Profiel: Mart visser

Mart Visser is dit seizoen kerkmeester van de Nieuwe Kerk. Het gebouw is dus een paar maanden in handen van een couturier die al op zijn derde begon en veel succes heeft met brave ontwerpen.

Tekst: Bregje Lampe
Foto: Marjolijne Perquin

Het persbericht over zijn aanstelling als kerkmeester van de Nieuwe Kerk (een tijdelijke functie, waarbij de betrokkene de vrije hand krijgt in het opzetten van een cultureel project) kwam ten minste acht keer binnen op de redactie. Aan zijn publiciteitsbeleid zal het niet liggen. Mart Visser (Sleeuwijk, 1968) weet heel goed hoe hij zichzelf en zijn ontwerpen in de kijker speelt. Zo zorgde hij er in het begin van zijn carrière voor dat hij de moderubriek in weekblad Privé mocht doen, waardoor zijn naam snel bekend werd. Rondom de lancering van zijn confectielijn huurde hij een persbureau in, maar tegenwoordig regelt hij de contacten weer zelf. Van 26 augustus tot en met 2 oktober toont hij in een installatie met werk van Nederlandse couturiers.
Visser voldoet volledig aan het clichébeeld van een modeontwerper. Op zijn derde zat hij al te prutsen met lappen stof. Als kind maakte Visser kleren voor zijn barbies, als tiener kleedde hij een oude etalagepop aan met oude kleren uit zijn moeders garderobe. Die moeder – voormalig CDA-Kamerlid Marry Visser-van Doorn, twee jaar geleden overleden – omschreef hem ooit als ‘een opstandige peuter die zijn dromen waarmaakt’.
Visser is op zijn zachtst gezegd gedreven. En zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Hij was 24 toen hij in 1993 zijn eigen modehuis opende. Het ging hem zo voor de wind dat hij zijn studentenkamer in West na drie jaar kon verruilen voor een atelier in de Beethovenstraat; sinds 2002 werkt hij in de salon tegenover het Van Gogh Museum. Zes jaar nadat hij voor zichzelf was begonnen, werd hij geveld door een burn-out. “We waren onszelf voorbij gerend,” zegt Elly Koot, die al vijftien jaar als dame du salon bij Visser werkt. “Het bedrijf werd steeds groter, terwijl wij nog steeds alles met zijn tweeën deden. Mart heeft toen extra mensen aangenomen en het zelf wat rustiger aangedaan. Maar hij heeft geen seizoen overgeslagen. Dat zou hij nooit doen.”

In 2003 presenteerde het Gemeentemuseum Den Haag een tentoonstelling met zijn werk; toevallig exposeerden Viktor & Rolf op ongeveer hetzelfde moment in het Louvre in Parijs. Hoewel Visser op een totaal ander niveau werkt dan Viktor & Rolf, heeft de Amsterdamse couturier het soort klantenkring en omzet waar menig beginnend ontwerper in Nederland alleen maar van kan dromen. Mart Visser verzorgt het chique maatwerk voor de upper-class van Nederland: hij kleedt bruiden en hun moeder, hij heeft klanten die het hele jaar door uitsluitend zijn kleren dragen en een heleboel dames die zo’n drie keer per jaar een stuk bij hem kopen. Een avondjurk begint bij zesduizend euro, een broek bij 950 euro.

De bv Mart Visser kleedt ondertussen tienduizenden werknemers, onder wie de stewardessen van KLM, de gastvrouwen van het Hiltonhotel en het winkelpersoneel van V&D. En dan is er nog de confectie, die behalve in Nederland wordt verkocht in België, Scandinavië en Duitsland. “Ik leerde Mart kennen tijdens een diner bij een gezamenlijke vriendin. Ik was op dat moment net op zoek naar een nieuw label dat het Duitse Bogie Women kon vervangen. Binnen een minuut of tien waren Mart en ik eruit,” zegt Pascal Zantman, directeur van de Zantman Modegroep, die de ontwerper in 2003 een contract aanbood voor zijn confectielijn.
“Zijn ontwerpen zijn vrouwelijk, luxueus en elegant. Ik noem het design met een twist voor volwassen vrouwen. De afgelopen seizoenen ging het iets minder goed met de collectie, doordat we te veel naar de markt keken, die een meer casual stijl dicteerde. Het werd te commercieel. Maar sinds vorig seizoen laten we weer een meer gekleed beeld zien en nu gaat het beter met de verkoop,” aldus Zantman. Hij wil maar zeggen: klanten verwachten geen casual kleding van Visser, Visser is er voor de mantelpakjes en chique jurken.
In de mode geldt Visser niet als een vernieuwer. Al tijdens zijn opleiding aan de modeacademie Charles Montaigne (het huidige Amsterdam Fashion Institute) kreeg hij de kritiek dat hij te weinig een kunstenaar met een creatief statement was. Hij is niet het soort ontwerper dat met zijn werk kritiek op de maatschappij wil leveren en prikkeldraad nodig heeft om een statement te maken. Zijn eindexamenwerk was vrij braaf.
Hij was vier jaar lang assistent van Frans Molenaar, evenmin het type ontwerper dat de avant-gardistische voorhoede bedient. Overigens gingen Molenaar en Visser, die elkaar tegenwoordig weer groeten, uit elkaar met een ruzie die destijds breed werd uitgemeten in de media; Molenaar beweerde dat Visser hem nadeed en Visser was het daar niet mee eens. “Couturiers zijn zelden elkaars beste vrienden,” zegt Koot, die Visser roemt vanwege zijn eigen stijl. “Toen ik voor het eerst een show van hem zag, was ik direct onder de indruk van zijn uitgesproken stijl. Natuurlijk heeft hij zich in de loop der jaren ontwikkeld, maar

hij is zijn eigen vrouwbeeld altijd trouw gebleven.”


Visser had inmiddels best zijn naam kunnen verkopen, om dan de rest van zijn leven door te brengen in zijn vakantiehuis in Zuid-Frankrijk. Maar volgens Koot denkt hij daar voorlopig niet aan. Koot: “Dat zie ik hem nog lang niet doen. Hij heeft nog zoveel inspiratie. Nog steeds zit hij overal en altijd te schetsen. Mart vindt dat hij de leukste baan van de wereld heeft. Zijn hobby is zijn werk.”

Eerder gepubliceerd op 5 juli 2011 in Het Parool

Gerelateerde artikelen:

, , ,