Profiel: Bart Vink

Tweedehandswinkel Episode bestaat op 15 december tien jaar. Episode heeft winkels in Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Brussel, Londen en Parijs. General manager Bart Vink noemt Episode ‘de Hennes & Mauritz van tweedehands’.

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Bart Vink

‘Ik verkoop geen vintage, ik verkoop tweedehands. ” Bart Vink (38), boomlang, piercings in zijn oren, onopvallend gekleed, een vlotte prater, gesjeesde student en inmiddels één van de twee drijvende krachten achter de winkels van Episode. “Je hoort en ziet het overal, maar niemand weet precies wat vintage is. De één gebruikt het om te refereren aan heel bijzondere tweedehands spullen, terwijl een ander met die term doelt op het retrogoed dat bij Episode verkocht wordt. Voor mij is vintage niet meer dan een verzonnen term die gebruikt wordt om tweedehandskleding meer cachet te geven. ”
Van hem hoeft het niet zo nodig, dat ‘opleuken’ van tweedehandskleding. Anderzijds: hij heeft de tijd mee. Tien jaar geleden, toen de eerste Episodewinkel opende, was tweedehands nog iets voor morsige typetjes, nu hijst zowel de trendy voorhoede als de massa zich trots in textiel dat al eerder gedragen is.

Bart Vink heeft een manier gevonden een breed publiek voor tweedehandskleding te interesseren. Het geheim van Episode? De grootte van het assortiment. Episode heeft van alles veel. Als geruite bloezen volgens Vink in de mode zijn, dan propt hij liefst dusdanig veel varianten in één rek dat tussen de hangertjes nauwelijks ruimte over is.
“Het gaat mij om de breedte en diepte per artikel. Ik hang zoveel mogelijk maten en varianten van hetzelfde kledingstuk bij elkaar om een bepaald artikel voor een breed publiek toegankelijk te maken, ” aldus Vink. Noem het hapklare brokken, en dat is precies de bedoeling. “Voor de échte kenner is deze manier van presenteren wellicht minder interessant omdat zo iemand liever zelf zijn of haar weg zoekt, maar Episode richt zich niet louter op kenners, dat is een nichemarkt. Episode is voor de massa. Zie het als een Hennes & Mauritz voor tweedehandskleding. ” De winkels worden gemiddeld drie keer per week bevoorraad. Merken hoeven van Vink niet zo nodig: “Ik verkoop liever tien oude C&A-tjes dan één jasje van Chanel. ”
Nog een reden voor het succes van Episode: de lokaties. In Amsterdam heeft Episode winkels op het Waterlooplein en in de Negen Straatjes, in Londen zit Episode middenin Camden Town en de onlangs geopende vestiging in Parijs ligt aan de Rue Tiquetonne, óók al zo’n hippe straat.

Volgens Bart Vink is hét grote voordeel van tweedehandskleding simpelweg dat het al bestaat. “Ik hoef nooit iets te laten produceren. ” Niet dat hij er geen werk aan heeft. Van alle kleding die wordt ingezameld, is maximaal één procent geschikt voor verkoop bij Episode. Oftewel: kwestie van zoeken naar een speld in een hooiberg.
En dan heeft hij het niet over een hooiberg ter grootte van paar containers waaruit hij de juiste jurkjes sorteert. Nee, hij praat over een stadion ter grootte van de Amsterdam Arena, gevuld met kleren. Het uitzoeken van de juiste kleding doen hij en zijn zakenpartner niet zelf, daarvoor heeft de groothandel waar ze hun spullen betrekken sorteerders in dienst. “Dat is een arbeidsintensief proces. Voordat een kledingstuk in de winkel hangt, gaat het gemiddeld door zeven paar handen heen. Daarom is tweedehands ook niet heel goedkoop, al die handen moeten worden betaald. ”
Bart Vink moet goed omschrijven wat hij precies zoekt om te zorgen dat hij de juiste spullen krijgt, want de meeste sorteerders hebben niets met het soort kleding dat Episode verkoopt. Spullen die goed te onderscheiden zijn, werken volgens Vink het beste. Bijvoorbeeld bloemenjurken. Maar de ene bloemenjurk is de andere niet. Om nog maar te zwijgen over het verschil in maatvoering, toen en nu.

Ik verkoop liever tien oude C&A-tjes dan één jasje van Chanel’

“Mijn zakenpartner en ik geven het sorteerbedrijf een opdracht en vervolgens nemen we zakken vol kleding af. Omdat we in grote getale kopen, kunnen we niet ieder artikel afzonderlijk nakijken. Maar we kijken elk kledingstuk na voordat het in de winkel hangt. In iedere zak zitten wel een paar stuks waar we niets mee kunnen. Het aantal loze stuks per zak verschilt enorm. We hebben er het liefst zo min mogelijk, want loze stuks zijn een verliespost.”

Een verliespost die Vink sluipenderwijs in een winstgevend project heeft weten om te zetten. Een paar jaar geleden kwam hij op het idee onbruikbare kleding te laten vermaken. Tegenwoordig is de verkoop van vermaakte kleding – sinds een jaar prijkt in die kledingstukken zelfs een Episodelabel – goed voor bijna vijftien procent van de omzet.
Zo zat Vink nog niet zo lang geleden met een partij geruite herenoverhemden in grote maten. Hij heeft een elastiek in de taille laten zetten en rolde de mouwen op. Nu vinden de lange geruite bloezen gretig aftrek onder jonge meisjes en vrouwen die ze dragen in combinatie met een nauwsluitende broek of legging en zo inspelen op de laatste mode waarbij het accent op schouders en taille ligt.
Nog zo’n voorbeeld: wollen truien met Noorse print, ook in maat XXL. Bart Vink gaf het atelier – onderdeel van het sorteerbedrijf – opdracht om verschillende delen van twee truien tot één nauwsluitend vest te vermaken. Van grote leren jassen heeft hij bomberjacks met een capuchon laten maken. “Ik merk aan jongeren dat ze Episode als een merknaam beginnen te zien. In plaats van ‘ dat heb ik tweedehands gekocht’ zeggen ze ‘ dat heb ik bij Episode gekocht’. Natuurlijk vind ik dat stoer, maar het is toevallig zo gegroeid. Ik zocht een manier om van bepaalde producten af te komen; het idee van een merk heb ik nooit bewust ingezet. ”

Bart Vink, aan het werk

Bart Vink, aan het werk

Net zoals Vink tien jaar geleden niet had gedacht dat hij later ruim 45 mensen in dienst zou hebben en dat hij winkels in Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Brussel, Londen en Parijs zou openen. De winkel op de Rotterdamse Binnenweg was, in 2001, de eerste winkel buiten Amsterdam. Daarop volgde Schiedam, met een winkel vol eenvoudige tweedehands kleding voor een niet zo modebewust publiek. “Bleek dat we daar he-le-maal niet goed in waren,” zegt Vink. “We hebben besloten om met vestigingen in grote steden mee te gaan op de tweedehands hausse. ”

Het toegenomen aantal winkels geeft hem een betere onderhandelingspositie bij de groothandel, maar aan de schaalvergroting kleeft ook een nadeel: standaardisering. Bij Episode worden de producten niet meer afzonderlijk maar per categorie geprijsd; 25 euro voor een jurk, twintig euro voor een vermaakte bloes. Het duurste zijn de korte leren jacks, die kosten 85 euro. Hij schrikt ervan als het personeel voorstelt om een bepaald artikel duurder te prijzen. “Dat hoeft van mij niet zo nodig. Episode moet het hebben van een grote omloopsnelheid in kleine dingen. Bijna een kwart van de omzet komt uit sjaaltjes die voor twee of drie euro verkocht worden. ”
Of er verschillen tussen de winkels bestaan? “Parijs is de grote voorloper. De Belgen zijn niet heel uitbundig, felle kleuren verkopen daar slecht, maar ze hebben wel oog voor kwaliteit en snit. Als in Amsterdam of Londen rode leren jasjes in de mode zijn, schaft iedereen blindelings zo’n ding aan zonder op te letten of het gemaakt is van plastic of van exclusief Italiaans leer. ”
Timing is belangrijk als het om tweedehandskleding gaat. Hij hoort ze geregeld, moeders die met hun dochter binnenkomen en verzuchten dat ze bepaalde kledingstukken hadden moeten bewaren. “Maar het is niet met zekerheid te zeggen dat alles vanzelf weer mode wordt. Bovendien: niemand weet precies wanneer iets mode wordt. ”

Aan Bart Vink de taak om de juiste spullen op het juiste moment te presenteren. Natuurlijk, hij leest wel eens een modeblad maar daarnaast vertrouwt hij op zijn gevoel. Met succes. Vink meent dat hij nog nooit te laat is geweest met het signaleren van een trend, wél te vroeg – hoe arrogant dat ook klinkt. Zo heeft hij een paar jaar geleden al eens ingezet op wollen truien met applicaties, die liepen toen ‘ voor geen meter’ terwijl ze de laatste paar weken ineens heel erg goed gaan.
Naar gebloemde jurken en laarzen is de laatste tijd minder vraag. De jaren zeventig zijn uit de mode. Episode zet dit seizoen in op begin en midden jaren tachtig. “Op het ogenblik trekken we overal alle schoudervullingen uit, maar ik denk dat we daar mee gaan stoppen,” zegt Vink. “Ik probeer richting te geven. Niet omdat ik een modische missie heb, maar omdat ik wil verkopen, ” zegt Vink. Hij heeft een haat-liefdeverhouding met de modewereld. “Ik vind het leuk om mee te kunnen werken aan de diversiteit van het straatbeeld, maar tegelijkertijd spuug ik op het snobby gedoe om de mode heen. ”

Eerder gepubliceerd op 2 december 2008 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , , ,