het feit dat ze bijna uitsluitend zwart gebruikt en er een vrouwbeeld op nahoudt dat laveert tussen rockchick en clochard. Ook dit keer begon de show met een zwarte transparante blouse en een getailleerde zwarte jas.
Maar al snel kwamen modellen in outfits met minstens zoveel wit als zwart de catwalk op en halverwege de show was er ruimte voor jassen en jurken met een helderrode bloemenprint. De typische wikkels, lagen en knopen bleven. Maar dankzij de bloemen, die deden denken aan de fluwelige bloemen op een ouderwets behang, was dit Demeulemeester op haar vrolijkst.

Ann Demeulemeester

Het is een slimme zet van ontwerpster Demeulemeester om kleur toe te voegen aan haar repertoire. Als ontwerper is het haar taak om mensen hebberig te maken voor iets waarvan ze niet wisten dat ze het wilden hebben. Wat op de catwalk verschijnt, moet dus nieuw en verrassend zijn. Anders wordt het niets met de verkoop. En daar draait het om.
Gerda van Ravenstein, die het label al jaren verkoopt in haar winkel in Amsterdam, vertelde dat ze soms moeite heeft om iets nieuws te vinden in de showroom van Demeulemeester, waar het steevast wemelt van de zwarte jasjes. Daar zal ze dit keer geen probleem mee hebben.

Céline

Ook het Franse luxemerk Céline, dat eigendom is van de LVMH-modegroep onder leiding van Bernard Arnault, sloeg een nieuwe weg in. Hoofdontwerper Phoebe Philo debuteerde vier jaar geleden met peperdure scherp gesneden kleren zonder frutsels. Dat maakte Céline geliefd bij de jetset, maar klanten die klaar zijn met de onderkoelde chic van Philo kunnen hun hart ophalen bij deze voorjaarscollectie.
Tops en jassen hadden grove graffitistrepen die waren geïnspireerd op het werk van Brassaï. Rokken waren wijd en asymmetrisch of geplisseerd, truien en T-shirts waren oversized en de leren tassen hadden lange franjes. Zwart en wit werden afgewisseld met felrood, groen, blauw en geel. Dat leverde een kleurrijk geheel op.

Lanvin

Nog meer kleur, maar dan glimmend, was te zien bij Lanvin. Hoofdontwerper Alber Elbaz had veel tijd in stofonderzoek gestoken en kwam met moderne en soepele, verwassen en gekreukelde varianten op lamé, lurex en brokaat. Of het nou om een losse jumpsuit, een kokerrok of een volumineuze petticoat ging, alles glansde. Zelfs de handtassen, met zilver- of goudkleurige kettingen, waren gemaakt van leer met een metallic coating. Ook sneakers en ballerina’s hadden een metallic glansje.
Het is nog even afwachten hoe al die glimmende kleren zich laten vertalen naar de goedkope kopieën die ongetwijfeld bij ketens als H&M en Primark verschijnen. Elbaz maakt net als alle ontwerpers in Parijs gebruik van exclusieve stoffen waar hij lang naar heeft gezocht of die hij speciaal heeft laten maken. Maar een metallic jurk of top van een synthetisch stofje, dat net wat minder soepel valt, ziet er snel ordinair uit.

Chalayan

Zelfs Chalayan, die vaak wordt afgeschilderd als een intellectuele ontwerper met een ingewikkelde gedachtegang, was in feeststemming. Behalve een serie ingetogen jurken die afgeleid waren van strandhanddoeken en wijde broekrokken met een split, toonde hij uitbundig gekleurde jurken die eruitzagen alsof ze gemaakt waren van kleine reepjes plastic. Nog meer glitters in overdrive: Maison Martin Margiela, dat normaal vooral veel zwart laat zien, had dit keer flink uitgepakt met pailletten en glimmende stenen.
De meest bijzondere catwalksetting kwam dit seizoen van Riccardo Tisci, hoofdontwerper van Givenchy. Hij had zondagavond een ronde catwalk ingericht, met in het midden een stapel rokende autowrakken, die het idee gaven dat er net een botsing had plaatsgevonden.

Givenchy

Het idee van een botsing kwam terug in de soundtrack, waarin klassieke muziek van Ludovico Enaudi gemixt met Afrikaanse trommels. En in de kleren: Tisci combineerde Grieks gedrapeerde jurken met leren banden met Afrikaanse tribalachtige tops. Boven een losse broek werden een geperforeerde leren schort en een bontje gedragen. Door de platte sandalen – een hit komende zomer – kregen zelfs de chique jurken met glimmende stenen een eigentijdse casual twist. Alleen die paillettenmaskers hadden niet gehoeven. Het was voor de kenners zondagavond allang duidelijk dat mode weer decadent mag zijn.

 

Eerder gepubliceerd op 2 oktober 2013 in de Volkskrant (V)

Gerelateerde artikelen:

, , , ,