Viktor & Rolf, dus

Voor het eerst sinds dertien jaar geeft ontwerpersduo Viktor & Rolf een coutureshow in Parijs. Dat is vooral een manier om het merk weer onder de aandacht te brengen – want met de confectie loopt het niet geweldig.


Foto’s: Morad Bouchakour

Dat Viktor & Rolf opnieuw een couturecollectie presenteren is bijzonder. Dat hebben de ontwerpers – voluit Viktor Horsting (Geldrop, 1969) en Rolf Snoeren (Dongen, 1969) – dertien jaar niet gedaan. Ze waren te druk met het in de markt zetten van hun confectiecollectie, die ze sinds 2000 twee keer per jaar presenteren tijdens de veelbesproken prêt-à-porter modeweek in Parijs. De coutureweek, waar Viktor & Rolf vanaf nu weer ieder jaar aan meedoen, staat daar los van.
Couture is op zijn zachtst gezegd een nogal exclusief gebeuren. Want coutureshows leveren niet direct grote orders van winkeliers op. Couture wordt nog steeds op maat gemaakt, voor een handjevol klanten, waaronder nogal wat musea. In de regel zijn kostbare coutureshows een manier om een merk op de kaart te zetten. Met couture, is de opvatting, kun je een modemerk onder de aandacht brengen en de verkoop van parfum stimuleren.
Voor Viktor & Rolf is couture een middel geweest om naam te maken. Ze studeerden allebei aan de modeacademie in Arnhem, waar ze meekregen dat ze na hun eindexamen nooit meer iets experimenteels en creatiefs zouden kunnen doen. Werken bij een jeansfabrikant, dat was de voorgespiegelde toekomst. Omdat Viktor & Rolf wilden bewijzen dat het ook anders kon, betrokken ze na hun studie een tweekamerappartement in een buitenwijk van Parijs om daar een collectie te ontwerpen. Die bestond uit volumineuze baljurken die gemaakt waren van tweedehands kleren en goedkope lappen. Ze wonnen er in 1993 meteen alle prijzen mee, tijdens het prestigieuze Festival de la Mode in het Zuid-Franse Hyères. Toen ze als Viktor & Rolf het podium op werden geroepen, besloten ze ter plekke om daar hun merknaam van te maken en verder te gaan met het opzetten van een eigen merk. Hun doel? Net zo’n klinkende merknaam als Yves Saint Laurent worden en een modehuis nalaten dat zonder hen kan voortbestaan.
Met andere woorden: couture was een middel, geen doel. Jarenlang hebben ze zich op de meest exclusieve vorm van mode gestort. De ondraagbare ontwerpen, die gefinancierd werden met werkbeurzen, sloegen aan in het museale circuit en hun naam werd steeds bekender. In 1997 werden ze, na vier jaar werken in de marge, als eerste Nederlanders toegelaten door de Parijse Chambre Syndicale de la Haute Couture, die beslist wie een officiële plek op de kalender krijgt tijdens de coutureweek in Parijs. Meteen daarop deden Viktor & Rolf een bescheiden poging om een prêt-à-porter- (confectie) collectie te lanceren, maar dat leverde niets op. In 2000 durfden ze het weer aan met confectie, samen met Gibo, een fabrikant die onderdeel is van de Japanse Onward Kashiyama Group.

Viktor Horsting

De coutureshow van woensdag 3 juli beschouwen Viktor & Rolf als het perfecte middel om het twintigjarig bestaan van hun merk vieren. ‘We zijn begonnen met couture. Het is onze grote liefde en onze roots liggen daar. Bovendien geeft couture ruimte voor introspectie, bezinning en reflectie op mode, zonder de randvoorwaarden van prêt-à-porter. Wij hebben daar behoefte aan, het is de reden dat we ooit met couture zijn begonnen’, laat Rolf Snoeren per mail weten.
Je kunt ook zeggen dat ze de coutureshow van vanavond hard nodig hebben om hun merk opnieuw in de kijker te zetten. Ze zullen het zelf nooit zeggen, want over de zakelijke kant van hun merk praten ze niet, maar met de verkoop van de confectie gaat het niet goed. Uit het recentste jaarverslag dat is gedeponeerd, blijkt dat het bedrijf in 2011 zo’n 4 miljoen euro omzette en 237.657 euro verlies leed. Daar is Renzo Rosso die in 2008 – na bijna twee jaar onderhandelen – een meerderheidsbelang in Viktor & Rolf nam met het voornemen om een flinke omzetgroei te stimuleren, vast niet blij mee. Rosso liet destijds weten dat hij de omzet naar 100 miljoen euro wilde brengen – daar zijn ze nog lang niet.
Dat de economische crisis er zo in zou hakken – een dalende omzet is in de modebranche tegenwoordig eerder regel dan uitzondering – wist de Italiaanse ondernemer toen nog niet. Hij kocht Viktor & Rolf in een tijd dat de sky the limit leek en dat de kaarten voor de shows van Viktor & Rolf tijdens de Parijse modeweek als de hottest tickets in town golden.
Zowel de pers, het museale circuit als een handjevol exclusieve modezaken liep weg met Viktor & Rolf. Atoombomjurken? Geweldig! Een porseleinen ketting en een hoed van hetzelfde materiaal die tijdens de show kapot gegooid worden? Briljant. De afbeelding van de Amerikaanse vlag op de kleding van hun eerste prêt-à-portercollectie (stiekem een verwijzing naar hun eigen streven de wereld te domineren)? Te gek. Spaghettibandjes die rond de enkel bungelen? Geniaal idee.
Lange tijd kon het niet op, als het om Viktor & Rolf ging. Ze zijn nog steeds de enige Nederlandse ontwerpers die onder eigen naam een modehuis hebben dat internationaal en op het hoogste niveau meedraait in de modewereld. Mannen- en vrouwenkleren, accessoires, tentoonstellingen in binnen- en buitenland, zo nu en dan een samenwerking (denk aan de kerstcollectie voor de Bijenkorf in 2009 en de samenwerking met confectiegigant H&M in 2006) en bekende mensen (van Tilda Swinton tot Nathalie Portman en Rihanna) die in hun ontwerpen gespot worden.
Viktor & Rolf hebben het allemaal.
In 2003 tekenden ze een cosmeticacontract met L’Oréal. Hun eerste parfum, Flowerbomb, een suikerzoet luchtje dat wel eens met Thierry Muglers Angel wordt vergeleken, staat te boek als een bestseller. Inmiddels hebben ze vier parfums, de meest recente is de mannengeur Spicebomb. Begin volgend jaar volgt een nieuw parfum. Hoeveel ze aan de verkoop van parfum verdienen, is niet bekend. Het ligt voor de hand dat ze het verlies dat ze op hun confectie maken, kunnen compenseren met de inkomsten die ze via L’Oréal uit hun parfums halen.

Rolf Snoeren

Financieel hoeven de ontwerpers zich geen zorgen te maken. Ze verkeren in de luxepositie dat ze het zich kunnen veroorloven met hun merk zowel confectie als couture te maken. Ze hebben net een indrukwekkende nieuwe showroom geopend in Parijs, waar ze inkopers en pers ontvangen. Aankomend najaar opent een nieuwe winkel van ruim 500 vierkante meter verdeeld over twee verdiepingen in Rue Saint Honoré, een van de meest prestigieuze winkelstraten van Parijs. En intussen beraden ze zich op de mogelijkheden voor een theatervoorstelling over zichzelf tijdens het Holland Festival van 2014.
Ofwel: er wordt momenteel alles aan gedaan om het merk opnieuw onder de aandacht te brengen. De show van woensdagavond is nog maar het begin. ‘Het is een heel goed moment voor ons merk. De afgelopen jaren zijn we achter de schermen bezig geweest met het uitbreiden en het in de markt zetten van de collecties en het bepalen van de strategie’, zegt Rolf Snoeren. ’Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om de confectie los te koppelen van de couture omdat we het gevoel hadden dat het theatrale aspect van onze prêt-à-portershows de draagbaarheid van onze kleren minder zichtbaar maakte. Met afzonderlijke presentaties krijgen zowel de prêt-à-porter als de couture weer de aandacht die ze verdienen’, zegt Viktor Horsting.
‘We zitten in een goede flow. We hebben een fantastisch team en we hebben nog steeds heel veel plezier in wat we doen. Maar we hebben nooit werkelijk het gevoel aan de top te staan, in die zin dat het rust geeft of zo. We hebben eerder een voortdurend streven naar beter. Het kan altijd beter, groter, mooier. Maar de laatste tijd proberen we ook stil te staan bij en te genieten van wat we bereikt hebben. Het klinkt een beetje soft, maar we zijn steeds vaker gewoon dankbaar voor wat er is’, zegt Snoeren. ’Die mindfulness is op het moment onze belangrijkste drijfveer en tevens het thema voor de show van woensdag’, zegt Horsting.

De coutureshow is belangrijk voor de ontwerpers. Zie het als het begin van een nieuw tijdperk. De afgelopen tien jaar zijn de juichende kritieken die ze de eerste tien jaar steevast kregen verstomd. Viktor & Rolf waren gewend met hun couturecollecties commentaar te leveren op de modewereld; het begon te wringen toen hun conceptuele ideeën moesten worden omgezet in draagbare kleren.
Hun werk wordt nog steeds besproken in de internationale media, maar omdat de kleren niet altijd even hebberig maken, gelden de prêt-à-portershows al een paar jaar niet meer als een van de hoogtepunten van de Parijse modeweek. Momenteel willen de kenners naar de shows van Céline om te kijken wat Phoebe Philo heeft bedacht, naar Givenchy vanwege Riccardo Tisci, naar Saint Laurent voor Hedi Slimane en naar Christian Dior om het werk van Raf Simons te zien.
De twee hebben mettertijd een sterk eigen vocabulaire ontwikkeld, maar het spraakmakende is er wel een beetje af. Daarnaast passen typische Viktor & Rolf-details zoals afwijkende proporties, flinke kragen, strikken, ruches en ballonmouwen niet meer zo goed in het huidige modebeeld dat een zeker ingetogen chic dicteert. Vooral Europese inkopers, de Nederlanders voorop, zijn niet meer zo dol op het merk. Zelfs Van Ravenstein in Amsterdam, die in 2001 de eerste in Nederland was die de confectiecollectie verkocht, heeft ze vorig jaar laten vallen. ‘Met pijn in mijn hart hoor, want ik vind het sympathieke jongens. Maar de kleding deed het gewoon niet goed genoeg in de winkel’, zegt Gerda van Ravenstein.
Ze vindt de collecties van Viktor & Rolf ‘te hard’ geworden. Te zwart, te glimmend, te glad. Kortom, een tikkeltje ordinair. Meer iets voor dames in Dubai en Rusland, maar dat klinkt zo negatief, vindt Van Ravenstein. Hoe dan ook, haar Viktor & Rolf-klanten van het eerste uur zijn afgehaakt. Daarmee is het merk voor dames in Nederland nergens meer te koop. Jammer, vinden Viktor & Rolf. De herenkleding wordt nog wel verkocht, onder meer bij Didato in Amsterdam.
De website leert dat een groot deel van de ruim veertig verkooppunten is gevestigd in China, Japan, Rusland en de VS. Of dat erg is? Nee. Als ze maar genoeg klanten aan de andere kant van de wereld aan zich weten te binden, kan het duo ook een modehuis nalaten dat zonder hen kan voortbestaan. Daar hebben ze de Nederlandse markt niet voor nodig. Ze presenteren zich al sinds het begin van hun carrière nadrukkelijk als een internationaal modehuis dat toevallig in Amsterdam zit. Ze hebben nooit veel op gehad met Nederland. Nederland wel met hen.
Dankzij Viktor & Rolf heeft Nederland een gezicht als modeland, een gezicht dat woensdagavond kan rekenen op de volle aandacht van de internationale modejetset.

 

Eerder gepubliceerd in de Volkskrant (V) op dinsdag 2 juli 2013

Gerelateerde artikelen:

, ,