Profiel: Madame Grès

Madame Grès, de bekende couturier die in haar hoogtijdagen sterren als Grace Kelly en Greta Garbo kleedde, eindigde arm en eenzaam in een bejaardenhuis. Nu staat ze weer volop in de belangstelling. Met recht, want Grès was haar tijd ver vooruit.

Alber Elbaz, de hoofdontwerper van modemerk Lanvin, maakte er geen geheim van dat hij meerdere keren een bezoek heeft gebracht aan de tentoonstelling over Madame Grès die vorig jaar in het Parijse Musée Bourdelle te zien was. Een van zijn jurken uit de  collectie voor de zomer van 2012 is zelfs direct geïnspireerd op het werk van Grès. In de tentoonstelling die nu in het ModeMuseum in Antwerpen te zien is, wordt de gele jurk van Lanvin vlakbij een aantal jurken getoond die Grès eind jaren dertig ontwierp. Dezelfde plooien, dezelfde hoeveelheid stof – voor één jurk gebruikte Madame Grès soms wel twintig meter stof.
Le plis Grès, een reeks ontelbare diepliggende vlakke plooien die het resultaat is van haar virtuoze techniek, is een begrip in de mode. Wie goed kijkt, ziet de artistieke erfenis van Grès overal. Ze is aanwezig in de sensueel geplooide jurken van Jean Paul Gaultier, in de draperieën van Haider Ackermann, in de volumes van Rei Kawakubo en Yohi Yamamoto en in de vrouwelijke snit van Azzedine Alaïa, die haar werk verzamelt. Yves Saint Laurent vertelde altijd dat Grès de richtingaanwijzer was die hem naar de mode heeft geleid.
Grès (1903-1993, geboren als Germaine Emilie Krebs) wordt een ‘ontwerpers-ontwerper’ genoemd. Modeontwerpers kennen haar werk, maar bij het grote publiek is ze nauwelijks bekend. Ze was een onopvallende verschijning in flanellen rok, met degelijke schoenen en altijd een tulband om het hoofd. Grès leefde sober en teruggetrokken. Haast spartaans, op een luxe auto na. Roken, drinken en uitgaan deed ze niet. Interviews gaf ze maar heel zelden. Haar levensstijl heeft haar de bijnaam ‘sfinx van de mode’ opgeleverd. Alom bewonderd, maar door bijna niemand echt gekend. Voor Grès was discretie synoniem aan elegantie.
Dat haar werk momenteel zo in de belangstelling staat, is te danken aan het feit dat ambachtelijk handwerk flink aan populariteit heeft gewonnen in de modewereld. En als iets ambachtelijk is, dan is het het werk van Grès. Als het aan de ontwerpster had gelegen, was ze beeldhouwer geworden, maar dat mocht niet van haar ouders. Ze koos voor sculpturen van stof in plaats van steen. Haar stijl is van meet af aan uitgesproken: ze is de eerste die zijdejersey gebruikt, die ze direct van de rol rond het lichaam drapeert. Grès kon een baan stof van 280 centimeter breed herleiden tot 7 centimeter zonder de schaar erin te zetten. Binnen een paar jaar stond ze op dezelfde hoogte als Chanel, Lanvin, Schiaparelli en Vionnet. Ze maakte kostuums voor de toneelstukken van Jean Giraudoux en in 1937 was haar werk te zien op de Wereldtentoonstelling in Parijs. De klanten stroomden als vanzelf toe. Grès kleedde Hollywoodsterren als Greta Garbo, Marlene Dietrich, Grace Kelly en Vivien Leigh en later Amerikaanse socialites als Jackie Kennedy en Franse dames onder wie Edith Piaf en Danielle Mitterand.

In de tentoonstelling die vorig jaar in het Parijse Musée Bourdelle te zien was werden de jurken van Grès gecombineerd met de beelden van Antoine Bourdelle (1861-1929). De combinatie van de expressieve beelden van Bourdelle en de klassieke jurken van Grès was zo’n succes dat de tentoonstelling veel meer bezoekers trok dan curator Olivier Saillard had durven dromen. Het ModeMuseum heeft ervoor gekozen om de link met beeldhouwkunst in de scenografie te behouden; de jurken van Grès staan nu opgesteld tussen monumentale sculpturen van Renato Nicolodi.
Madame Grès heeft verschillende aliassen voor haar werk gebruikt. Ze begon in 1933 samen met Julie Barton onder de naam Maison Alix Barton, in 1934 ging ze alleen verder als Maison Alix en sinds 1942 werkte ze onder de naam Grès. Die laatste naam heeft ze gehouden, ook al was het een anagram van haar man, kunstschilder Serge Czerefkow, die haar in 1938, na een jaar huwelijk en de geboorte van een dochter, verliet voor een Tahitiaans schildersmodel. In de modewereld wordt gezegd dat ze die klap nooit te boven is gekomen en zich daarom op haar werk stortte. ‘Ik doe niets anders dan werken, werken, werken. Als ik niet slaap, dan knip ik’, liet Grès een Franse journalist ooit weten.
Aan haar werkwijze heeft Grès heeft nooit gesleuteld. Terwijl collega ontwerpers zoals Christian Dior al in 1948 begonnen met het uitbouwen van licenties, blijft Grès halsstarrig vasthouden aan de totale controle en het directe contact met individuele klanten. In 1959 brengt ze een parfum uit: Cabochard. Maar met een prêt-à-portercollectie wacht ze tot 1980. Dan is het eigenlijk al te laat; bij het grote publiek heeft Grès dan al het imago van een stoffig modehuis. In 1984 wordt het financieel noodlijdende modehuis opgekocht door de Franse zakenman Bernard Tapie, die het verkoopt aan Jacques Esterel waarna het uiteindelijk in handen komt van de Japanse groep Yagi Tsusho Limited dat nu nog eigenaar van het merk is.
Grès tekende haar laatste collectie in 1987, net voordat haar modehuis na twee jaar onbetaalde huur failliet werd verklaard en rücksichtslos werd leeggehaald. Volgens haar dochter betekende de ontruiming van haar pand aan Rue de la Paix voor Madame Grès dat ze haar het leven hadden ontnomen. Ze kon niet stoppen; haar werk was haar leven. Vrienden, waaronder Pierre Cardin en Hubert de Givenchy, hebben geprobeerd haar te helpen door klanten door te verwijzen naar haar appartement in het zestiende district waar ze zich had teruggetrokken. Maar Grès verdween al snel in de vergetelheid.
In het ModeMuseum is een van haar laatste creaties te zien: een ensemble voor ’s avonds uit 1989, gemaakt van een stof met bloemenprint. Een bijzonder, emotioneel stuk als je bedenkt dat Grès, die vrij kort daarvoor nog ‘the great Grès’ werd genoemd, op dat moment niet meer zelf het geld had om stof te kopen en werkte met een restje dat ze van Givenchy had gekregen. Haar overlijden – ze sterft in november 1993 in een bejaardenhuis in Zuid Frankrijk – wordt pas na een jaar bekend, als een nieuwsgierige journalist op zoek gaat. Haar dochter had haar begraven zoals ze leefde. Sober. Stilletjes. Eenzaam.

Madame Grès, Sculpturale Mode is tot 10 februari te zien in het ModeMuseum in Antwerpen, Nationalestraat 28

Eerder gepubliceerd op vrijdag 21 september in de Volkskrant (V/Kust)

Gerelateerde artikelen:

, , , , ,