Profiel: José Teunissen

Als voormalig modeconservator en lid van het bestuur van Premsela is José Teunissen nauw betrokken bij de expositie over Viktor & Rolf die vandaag in het Centraal Museum in Utrecht opent. ‘Mode verdient serieuze studie.’

Tekst: Bregje Lampe
Foto: Karoly Effenberger 

José Teunissen is één van de belangrijkste modetheoretici van Nederland. Ze woont in de Watergraafsmeer, Amsterdam, samen met haar tienjarige zoontje Milo. Hoewel ze momenteel aan een stuk of zes projecten tegelijk werkt, maakt ze geen gehaaste indruk. Ze serveert thee met speculaas terwijl ze in keurige volzinnen praat over haar werk, over haar rol als mentor, over het culturele belang van mode, over haar persoonlijke leven en over Milo, die cello speelt en schaakkampioen is.
Mode heeft het imago van een oppervlakkig wereldje waarin alleen de buitenkant telt. Zonde, vindt Teunissen. En ten onrechte. “Mode is de spiegel van onze maatschappij en een belangrijk onderdeel van de hedendaagse visuele cultuur. Het is een onderwerp dat serieuze studie verdient. ”
In haar lijvige boeken, zoals ‘De macht van de mode’, hekelt zij het idee dat over mode alleen maar op een oppervlakkige manier verslag gedaan kan worden. Ondertussen ergert ze zich aan de manier waarop mode vaak wordt neergezet. “Voor een deel doet de modewereld dat zelf, want het moet allemaal snel en glossy. Ik vind het heel vervelend als de eerste vraag van een journalist is hoeveel kleding ik zelf in de kast heb. Alsof mijn interesse bij winkelen ligt, totáál niet. ”
José Teunissen groeide op in Venhorst, een dorpje in De Peel. Achteraf, op een boerderij. Zonder waterleiding en zonder riolering, maar met een modebewuste moeder die voor haar en haar zusje kleding maakte waarbij ze zelf de stof mochten uitzoeken. Voor Teunissen was de mode een culturele ontsnapping uit een dorp dat verder niet veel te bieden had.

Mijn interesse ligt totaal niet bij winkelen’

José Teunissen en haar zoon Milo

Pas toen ze in Nijmegen Nederlands ging studeren en filmkunde bij de Belgische regisseur en schrijver Eric De Kuyper, ging ze zich echt in mode verdiepen. “Ik wist niet precies wat ik wilde gaan doen, maar ik hield van taal. De interesse in mode was er altijd al, maar ik zag mezelf niet naar de kunstacademie gaan. Met zijn uiteenzettingen over de Franse cultuur en hoe je beeld kunt lezen, heeft Eric me op het spoor gezet van de academische kant van mode. Hij liet me Roland Barthes lezen; zo kwam ik erachter dat er een taal was waarmee zinnig over mode en films gepraat kan worden. Ik ben me gaan verdiepen in de glamourcultuur, in de constructie van het imago van Marlène Dietrich en in de rol van kostuums in verhalen. ”
Eric De Kuyper vertelt over Teunissen: “Ik heb José tijdens haar studie in Nijmegen leren kennen als een gretige student en een harde werker. Ik ben na haar studie met haar samen blijven werken. Zo heeft ze als kostuumontwerper meegewerkt aan een aantal van mijn projecten en ze speelde ook ooit een rol in een van mijn films. Ik herken veel in José, zowel goede eigenschappen als tekortkomingen. Aan José zitten altijd twee kanten. Ze is heel wilskrachtig, maar tegelijkertijd heel kwetsbaar. En ze is goed georganiseerd en flexibel tegelijk. ”
Haar eerste baan was die van docent film- en fotografietheorie aan de Academie voor Beeldende Vormgeving in Tilburg en aan de Universiteit van Amsterdam. En ze geeft nog steeds les. “Ik vind het leuk en inspirerend om met studenten te werken, ” zegt Teunissen.
Op dit moment is ze, in samenwerking met onder anderen Alexander van Slobbe, bezig met de samenstelling van de tentoonstelling Gone with the wind, die medio volgend jaar in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen van start gaat. Daarnaast werkt ze aan The art of fashion, een boek en een tentoonstelling over mode en kunst, die volgend jaar in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam te zien is. Ze is bezig met twee monografieën, die weliswaar door anderen worden geschreven, maar die ze wel begeleidt. Ze is betrokken bij het project Dutch fashion in a globalised world, een grootschalig wetenschappelijk onderzoek naar de Nederlandse modebranche. En dan zijn er nog wat ‘ kleine projecten’: de tentoonstelling van Christophe Coppens in Platform 21, de glasblazerij in Leerdam die ze helpt met het zoeken naar ontwerpers om mee samen te werken en het Textielmuseum in Tilburg. O ja, en ze is lid van de commissie internationale projecten van de Mondriaan Stichting, sinds medio vorig jaar zit ze in het bestuur van Premsela en zit ze in de benoemingscommissie van het FVBKV. Maar ze heeft nooit een carrière uitgestippeld, benadrukt Teunissen.

Ze begon in de jaren negentig als journalist bij achtereenvolgens De Volkskrant en Trouw, naast haar werk als docent. “Door het werken voor de krant bleef ik scherp. Voor de krant moet je alles bijhouden en je komt veel bij ontwerpers over de vloer. Toen ik als journalist begon, had ik het gevoel dat er iets stond te gebeuren met mode in Nederland. Alexander van Slobbe was net met Orson + Bodil bezig, een aantal Nederlandse ontwerpers gaf onder de naam Le Cri Néerlandais presentaties in het buitenland, Viktor & Rolf heb ik nog gezien toen ze eindexamen deden. Achteraf is het verbazingwekkend hoe groot het huidige succes van Viktor & Rolf is. Ik heb altijd wel het gevoel gehad dat ze iets bijzonders deden, maar het waren heel harde jaren in het begin, waarin ze alle eindjes aan elkaar moesten knopen. Het is geweldig dat ze dat zijn ontstegen. En hoe. ”
Toen Sjarel Ex, destijds directeur van het Centraal Museum en nu directeur van Boijmans van Beuningen, iemand zocht om de modeafdeling van het museum nieuw leven in te blazen, benaderde hij Teunissen. “Ik had nooit gedacht dat ik zoiets zou kunnen doen. Op die post zaten dames van wie ik dacht dat ze nog ten minste vijftien jaar zouden blijven zitten. Pas toen ik er eenmaal werkte, kwam ik erachter hoe leuk ik het maken van tentoonstellingen vind. Het is iets heel anders dan verslag doen in de krant; je kunt dingen echt laten zién.
Op het moment dat Teunissen als modeconservator begon, werd in de meeste musea niet veel aan mode gedaan. “Mode was een ondergeschoven kindje. Nu is mode een geaccepteerd onderdeel, een publiektrekker zelfs, ” aldus Teunissen.

Mode was een ondergeschoven kindje’


