Profiel: Radmilo Soda

Sinds kort heeft Radmilo Soda (35) een privé-sportschool, de eerste in de stad. Profiel van een ex-bokskampioen, die zijn eigen trainingsmethode ontwikkelde en nu de hippe voorhoede van Amsterdam traint.

Tekst: Bregje Lampe
Foto’s: Karoly Effenberger

Radmilo Soda

Het moet raar lopen, wil de trainingsmethode van Radmilo Soda niet heel veel navolging vinden. Drie weken geleden begon hij de eerste privégym – er mogen maximaal tien mensen tegelijk trainen – in Nederland, in de Falckstraat in Amsterdam. In steden als New York en Los Angeles zijn private practice gyms zoals die van Soda heel normaal, maar hier is de pezige Kroaat de eerste. “Mensen hebben steeds minder tijd. En áls ze dan tijd aan sport besteden, willen ze goede resultaten zien. Gericht trainen, daar gaat het om.”
Hij was zes toen hij voor het eerst in een internaat geplaatst werd. Hij vluchtte terug naar zijn moeder, maar werd door de verantwoordelijke instanties binnen een paar dagen opgehaald; een ritueel dat zich jarenlang heeft herhaald. “Ik belandde op straat en ik heb veel dingen gedaan die ik niet wilde doen, maar die ik wel móest doen om te overleven. Ik heb gestolen, want ik moest eten. Ik dronk, omdat ik behoefte had aan een vlucht.”
Sporten was zijn redding. “Zonder het boksen was er niets van mij terechtgekomen. Sporten gaf me de kans om de ellende te vergeten,” zegt Soda, die via oud-profbokser Gilbert Hallie – ooit zijn buurman in Amsterdam – met boksen in aanraking kwam.
Op negentienjarige leeftijd belde zijn zus hem met de vraag of hij wilde komen werken in de keuken van het restaurant dat zij in Lelystad met haar Nederlandse man had opgezet. Hij twijfelde geen moment, zag al helemaal voor zich hoe hij in Nederland – eindelijk kon hij aan de armoede en het communisme ontsnappen – iets van zijn leven zou maken.
Van het coachen van probleemjongeren naar het trainen van topmodellen en bekende Nederlanders lijkt nogal een overstap, maar volgens Soda is het ‘vanzelf zo gegroeid’. Hij ontmoette een ‘mooie dame’ en kreeg een gezin.
“Mijn vrouw en kinderen gaan voor alles, daarom ben ik gestopt als prof. Omdat er brood op de plank moest komen, ben ik begonnen als personal trainer. Dat leek me wel wat: ik hou van mensen, ik kan goed motiveren.”
Hij volgde opleidingen op het gebied van fysiotherapie, voedingsleer en als fitnessinstructeur. Sluipenderwijs stelde hij zijn eigen vernieuwende trainingsmethode samen. Zijn devies? “Je moet altijd overal klaar voor zijn.” “Mijn methode is een combinatie van fysieke, mentale, spirituele en emotionele training. Als je op alle vier die vlakken goed scoort, is de sky the limit. Ik wil energiebanen openbreken door meer spiergroepen tegelijk aan te spreken.”

Ik kan heel goed motiveren’

Een uurtje zweten kost 85 euro, maar de privésportschool is een hit. Soda heeft nu al bijna meer leden dan hij aankan. En dat zijn niet de minsten: Sophie Hilbrand en Waldemar Torenstra, een handvol topmodellen als Sophie Vlaming en Kim Noorda, zangeres Do en presentator Arie Boomsma. Maar ook: een elfjarig jongetje uit de buurt dat graag wil leren boksen en mannen op leeftijd die eens in de zoveel tijd komen en verder bij een goedkopere sportschool trainen. Ze boeken allemaal goede resultaten, dankzij de persoonlijke benadering van Soda, zijn rechterhand Lesley Pelsmaeker en stagiaire Ljuba Lapré. Wilma Wakker, die onder meer Sophie Vlaming en Kim Noorda vertegenwoordigt, stuurt ‘haar meisjes’ naar Soda omdat hij ‘zijn werk zo goed doet’. “Hij begrijpt heel goed wat de meisjes nodig hebben. En dat is méér dan training alleen. Soda maakt persoonlijke programma’s en het is ook nog eens een heel sympathieke en dedicated jongeman,” zegt Martin Robbe, die samen met zijn vrouw Wilma Wakker Models runt.
“Hij laat me heel hard werken, maar dat heeft effect. Alle oefeningen zijn precies op mij afgestemd. Saai wordt het niet, want hij komt steeds weer met nieuwe bewegingen,” zegt Julie Hoyng, een pr-dame die al jaren bij Soda traint en aan wie de personal trainer een deel van zijn netwerk te danken heeft.
Dat hij met zijn methode – ‘individuele begeleiding vind ik héél belangrijk’ – niet heel groot kan worden, vindt Soda geen probleem. “Ik wil het klein houden, want ik wil grip hebben op wat ik doe. Dat betekent dat ik binnenkort een wachtlijst moet gaan maken. Prima; ik ben hier niet mee begonnen om rijk te worden. Ik geef al zestien jaar les op verschillende plekken, nu heb ik eindelijk een omgeving kunnen creëren waarin ik op míjn manier mijn werk kan doen. Verder vind ik het voldoende als ik maandelijks de huur kan betalen en als de kinderen (hij heeft er drie) te eten hebben en naar school kunnen.”
Zie het zo: Soda heeft niet zo veel nodig, want hij heeft nooit zo veel gehad. Het lievelingetje van de Amsterdamse hipsterscene werd geboren in Joegoslavië – in een dorpje bij Split – en leefde jaren op straat. Zonder vader en met een aan alcohol verslaafde moeder. “Ik heb een ellendige jeugd gehad,” zegt Soda. Armoede, discriminatie en onderdrukking; hij heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt.
Dat viel tegen. Het verschil tussen de onderdrukking in Split en de vrijheid in Amsterdam was te groot. Met zoveel vrijheid kon Radmilo niet omgaan, en al helemaal niet toen zijn moeder overleed.
“Ik kon alle kanten uit. Ik had een uitlaatklep nodig, die vond ik in drank en drugs. Ik ben daar best ver in gegaan. Tot mijn buurman me overhaalde om eens mee te gaan boksen.” Hij stopte met roken en drinken en werd hoofdpersoon in zijn eigen succesverhaal: drie jaar achtereen – 1993, 1994 en 1995 – werd hij Nederlands kampioen, hij kreeg de profstatus en vocht voor de wereldtitel in Praag.
“Die waardering is heel belangrijk voor mij geweest. Dat ik me geaccepteerd voelde, heeft ervoor gezorgd dat ik altijd op het rechte pad ben gebleven. Het had zomaar heel anders kunnen lopen,” zegt Soda. Jarenlang trainde hij Amsterdamse probleemjongeren. “Na alles wat ik heb meegemaakt kan ik goed tot die jongens doordringen. Ik was keihard: ‘Gast, wat heb jij te zeiken,’ zei ik als ik zo’n ventje hoorde praten. Zoveel luxe om zich heen en dat dan niet kunnen waarderen.”
“Op een reguliere sportschool zie je mensen gerust drie keer per week een kwartier aan hetzelfde apparaat hangen. Ik doe steeds iets anders. En emotionele balans vind ik net zo belangrijk als fysieke kracht.

Ik laat mensen hard werken, maar ik zit ook wel eens vijftig minuten koffie te drinken met iemand.”

Radmilo Soda kan het niet vaak genoeg benadrukken: om te weten wat hij doet, moet ik met hem trainen. Hij kan wel zeggen dat hij ‘alle spiergroepen tegelijk aanspreekt’, maar zoiets moet je voelen, vindt Soda. Vooruit. Ik kom terug, met een gympakje aan. Om te beginnen vul ik tig formulieren in. Of ik wel eens een blessure heb gehad, wat ik verwacht van een personal trainer, wat ik zou willen bereiken, hoe ik mezelf in vijf woorden zou omschrijven. Hij meet mijn longinhoud (‘goed, dame’), mijn vetpercentage (‘dat kan omlaag’), mijn bloeddruk (‘mooi’), mijn conditie (‘heel goed’) en mijn reactievermogen (‘prima’). Aan de hand van al die gegevens stelt de personal trainer een programma samen. Per week sport ik gemiddeld een uur of vijf, ik ren en ik doe aan yoga. Als ik hetzelfde aantal uren een beetje gerichter aan de slag zou gaan, zou ik er volgens Soda behalve rust in mijn hoofd ook een strakker lijf aan overhouden. Kom maar op.
“Dat is zwaar hè, dat is anders hè,” zegt Soda terwijl ik met één been op een bal balanceer en in beide handen gewichtjes vasthoud die ik omhoog en omlaag moet bewegen. Ja, dat is zwaar. Ja, dat is anders. Van een uurtje hardlopen word ik niet heel moe, zelfs anderhalf uur yoga in de sauna gaat me vrij gemakkelijk af, maar hier wil ik na tien minuten op de grond gaan liggen omdat ik kapot ben. Ondertussen is de privésportschool zo goed als leeg; ik ben blij dat niemand me ziet zweten. Maar even liggen is er niet bij. “Go girl,” roept Soda. “Als je niet wil werken, moet je een andere trainer zoeken.” Hop, twintig keer opdrukken. En dan dat rechterbeen omhoog, buikspieren aanspannen en tegelijk de linkerarm in de lucht houden. En vice versa. “Focus, meisje,” zegt hij als ik bijna mijn balans dreig te verliezen omdat ik tien kilo omhoog moet tillen terwijl ik naar voren stap. “Coördinatie, motoriek en balans zijn belangrijk,” zegt Soda. Of ik klaar ben na een uur? “Nee, ga nog maar een uurtje op de cardioapparatuur staan,” zegt Soda. Me dunkt dat ik een strakker lijf – en nog meer spierpijn – krijg als ik dit een keer of twee per week doe. Ik vind het leuk. Wel duur, maar samen trainen voor hetzelfde geld kan ook. Wie weet krijg ik een van mijn vriendinnen zo gek.

Eerder gepubliceerd op 30 maart 2010 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , , , ,