Profiel: Bonnie Orléans Voss

Ze is een van de belangrijkste stylisten van Nederland. Maar Bonnie Orléans Voss (49) houdt zich met meer dan mode bezig. Volgende maand organiseert ze een kleine kunstexpositie, de Art Salon. ‘Ik geef vorm aan mijn fantasie’.

Bonnie Orleans Voss met portretten van haar dochters Maxime en Indiana

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Ze woont in Oud-Zuid; met Indiana (15) en Maxime (17), haar twee dochters. Ruwhouten vloeren, afgebladderde muren, overal schilderijen, boeken, tijdschriften, stoelen van bordeauxrood pluche, een verdwaald kledingrek, bloemen, een trap, kleren. Op de tafel een damasten kleed, de koffie in gebloemde mokken. “Het is hier nogal vol,” zegt Bonnie Orléans Voss bij binnenkomst. “Ik noem het bohémian, mijn dochters noemen het soms gekscherend the ghetto. Maar zoals dit huis is, zo ben ik. Ik hou van oude spullen. Waarom zou alles altijd maar perfect moeten zijn?”
De toon is gezet. Orléans Voss laakt het imago van de mode als dat van een oppervlakkig wereldje waarin alleen de buitenkant telt. De glitter en de glamour die aan de mode kleven zijn voor haar nooit redenen geweest om in de mode te willen werken. Goed, van kinds af aan kleedt ze zich al bijzonder uitbundig, maar haar eerste modeblad sloeg ze pas open toen ze dik in de twintig was. “Ik maakte kleding van gordijnen en ik wist moeiteloos vreemde objecten, zoals een vaas, in mijn outfits te verwerken. Echt, ik trok alles aan als kind. Niet zozeer om aandacht te trekken, maar om mijn fantasie vorm te geven. Mijn moeder heeft me op weg naar school wel eens uit de auto gezet omdat ze vond dat ik er al te bizar uitzag.”
Nog steeds trekt ze de aandacht als ze verschijnt in paillettenbroek of een felgekleurde lange jurk, met een bolhoed op of een sjaal in het haar. “Ik ben gek op pailletten, iedereen in mijn omgeving weet dat.” Haar dochters hebben haar wel eens gesmeekt toch vooral geen paillettenpakje naar de ouderavond aan te trekken – ze zou er een rare indruk mee maken in Oud-Zuid. Ze lacht om de herinnering. “De laatste tijd kleed ik me meer sophisticated, tenslotte word ik volgend jaar vijftig,” zegt Orléans Voss. Haar dochter Indiana: “Mijn moeder ziet er altijd heel anders uit dan iedereen. Mijn zus en ik vinden dat wel tof, maar soms, als ze iets aanheeft dat wij echt niet mooi vinden, vinden we het niet zo heel leuk.”
Orléans Voss groeide op in Rockford, een klein stadje in Illinois (VS). Als enig kind. Al toen ze tien was, wist ze dat ze er weg wilde. “Ik was anders dan de rest van mijn familie, anders dan de mensen in de buurt. Ik zat voortdurend te lezen. Boeken waren mijn referentiekader. Als ik niet las, schreef ik zelf verhalen op de typemachine die ik van mijn vader gekregen had. Juist omdat ik zoveel las, wist ik dat er meer was. Daarom wilde ik weg.” Haar vader overleed toen ze vijftien was. Op haar zeventiende vertrok ze naar Phoenix in Arizona.
Waarom Phoenix? “Dat was toen nog heel spannend. Er hing een bijzondere jarenzeventigsfeer.” Natuurlijk dacht ze dat ze volwassen was, op haar zeventiende. En natuurlijk was ze dat niet. “Ik werkte in verschillende restaurants, tot een van de eigenaren – ik zag er nogal excentriek uit – tegen me zei dat ik te uitgesproken was om in Phoenix te blijven. Hij zie dat ik beter af zou zijn in een grote stad als New York. Ik ben meteen vertrokken, naar een vriend in Minneapolis. Daar woonde ze bijna twee jaar. Zonder een studie te volgen, maar met wel drie restaurantbaantjes tegelijk. Fantastische tijd,” zegt Orléans Voss. “Er gebeurde heel veel. Ik ging veel uit. Minneapolis had een geweldige muziekscene, Prince kwam net op.”

‘Mijn moeder heeft me op weg naar school wel eens uit de auto gezet omdat ik mijn kleding te bizar was’

In Minneapolis kreeg ze haar eerste stylingklus. Via via kwam ze met iemand van het warenhuis Daytons in contact en werd ze gevraagd om modeshows en catwalkdingen te organiseren. Toen een van haar vrienden naar New York ging, ging ze mee, op haar negentiende. Met een enkeltje en tweehonderd dollar cash dat ze van haar moeder had gekregen. “Ik ben er tot mijn 37ste gebleven. Alles gebeurde in New York. De belangrijkste dingen die ik in mijn leven geleerd heb, heb ik daar geleerd. Het was niet altijd makkelijk; ik had geen geld en werkte in verschillende restaurants waar ik meestal na een tijdje weer ontslagen werd. Maar het was léven, het was een avontuur.”
Op haar twintigste kwam ze als assistent en verslaggever bij een lokale krant terecht. “Eindelijk. Ik had altijd al het idee dat ik wilde schrijven. Ik geloof niet dat ik heel goed was, maar ik vond de baan fantastisch. Het gaf me de mogelijkheid om heel veel te zien. Zo zat ik eens als verslaggever in een Duivelskerk in Harlem. Fascinerend.” De krant ging failliet. Orléans Voss schreef zich in bij het Hunter City College voor een studie filosofie, met writing literature als bijvak. Vervolgens deed ze een cursus scenarioschrijven. “Tot ik op een avond aan het werk was als serveerster en ik mensen om me heen hoorde praten over klussen die ze niet gekregen hadden. Ik was inmiddels 24 en ik dacht: ik wil niet zo n scenarioschrijver worden die nooit werk heeft. Ik heb me een tijdje afgevraagd wat ik kon en bedacht dat het iets met kleren moest zijn. Ik heb meteen gesolliciteerd bij tijdschriftenuitgever Condé Nast.”

Bonnie Orléans Voss met haar dochters Maxime (l) en Indiana

Zonder ervaring. Maar een van de dames zag wel wat in haar gevoel voor stijl. Zo kwam ze in 1985 terecht bij het blad Mademoiselle. Na ongeveer acht jaar vertrok ze daar, om chef mode te worden bij tienerglossy Seventeen. “De modewereld is nooit helemaal mijn wereld geworden, ik heb me altijd verbaasd over de attitude van veel van mijn collega s bij Condé Nast. Dat ik altijd in de mode ben blijven werken, komt omdat ik het werk zo leuk vind. Ik ga het niet idealiseren, stylist zijn betekent heel hard werken, maar voor mij is het óók de ideale manier om vorm te geven aan mijn fantasie. Uiteindelijk heeft het zo moeten zijn dat ik stylist werd, dit werk voelt zó natuurlijk. Mode en kleding zijn een spel voor mij, zoiets als een cake bakken.”
Zie het zo: vroeger hees ze zichzelf in bizarre pakjes om vorm te geven aan haar fantasie, tegenwoordig geeft ze haar fantasie vorm door modellen te kleden. Ook een soort schrijven, maar dan in beeld. In het Nederlandse modewereldje loopt men weg met haar verhalende stylingproducties. Ze werkt in Nederland onder meer voor Elle, Grazia, JFK, Glamcult en de modemagazines van Het Parool maar werd niet meteen met open armen ontvangen toen ze in 1996 met haar man – een Nederlandse kunstenaar, van wie ze overigens vijf jaar geleden is gescheiden – en twee kinderen naar Nederland verhuisde. “Ik heb volgehouden. Als ik het in New York kan maken, dan moet het in Amsterdam zeker lukken, dacht ik.”
Modeglossy Elle was de eerste die haar werk publiceerde, onder auspiciën van Cara Schiffelers, die er toen net chef mode was. Inmiddels zijn Orléans Voss en Schiffelers hartsvriendinnen. “Ik was heel erg onder de indruk toen ik haar werk voor het eerst zag. Ze heeft een grote fantasie en ze weet vrouwen altijd mooier te maken. Typisch Bonnie? In de dertien jaar dat ik haar ken, heeft ze nog geen dag hetzelfde aangehad.”
Sinds ze in 1985 als stylist begon, heeft ze de modewereld zien veranderen. “Mode is tegenwoordig onderdeel van het dagelijks leven in de stad. Ook in Amsterdam kleden mensen zich met steeds meer zorg en fantasie, dat vind ik leuk om te zien. Aan de andere kant: mode is meer en meer een hype. De modewereld is veranderd. Is dit waar we heengaan? vraag ik me af als ik weer zo n talentenjacht op televisie zie. Of als mijn dochters zeuren om een Woolridge- of Moncler-jas van een paar honderd euro, omdat iedereen in de klas die heeft. Voor mij is mode geen kwestie van materialisme, voor mij is mode fantasie.”

Bonnie Orléans Voss, in samenwerking met Sabine Geurten en Frans Berkhout: kunstexpositie Art Salon, 21, 22 en 23 november, NL Studio s, Lijnbaansstraat 17. Tel. 6227079

Eerder gepubliceerd op 27 oktober 2009 in Het Parool (PS Stijl)

 

Gerelateerde artikelen:

, , ,