Op de klapstoel: Piet Paris

Pieter ‘t Hoen (1962) – beter bekend als Piet Paris – is mode-illustrator. Onlangs ontwierp hij een tekening voor een T-shirt van I amsterdam, om Amsterdam te promoten als creatieve hoofdstad.

Piet Paris in zijn studio

Foto: Rachel Dubbe

Rijswijk
“Ik ben opgegroeid in Rijswijk, vlak bij Den Haag. Thuis waren we met zes kinderen. Ik heb geen ruige jeugd gehad. Van mijn ouders heb ik alles meegekregen dat met het rooms-katholieke geloof te maken heeft. Van doop tot en met heilig vormsel. We gingen elke week naar de kerk. Nee, nu ga ik nooit meer. Ik heb weinig met Rijswijk, ik was op Delft georiënteerd. Daar zat ik op turnen en daar ging ik naar de middelbare school. Ik moest elke dag een half uur van en naar school fietsen; in mijn herinnering had ik altijd wind tegen. Op mijn achttiende ben ik met een fiets, een tent en mijn troepjes op de camping in Arnhem gaan staan, om daar een kamer te zoeken.”

Jezuïeten
“Ik zat in Delft op een keurige jezuietenschool. Over die school zat een rooms-katholiek sausje, maar de jezuïeten hielden ook heel erg van feesten. Zo werd er volop carnaval gevierd. Ik ben zelfs jaren voorzitter van de feestcommissie geweest. Uiteindelijk is de jezuïetenschool mij meer bijgebleven als een gezelligheidsvereniging dan als een instituut waar zwaar met de Bijbel werd gezwaaid.”

Paris
“Ik kwam op die naam door Petra Brons, de dochter van Miep en Loek. Zij zat op de kunstacademie en ging daarna expres in Parijs zitten, opdat ze Paris in haar etiket kon zetten, want dat verkocht beter. Ik heb toen mijn eigen lastige naam, Pieter ‘t Hoen, veranderd in Piet Paris. Voor de grap, maar óók omdat die de lading goed dekt: Piet is een beetje boers en typisch Nederlands, Paris is elegant.”

Interlockje
“Ik houd niet van dat blotebastgedoe. Als kind moest ik van mijn moeder altijd een interlockje (hemd, BL) dragen. En ik draag ze nog steeds. Elke dag. Ik koop altijd dezelfde, bij de Bijenkorf. Mannen met een T-shirt onder een colbert vind ik echt niet kunnen. Hoe je erbij loopt, zegt veel over wie je bent. Ik heb van huis uit meegekregen hoe ik me moet kleden. Dat geldt, geloof ik, niet voor iedereen. Ik heb in Nederland vaak het idee dat ik op de camping ben.”

Grand Seigneur
“Die heb ik ongeveer een half jaar geleden gekregen. Er spreekt veel waardering uit, want het is een prijs die vanuit de mode-industrie wordt gegeven. Ik had in eerste instantie het idee dat het alleen maar over mijn tekenwerk ging, maar het ging ook om mijn bijdrage aan de Arnhem Mode Biënnale en mijn werk als docent. Ik beschouw die Grand Seigneur niet als een oeuvreprijs, want ik ben met al die dingen nog volop bezig.”

Saks Fifth Avenue
“Dit jaar heb ik de Want It-campagne voor Saks Fifth Avenue getekend. Mijn werk hing in 54 filialen in de hele wereld. En dat terwijl ik altijd heb gedacht dat Amerikanen mijn werk niet leuk vonden: te gestileerd, te intelligent, te abstract, te weet ik veel wat. Niet dus. Toen ik in New York was, werd ik behandeld als een popster. Artistiek en zakelijk was de opdracht voor Saks een enorme klapper. Daarnaast ben ik dol op warenhuizen. Het ruikt er lekker, je bent er anoniem zonder dat je je verloren voelt en het staat er vol mooie spullen. Een goed warenhuis is als een museum waar je alles kunt kopen.”

Broodtrommels
“Ik wil niet direct het Jip en Janneketraject opzoeken, maar ik denk dat mijn tekeningen heel goed te vertalen zijn naar producten. Mijn tekenwerk is stabiel, ik heb wel weer energie over om méér te doen met mijn tekeningen. Producten zijn een logische volgende stap. Ik heb immers als ontwerper gestudeerd, ik heb me altijd met vorm beziggehouden. Om dat allemaal te realiseren heb ik begin vorig jaar een studio opgezet, met mijn man, Marc.”

Potlood
“Potlood heeft een wáánzinnige schoonheid, ik ben me daar nog dagelijks van bewust. Potlood is minder dwingend dan viltstift. Met een potlood kun je twijfelen. Dáárom is een potlood mijn favoriete schetsmateriaal. Ja, ik twijfel nog steeds. Elke opdracht betekent een dag twijfelen over wat het uiteindelijk moet worden. Ik begin ‘s ochtends en pas tegen het einde van de dag heb ik een duidelijke lijntekening. Voordat ik tot dat plaatje ben gekomen, gaan de benen alle kanten op, verandert de houding honderd keer en heb ik eindeloos gevarieerd met de stand van het hoofd, de positie van de armen en het gebaar van de handen.”

Lichtbak
“Dat is één van de weinige apparaten die ik gebruik tijdens mijn werk. Ik hou niet van computers. Het gebruik van een lichtbak komt eigenlijk voort uit onkunde. Als iemand me vraagt een paard te tekenen, moet ik dat eerst tien keer doen voordat het ergens op begint te lijken. Met een lichtbak kom ik stapje voor stapje tot het eindresultaat.”

Biënnale
“Medio volgend jaar is de derde Arnhem Mode Biënnale. Ik ben de artistiek leider. Het programma staat inmiddels zwart op wit. We gaan dit keer middenin de stad zitten, niet meer op een verlaten fabrieksterrein of op een stiltegebied waar je met een bootje naartoe moet. De gemeente Arnhem is heel erg blij met dit project. Ik zit bij allerlei gemeentelijke vergaderingen, van overleg met marktkoopmannen tot een bespreking met het kabinet van de burgemeester. Door de kredietcrisis is de financiering dit keer wel wat spannender. De Biënnale wordt betaald met geld van overheden – de gemeente, de provincie en het rijk – en met geld van fondsen en commerciële geldschieters.”

Bloemschikken
“Ik vind bloemschikken een ondergewaardeerde kunstvorm. Ik schik al bloemen sinds ik klein ben. Op vakantie was het eerste dat ik altijd deed bloemen plukken in de buurt, dat vond mijn moeder natuurlijk heel erg leuk. Met Kerstmis en trouwerijen binnen de familie verzorg ik steevast de bloemen. Op feestjes ruk ik meteen de bloemen uit de handen van mijn moeder, want ik kan ook redelijk goed bloemen in een vaas zetten – óók dat is een vak apart. In bloemschikken kun je een heleboel creativiteit kwijt, ik heb wel eens bloemen in een bloemkool gestoken. In Japan is bloemschikken trouwens wél een serieuze kunstvorm.”

Docent
“Ik ben al vroeg begonnen met lesgeven, en heb toen voor mezelf besloten daar goed in te worden. In eerste instantie was het lesgeven een goede manier om mezelf te ontwikkelen. Van onder woorden brengen wat goed is en wat niet goed is, heb ik veel geleerd. Pas na tien jaar lesgeven aan diverse academies had ik een idee dat ik wist waar ik het over had. Nu kan ik uren kletsen met studenten, dat vind ik heerlijk.”

Boy George
“Ik zat op de academie in Arnhem op het moment dat MTV net opkwam; het was de tijd van Boy George. Toen ik zag dat iemand zó androgyn en tegelijkertijd zó versierd kon zijn, kreeg ik ook de behoefte vrouwenkleren te kopen. En ik koop soms nóg vrouwenkleren. Mannenkleren zijn zo saai. De grens is voor mij de sluiting: ik zou nooit een broek of colbert met vrouwensluiting kopen. Dat maakte me vroeger niet uit. Ik heb vreselijk veel geëxperimenteerd. Mijn rode lakpumps van Lola Pagola, met een hak van tien centimeter, waren een hele tijd het uitgangspunt van mijn garderobe; ik heb er zelfs een broek bijgemaakt. Mijn haren zijn alle kleuren geweest. Ach, ik was jong en op zoek naar mijn eigen identiteit. In die tijd kwam ik ook uit de kast, maar dat was meer een gevecht met mezelf dan met mijn familie, die me altijd liefdevol heeft opgevangen.”

Anna Wintour
“Van Vogue. Ik weet van intimi dat ze heel professioneel is, maar ik vind het een doodeng wijf. Ik durfde haar niet aan te spreken toen ik een jaar of vijftien geleden met haar in de lift stond. Was Anna Wintour maar Fiona Hering, of vice versa. Fiona is wél een warm mens. Voor mij is ze een sleutelfiguur in mijn carrière. Ze denkt net zo over mode als ik: ze neemt het heel serieus, maar ze etaleert het op een toegankelijke manier.”

Mode
“Ik heb een liefde voor mode die nooit overgaat. Mode heeft voor mij heel veel lagen, mode heeft een ziel. Maar mode is behalve esthetiek ook een enorme industrie. De omzet in de mode is nota bene groter dan die van de Nederlandse koopvaardij. Ik kan erg ongelukkig worden van de onverschilligheid en platheid waarmee het onderwerp mode nog vaak wordt gezien en behandeld.”

Cultuurbeleid
“In Nederland wordt waanzinnig veel geld in cultuur gestoken, maar over de verdeling ervan valt te twisten.”

Eerder gepubliceerd op zaterdag 3 januari 2009 in Het Parool (de klapstoel)

Gerelateerde artikelen:

, ,