“Voor het Centraal Museum is José Teunissen heel belangrijk geweest, ” zegt Sjarel Ex. “José heeft een serie unieke tentoonstellingen neergezet, die zowel voor mensen uit het vak als voor het gewone publiek heel invloedrijk zijn geweest. Het bezoek voor actuele modetentoonstellingen was zoek, omdat niemand in Nederland dat soort exposities maakte. In het Centraal Museum zagen we de bezoekersaantallen per tentoonstelling verdubbelen. Zo heeft José een klimaat gecreëerd waarin meer over mode wordt gedacht en gesproken en – uiteraard – gekeken. ”
Als conservator maakte Teunissen zich hard voor de aankoop van werk van hedendaagse ontwerpers. Want die horen net zo goed bij een collectie als de historische stukken, vindt ze. “Onder haar auspiciën is een prachtige actuele collectie gevormd, gebaseerd op het zich toen explosief ontwikkelende Nederlandse talent met uitwaaieringen naar de Zes van Antwerpen en wat Japanners, ” aldus Ex. Vorig jaar, even nadat Ex was opgevolgd door Pauline Terreehorst, stopte Teunissen op bij het Centraal Museum.
Sinds 2002 werkt ze als lector aan de modeacademie ArtEZ Arnhem. “Ook die functie kwam toevallig langs. Op dat moment kwam het me eigenlijk helemaal niet zo goed uit. Mijn man was net overleden en Milo was nog maar klein. Ik heb het toch gedaan, want zo vaak krijg je zo’n kans niet. Sindsdien voel ik me buiten elke categorie staan. Discussies over combinaties van zorg en moederschap hebben op mij geen betrekking. Ik heb nooit gekozen om in mijn eentje een kind op te voeden, maar ik moest wel blijven werken om de kost te verdienen. Ik heb het geluk gehad dat ik mijn werk, de mode, heel erg leuk vind en dat ik behoorlijk vrij ben. Ik heb nooit een negen-tot-vijfbaan gehad, ik heb mijn werk altijd om de zorg voor Milo heen kunnen plooien en dat wordt alleen maar makkelijker naarmate hij ouder wordt. ”
Als lector is Teunissen verantwoordelijk voor het ontwikkelen van onderzoek en theorievorming binnen het hbo-onderwijs. Een functie die haar op het lijf geschreven is, want Teunissen pleit al jaren voor de rechtvaardiging van wetenschappelijk onderzoek naar mode. Sluipenderwijs begint haar werk – noem het pionierswerk op braakliggend terrein – vruchten af te werpen. Zo werd begin dit jaar aan het onderzoeksproject Dutch fashion in a globalised world een subsidie van 550 duizend euro toegekend, door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. “Ik merk het ook aan studenten, die hebben tegenwoordig meer aandacht voor wat niet de glossy methode is. ”
Nog niet zo lang geleden schreef José Teunissen in opdracht van de Mondriaan Stichting een artikel over mode in Nederlandse musea. “Mode komt er heel bekaaid vanaf. Er is een aantal musea met een grote eigen collectie, maar men komt maar heel zelden tot het formuleren van een afgestemd modebeleid. Ik vind dat mode permanent zichtbaar zou moeten zijn en dat is nu zelden het geval. Niet dat ik vind dat er een modemuseum moet komen; het kan immers ook om een plek in een bestaand museum gaan. Als het maar meer is dan een zaaltje met een paar kledingstukken uit voorbij tijden. Het gaat om een plek met ruimte voor onderzoek en debat. Als zo’n plek er komt, wil ik daar graag bij zijn. ”

CV
1959: Geboren in Boekel
1972-1978 : Gymnasium beta
1978-1982: Nederlandse Taal en Letterkunde Katholieke Universiteit Nijmegen
1982-1986: Doctoraalstudie Film en Opvoeringskunsten KUN
1986-1996: Docent Film en fotografiegeschiedenis Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
1987-1988: Coördinator filmprojecten ‘ Vrienden van het Filmarchief’ in Nijmegen
1987-1989: Onderzoeker KUN Nijmegen, afdeling Filmstudies. Onderzoek naar de rol van de vrouwelijke komiek in film
1996-1997: Programmamaker televisie bij de NPS
1990-1998: Docent Filmesthetiek aan de Universiteit Amsterdam, afdeling filmstudies
1990-2002: Freelance modejournalist voor achtereenvolgens De Volkskrant en Trouw
1998-2007: Conservator Mode en kostuums, Centraal Museum in Utrecht
2002-heden: Lector Modevormgeving ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem

Eerder gepubliceerd op 25 november 2008 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , , , , ,