Rambler: ontwerpen voor een beter leven

Het Amsterdamse Rambler is een modemerk dat niet alleen inzet op winst, maar ook op hulp aan straatjongeren. ‘Maar wij zijn geen knuffelproject.’

Tekst: Bregje Lampe
Foto: Karoly Effenberger
foto: Karoly Effenberger

Tim Dekker en Carmen van der Vecht voor de Rambler studio op de Zeedijk

Met een eigen winkel en studio op de Zeedijk is een deel van het idee waar Carmen van der Vecht (43) al zo’n zeven jaar mee rondloopt gerealiseerd. Als het aan Van der Vecht en mede-initiatiefnemer Tim Dekker (34) ligt, heeft modemerk Rambler over een jaar of zes studio’s in diverse steden wereldwijd.
Aan hun inzet zal het niet liggen. Het idee voor Rambler ontstond toen Van der Vecht als fotograaf een portrettenserie van straatjongeren in Accra en Londen maakte. “Ik raakte met de jongeren in gesprek over hun dromen en ambities en werd gegrepen door hun voorkomen en de manier waarop ze de tijdgeest wisten te vast te leggen in een snelle krabbel. Zij verdienden een podium.”

In 2007 begon Van der Vecht met een aantal workshops in modeontwerpen. De collectie bestaat uit simpele ontwerpen als T-shirts, hemdjes, een jurkje en een overhemd. Omdat de jongeren niet geschoold zijn als patroontekenaar, werken ze soms samen met gastontwerpers. Volgens Van der Vecht en Dekker, die sinds 2008 bij Rambler is betrokken en een achtergrond heeft als bedrijfsadviseur en consultant, is ontwerpen niet alleen een goede manier om de creativiteit van de jongeren te kanaliseren, maar ook een manier om ze inzicht te geven in hoe ze problemen kunnen oplossen.

“Tijdens het ontwerpen zien ze dat ze niet in één keer een verkoopbaar kledingstuk maken,” zegt Dekker. “Het inzicht dat dingen stapsgewijs gaan, kunnen ze ook in hun persoonlijk leven toepassen. De jongeren met wie wij werken, worden met heftige dingen geconfronteerd. Maar uiteindelijk geven wij alleen maar suggesties. Ik zal nooit met iemand meegaan naar zijn ouders. Ze moeten het zelf doen.”
De jongeren met Rambler wie werkt zijn de relatie met de samenleving kwijtgeraakt of dreigen die te verliezen. Rambler komt met hen in contact via, onder meer, de Stichting Streetcornerwork en de Stichting Zwerfjongeren Nederland. De openingstijden van het atelier van Rambler op de Zeedijk zijn afgestemd op die van de Stichting Streetcornerwork om de hoek. ‘s Ochtends kunnen de jongeren bij Streetcornerwork terecht, vanaf twee uur kunnen ze bij Rambler aan de slag.
Voor Van de Vecht en Dekker is het dagelijks afwachten wie er komt. Er geldt geen aanwezigheidsplicht. Zo kan het zijn dat er maar één jongere komt opdagen. Over het algemeen is het met mooi weer minder druk. “Vergelijk het met de taxibranche,” zegt Dekker lachend.

Zo is Anne (21) donderdagmiddag de enige aanwezige. Ze is bezig met een moodboard om het idee achter haar stijl weer te geven. Het is de tweede keer dat ze hier is; ze is pas sinds een week dakloos. De plaatjes op haarmoodboard zijn donker, maar ook hoopvol. ‘Verbonden door eenzaamheid’ is haar uitleg van de beelden.
Sinds het atelier in november openging, zijn zo’n 65 jongeren komen kijken. “Uiteindelijk bouwen we met ongeveer twintig mensen een relatie op. Als je die eenmaal hebt, blijven ze. Zelfs als ze tijdelijk in de bajes zitten, bellen ze nog af en toe op,” zegt Dekker. Veel vergelijkbare projecten, die gericht zijn op jongerenopvang, werken met een dagvergoeding. Van der Vecht en Dekker hebben daar bewust niet voor gekozen. Dekker: “Dan hoeft de jongere alleen maar aanwezig te zijn. En dat is in geen enkele economische realiteit genoeg.”

‘Niemand heeft ooit iets uit medelijden van Lagerfeld gekocht’

Bij Rambler hebben de jongeren een centrale rol. Aan alle kledingstukken hangen labels met een foto van degene die voor het kledingstuk verantwoordelijk is. Met een bijzondere juridische constructie hebben de initiatiefnemers geregeld dat de jongeren eigenaar blijven van hun ontwerp. Van der Vecht en Dekker hebben het gebruiksrecht en betalen royalty’s, tien procent van de verkoopprijs, aan de ontwerper. “Wij zijn bij de opzet van ons bedrijf altijd uitgegaan van het perspectief van de jongere,” zegt Dekker.

Met andere woorden: het rendement van Rambler zit niet alleen in het maken van winst, maar ook in de hulp aan jongeren. Om te garanderen dat de verschillende doelstellingen niet door elkaar heen lopen, bestaat het bedrijf uit twee rechtspersonen waarvan de ene is gericht op winst (profit) en de ander op sociale zorg (non-profit). Eens in de drie maanden keert Rambler, in overleg met een sociaal werker, aan iedere ontwerper uit waar die recht op heeft. Natuurlijk stuitte die regeling in eerste instantie op verzet. Want leg aan een jongere zonder geld maar eens uit dat hij het tientje van een shirt dat net is verkocht pas over een paar maanden krijgt.
“In het begin verloren we veel flexibiliteit, omdat we zeker wilden zijn dat alles zakelijk en juridisch goed was geregeld voor de jongeren. Wij kunnen er wel veel ethische ideeën op nahouden, in de modewereld draait het gewoon om geld. We willen niet dat onze jongeren slachtoffer worden,” zegt Dekker. Hij wil maar zeggen: menig modemerk is sneller opgezet.

En toch lopen de initiatiefnemers niet te koop met de achtergrond van hun label. “Wij zijn geen knuffelproject. Het is niet de bedoeling dat mensen iets van Rambler kopen omdat ze op die manier de jongeren willen helpen. Ik hoop dat mensen iets kopen omdat het toffe kleding is. Niemand heeft ooit uit medelijden iets van Lagerfeld gekocht. En niemand hoeft uit medelijden iets van Rambler te kopen,” aldus Van der Vecht, die benadrukt dat ze het verhaal achter het label vaak niet eens vertelt tegen klanten in de winkel en uitlegt dat ze de pers de afgelopen jaren bewust heeft ontweken.

Om na te gaan of de modewereld zat te wachten op hun product, huurden Van der Vecht en Dekker drie jaar geleden een stand op modevakbeurs The Key, een onderdeel van de bekende beurs Bread & Butter in Berlijn. “Zonder markt geen kleren. We willen geen liefdadigheidsproject zijn. Gelukkig werd door het vakpubliek in Berlijn heel enthousiast gereageerd op onze collectie. We hebben toen definitief besloten door te zetten. Maar in Berlijn kwamen we er ook achter dat de mode een keihard en dwingend systeem is. Je moet kunnen garanderen dat je elk seizoen een nieuwe collectie kunt leveren,” zegt Van der Vecht.

En dus werken Van der Vecht en Dekker sinds begin dit jaar hard aan de professionalisering van hun label, in samenwerking met onder meer Stichting Doen. Ze schakelden een tussenpersoon in om de productie te regelen. Dankzij Robert Lamers, die al veel ervaring heeft methet begeleiden van productieprocessen in de mode, werken ze nu nauw samen met een atelier in Griekenland dat bereid is in kleine series te produceren. Dat de collectie vooralsnog uit maar drie kleuren bestaat, is een budgetkwestie. Pas als de verkoop toeneemt en de productieaantallen stijgen, kunnen ze katoen in meer kleuren kopen.
Van der Vecht en Dekker merken bijna dagelijks dat de werelden van jeugdzorg en mode op zijn zachtst gezegd ver uit elkaar liggen. Dekker: “Het zijn twee totaal verschillende werelden, met heel verschillende budgetten. Met het geld dat een topmodel als Doutzen Kroes in twee dagen verdient, kunnen wij het atelier een jaar openhouden.”

Rambler, Zeedijk 54

Eerder gepubliceerd op 30 augustus 2011 in Het Parool (PS Stijl)

Gerelateerde artikelen:

, , ,