Profiel: Claes Iversen

Vanavond geeft Claes Iversen (33) een show in Felix Meritis. Profiel van een populaire zelfstandige ontwerper met een eigen salon en atelier aan de Herengracht. ‘Hier komen dames van boven de zeventig, maar ook meisjes van in de twintig. Dat vind ik juist zo leuk’.

Tekst: Bregje Lampe
Foto: Karoly Effenberger

Claes Iversen, thuis

Het is voor het eerst dat hij buiten Amsterdam Fashion Week showt. Dat hij bijna tegelijk met de rest van de Nederlandse couturiers Frans Molenaar liet afgelopen zondag zijn negentigste collectie zien en Mart Visser geeft aanstaande zaterdag een show presenteert, wil niet zeggen dat hij een plek tussen hen ambieert. “Hoewel ik ook kleding op maat maak, zie ik mezelf veeleer als ontwerper dan als couturier. Ik heb puur uit praktische overwegingen voor deze week gekozen. Over een week begint het internationale showseizoen weer.”
Dat hij nu pas een show geeft, is een kwestie van tijdsdruk. Hij kreeg de nieuwe collectie niet eerder af doordat hij onlangs is verhuisd naar de Herengracht; er ging nogal wat tijd zitten in de verbouwing van het huis van hem en zijn vriend ze zijn negen jaar samen Arjen van der Hof. Met resultaat overigens: Iversen ontvangt ons nu in een strakke designkeuken waar de koffie uit een ingebouwde machine komt.
Een gedeelte van het nieuwe huis is ingericht als salon en atelier. Een week voor de show zijn vier stagiaires druk in de weer in het atelier, dat aan de tuin ‘ik ben dol op tuinieren, maar ik moet er nog mee beginnen’ grenst. “Er komt eindelijk een zekere routine in het showen. Ik ben nog steeds zenuwachtig, maar ik weet beter wat ik kan verwachten. En het gaat er inmiddels een stuk zakelijker aan toe dan bij mijn afstuderen.”
Hij wil maar zegen: mode ontwerpen is nu zijn werk. Een jaar of acht geleden, toen hij nog in de financiële sector werkte, kon hij alleen maar dromen van een carrière in de mode. Iversen de haren in een keurige scheiding en zoals altijd gekleed in blauw overhemd kwam in 1998 van Denemarken naar Nederland. In eerste instantie was hij van plan om niet langer dan twee jaar te blijven, bij wijze van time-out. Maar hij heeft bijna vijf jaar voor verscheidene internationale bedrijven gewerkt.

Er komt eindelijk een zekere routine in het showen’

“Ik had altijd al het voornemen om de mode in te gaan, maar het kwam er steeds niet van. Ik had een comfortabel leven: als expat verdiende ik volop geld, ik kon kopen wat ik wilde en ik ging veel uit. Mijn prioriteiten lagen ergens anders, studeren voelde op dat moment als een stap terug.”
Dat hij tot twee keer toe werd afgewezen voor de Rietveld Academie hielp natuurlijk niet echt mee. In 2002, op zijn vijfentwintigste, begon hij aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in De Haag. Hij geeft toe dat zijn vriend hem gepusht heeft om weer terug te gaan naar school. En het is dankzij Van der Hof, die in de hotelbusiness werkt en financieel op dit moment een stuk succesvoller is dan Iversen, dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over waar hij woont en werkt. “Eigenlijk was het Arjens idee om een deel van het huis als salon en atelier in te richten. Zakelijk heb ik heel veel aan hem. Hoewel hij in een andere branche werkt, kan hij me helpen als het gaat om dingen als personeelszaken en zakelijke afspraken.”
“Creativiteit is één ding, het is natuurlijk wel de bedoeling dat het uiteindelijk iets oplevert,” zegt Arjen van der Hof. “Veel ontwerpers, dat zie ik ook om Claes heen, hebben problemen op zakelijk vlak. Claes staat altijd open voor advies, en dat geef ik graag. Ik heb hem tenslotte jaren geleden gestimuleerd om zijn salaris in te leveren en weer te gaan studeren. Dat was een risico, maar ik ben blij dat hij heeft gekozen voor wat hij écht leuk vindt. In de financiële wereld was hij echt niet op zijn plaats.”
“Eenmaal op de academie wist ik meteen dat ik de goede keuze had gemaakt,” zegt Iversen. Hij werd vrijwel direct hoog aangeslagen in het Nederlandse modewereldje. Hij liep stage bij Viktor & Rolf, in 2005 won hij de Blvd-modeprijs, in 2006 werd hij tweede bij de Frans Molenaar Coutureprijs en begin 2007 deed hij mee met de Lancôme Colour Design Awards. Met zo’n cv is het niet verwonderlijk dat hij bijna direct na zijn afstuderen door Angelique Westerhof, toen nog hoofd van de opleiding, werd gebeld met de vraag of hij iets voor een masteropleiding aan het Fashion Institute Arnhem voelde. Hij gaf zich op en studeerde begin 2008 af.

Zijn eerste show gaf hij medio 2007, toen hij nog bezig was met de masteropleiding. De meeste ontwerpers die nog studeren, hebben niet de middelen om zelfstandig een modeshow tijdens de Amsterdam Fashion Week te geven. Maar Iversen kwam via Eva Olde Monnikhof, projectleider bij de Amsterdamse Innovatie Motor (een initiatief van de Kenniskring Amsterdam, die er alles aan doet de creatieve industrie te versterken), in contact met modelabel Mulberry. Bij Mulberry zagen ze wel wat in zo’n jonge ontwerper met een klassieke signatuur en ze besloten zijn show te sponsoren.
De samenwerking met Mulberry heeft geen vervolg gekregen, maar Iversen is inmiddels ‘opgepikt’ door de cosmeticamerken L’Oréal Professional en Maybelline, die de show van vanavond sponsoren. “Ik heb geluk gehad. Tot nu toe is het altijd goed gekomen met de financiering van mijn shows. Maar ik zie uit naar het moment dat ik mezelf eindelijk een salaris kan uitkeren. Vooralsnog gaat al het geld dat ik verdien, direct terug in de zaak.”
Spijt wil hij het niet noemen, maar de laatste tijd twijfelt hij wel eens of het een slimme keus was om direct voor zichzelf te beginnen. Veel ontwerpers doen liever een aantal jaar ervaring bij een ande voordat ze een eigen label opzetten. Iversen sprong direct in het diepe. Omdat hij altijd al van een eigen label droomde. Bovendien was hij niet meer zo jong toen hij afstudeerde en kreeg hij op dat moment veel publiciteit. Al was het maar omdat dames als schrijfster Sophie van der Stap en presentatrice Renate Verbaan graag een jurkje van hem dragen. En als hij toch voor zichzelf wilde beginnen, waarom dan niet meteen? Kwestie van het ijzer smeden als het heet is.
“Maar nu het bedrijf begint te groeien, merk ik steeds vaker dat er veel is dat ik nog niet weet.

Vooral op zakelijk vlak laat mijn kennis te wensen over, maar daarvoor heb ik mensen om me heen verzameld.”


Op het gebied van ontwerpen heeft hij zijn handschrift langzamerhand wel gevonden, vindt Iversen. Klassiek en elegant. Veel zijde. Een vrouwelijke snit. En in elke collectie zit ten minste één variatie op een klassiek overhemd, een variatie op een trenchcoat en een paar feestelijke jurken. Zijn cliëntèle omschrijft hij als ‘volwassen jonge vrouwen en jonge volwassen vrouwen’. “Hier komen dames van boven de zeventig, maar ook meisjes van in de twintig. Dat vind ik juist zo leuk.”
Zijn salon aan de Herengracht is nu alleen nog op afspraak open, maar wie brutaal genoeg is om aan te bellen, kan bijna altijd terecht. Hij heeft nu nog geen geld om een winkelmedewerker aan te nemen, maar dat is wel het plan.
Sterker nog, als het aan Iversen ligt, heeft hij over een jaar of tien meere winkels. Ook in het buitenland. “Ik ben hier begonnen en ik kies nu heel bewust voor Nederland, maar ik hoop wel dat mijn label mettertijd uitgroeit tot een internationaal modemerk.”

Eerder gepubliceerd op 7 september 2010 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , ,